of 59123 LinkedIn

‘We missen 20 tot 25 procent van de doelgroep’

Rotterdam loopt voorop bij het in elkaar schuiven van gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang. Vanuit de wens kinderen van werkende ouders en achterstandskinderen samen te laten spelen en leren. Maar dat beleid pakt averechts uit. In de moeilijkste wijken van de stad loopt het aantal aanmeldingen voor de voorschool terug.

Rotterdam loopt voorop bij het in elkaar schuiven van gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang. Vanuit de wens kinderen van werkende ouders en achterstandskinderen samen te laten spelen en leren. Maar dat beleid pakt averechts uit. In de moeilijkste wijken van de stad loopt het aantal aanmeldingen voor de voorschool terug.

Voorschool klem tussen droom en werkelijkheid

Het is doodstil op het plein voor basisschool Mozaïek, de schommels en klimrekken zijn leeg. Uit het drie verdiepingen tellende schoolgebouw komen geen kindergeluiden. De basisschool in de Rotterdamse stadswijk het Nieuwe Westen is op de donderdagmiddag voor Koningsdag al aan de meivakantie begonnen. Maar de vestiging van De Rotterdamse Peuterschool die in hetzelfde gebouw huist, is nog wel in bedrijf.

Aan de achterkant van het pand zijn tien 2- en 3-jarigen bezig in één van de speelhoeken van het peuterlokaal. Aan de tafel in het midden van het lokaal lezen een paar kindjes onder toeziend oog van juf Christa een prentenboek. Juf Bimla pendelt tussen de techniekhoek en de zandbaktafel, die favoriet is bij drie jongetjes. Aan het eind van hun schooldag nemen Christa en Bimla het kleurrijke groepje peuters mee naar buiten. Hun ouders komen uit Bulgarije, Roemenië en Kaapverdië of ze hebben Turkse, Marokkaanse of Surinaamse roots. Het enige Nederlandse jongetje dat in deze groep zit, is er vanmiddag niet.

Buitenspelen doen de peuters elke dag. Op sommige dagen delen ze het binnenpleintje met de kleuters van de basisschool. Vandaag hebben de pedagogisch medewerkers – pm’ers in het kinderopvangjargon – een speciaal programma in petto. Ze hebben heuse Koningsspelen georganiseerd. De kinderen hebben een zelfgemaakte oranje kroontje van papier op dat tijdens het spelen telkens van hun hoofd valt. Bij Christa mogen steeds twee kindjes zaklopen, wat best een opgave voor ze is, ook al zitten er handvaten aan de zakken. Anderen zijn aan het kegelen met Bimla.

Na het zaklopen is het tijd voor koekhappen. De pm’ers houden een touwtje met tien stukjes kruidkoek omhoog. De meeste peuters hebben meteen door wat de bedoeling is. Ze kiezen een stukje koek uit en beginnen gretig te happen. Kindjes die de koek met hun handen proberen te pakken, krijgen te horen dat ze alleen hun mond mogen gebruiken. ‘Mond’, zegt Bimla duidelijk articulerend terwijl ze haar eigen mond aanwijst. Een klein mannetje met Aziatisch uiterlijk vat het nog niet en kijkt wat verdwaasd naar de bungelende stukken koek. Christa wijst hem een plaatsje aan het touw dat nog niet bezet is.

Schuldenproblematiek
De peuterschool in het Nieuwe Westen is één van de zeventig locaties van Peuter & Co, de stichting die bijna 2.600 Rotterdamse kinderen voorschoolse educatie biedt. Acht van de tien zijn doelgroepkinderen. Ze hebben van het Centrum voor Jeugd en Gezin een ‘spelen en leren-indicatie’ gekregen omdat ze door de situatie waarin ze opgroeien het risico lopen met een taal- en ontwikkelingsachterstand aan groep 3 van de basisschool te beginnen.

Kansenongelijkheid in het onderwijs is een hardnekkig probleem dat alleen maar groter wordt. En Rotterdam is de gemeente waar dat probleem het grootst is, blijkt uit de nieuwe indicator die het CBS heeft ontwikkeld om de achterstandsmiddelen te verdelen. Naast het opleidingsniveau van de ouders dat in de huidige gewichtenregeling wordt gebruikt, neemt het CBS het herkomstland van de moeder, de verblijfsduur van de moeder in Nederland en de schuldenproblematiek van het gezin mee.

Ontwikkelingsachterstanden moeten zo vroeg mogelijk worden aangepakt, want kinderen die met een achterstand aan de basisschool beginnen, raken daarna alleen maar verder achterop, blijkt uit onderzoek. Daarom krijgen gemeenten een budget om risicokinderen voor- en vroegschoolse educatie (VVE) te bieden. De afgelopen jaren is al 100 miljoen euro per jaar extra geïnvesteerd. Die ‘kwaliteitsimpuls’ ging naar de 37 grootste gemeenten.

Om achterstandspeuters in kleinere gemeenten ook de gelegenheid te geven naar een goede voorschool te gaan, verhoogt het kabinet het gemeentelijk achterstandenbudget met nog eens 170 miljoen euro. Daardoor is er vanaf 2020 486 miljoen euro per jaar te verdelen. Daarbij staat Rotterdam vooraan. De gemeente ontvangt het hoogste budget, ruim 55 miljoen euro per jaar. Dat is 11,4 procent van beschikbare middelen, terwijl nog geen 4 procent van de Nederlandse bevolking in Rotterdam woont.

Begeleid spel
Dat achterstandspeuters en -kleuters baat hebben bij het volgen van een VVE-programma kon lange tijd niet worden aangetoond. Maar sinds twee jaar geleden de eerste resultaten van grootschalig cohort-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Kohnstamm Instituut naar buiten kwamen, is de discussie over het nut van de voorschool verstomd. De onderzoekers volgen sinds 2010 bijna drieduizend peuters van voorschool tot groep 8.

Tweejarigen blijken na vier jaar VVE de helft van hun achterstand te hebben ingelopen. Dat inhaaleffect geldt vooral voor woordenschat, taalontwikkeling en het vermogen gericht aandacht te besteden aan relevante informatie. De achterstand bij rekenen blijft echter even groot en als het om de speelwerkhouding gaat – geconcentreerd bezig zijn met taakjes als kleuren en puzzelen bijvoorbeeld – raken doelgroepkinderen juist verder achterop. Uit het cohort-onderzoek blijkt dat er nog veel te verbeteren valt, want er zijn grote verschillen in educatieve kwaliteit. Peuterspeelzalen waar veel doelgroepkinderen bij elkaar zitten doen het over het algemeen beter dan kinderdagverblijven met gemengde groepen. Waarschijnlijk omdat pm’ers die zijn gefocust op achterstandbestrijding veel meer doen dan één keer per dag een VVE-lesje afdraaien voor een groepje achterstandspeuters, zoals bij veel kinderdagverblijven met gemengde groepen gebruikelijk is.

Omdat Rotterdam de afgelopen zes jaar al extra kon investeren in de educatieve kwaliteit, brengt Peuter & Co de lessen uit het cohort-onderzoek al in de praktijk, zegt Marlies Slaa. De pedagoge is VVEcoach op vijf locaties van De Rotterdamse Peuterschool, zoals de voorscholen van Peuter & Co heten. Zij observeert de Koningsspelen en legt tussen de bedrijven door uit dat spelen bij de peuterschool wel vrij is, maar nooit vrijblijvend. Elke kans die zich voordoet om peuters nieuwe woorden en begrippen aan te reiken of ze te leren tellen en rekenen, wordt zo goed mogelijk benut. De VVE-coach koppelt haar observaties terug zodat de pedagogisch medewerkers hun spelbegeleiding kunnen verbeteren, denkt mee over aanpassingen, brengt nieuwe kennis in en inspireert en motiveert haar collega’s.

Ukkie-groep
Vrijwel alle locaties van De Rotterdamse Peuterschool zijn ondergebracht bij een basisschool en dat is niet voor niets. Peuter & Co hecht grote waarde aan het creëren van een doorgaande leerlijn voor kinderen van 2 tot 6 jaar. ‘Wij hebben peuters maar anderhalf jaar twaalf uurtjes per week onder onze hoede. In die tijd kunnen we niet het verschil maken’, stelt directeur Heinz Schiller. ‘Daarom werken we intensief samen met basisscholen. We willen een echte voorschool zijn.’ Een doorgaande leerlijn is niet vanzelfsprekend. Uit het Utrechtse cohort-onderzoek blijkt dat de helft van de doelgroepkinderen op een basisschool terechtkomt zonder VVE-programma. De educatieve kwaliteit in de kleuterklassen laat bovendien veel te wensen over. ‘Het gaat nog niet zo goed met de vroegschool’, concludeert Schiller. ‘Daarom vind ik dat we de doelgroepaanpak samen met een basisschool moeten doorontwikkelen.’

Bij de Mozaïek gebeurt dat al volop. ‘We zitten regelmatig met het basisschoolteam aan tafel’, vertelt Daniëlle Nooitmeer, manager van zeventien Peter & Co-locaties in Delfshaven. ‘De thema’s waarmee gewerkt wordt, kiezen we samen. We hebben sessies waarin we bespreken wat zo’n thema betekent voor taal en rekenen, voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en de motoriek en hoe je die leerdoelen in de speelhoeken kunt introduceren. Binnenkort hebben we weer een gezamenlijke studiedag voor de hele onderbouw. De peuterschool-medewerkers zijn echt een onderdeel van het schoolteam.’

De Rotterdamse peuterscholen lopen ook voorop bij het stimuleren van ouderbetrokkenheid. De Mozaïek heeft een ouderkamer die elke dag open is en waar workshops en lezingen worden gegeven. Ouders kunnen er ook Nederlandse lessen volgen. Peuters en kleuters krijgen huiswerkpakketjes mee naar huis die afgestemd zijn op de thema’s die op school worden behandeld. ‘Dat kan een kijkplaat zijn waarbij je aan je kind kunt vragen: wat zie je?’, zegt Nathalie Dibbets. ‘Of een kleurplaat of een spelletje.’ Zij is een alleenstaande moeder met drie ‘pientere jongens’. Haar oudste zoon heeft op de voorschool gezeten en zit nu in groep 2.

Na de zomervakantie gaat hij naar groep 3, terwijl hij in december pas 6 wordt. ‘Qua taal is hij één van de besten van de klas’, zegt Dibbets trots. Haar tweede zit ook nu op de peuterschool en met haar jongste, een baby nog, bezoekt ze op woensdagochtenden de Ukkie-groep voor kinderen van 0 tot 2 jaar. ‘Daar leer je wat je kunt doen met jonge kinderen, bijvoorbeeld liedjes zingen en samen spelen met je baby. Omdat het mijn derde is, weet ik al veel, maar het is toch een steun in de rug.’

Eigen bijdrage
De medewerkers van de Rotterdamse peuterschool doen volgens directeur Schiller elke dag ‘hun stinkende best’ om achterstandskinderen ontwikkelingskansen te bieden. Dat levert ook positieve rapporten op van de Onderwijsinspectie en de GGD. Daarom is het zuur dat het aantal aanmeldingen terugloopt. ‘We hebben op vijf van de zeventien locaties in mijn regio groepen moeten samenvoegen. Bij de Mozaïek hadden we vier groepen, maar dat zijn er nu nog maar drie’, vertelt Nooitmeer. ‘Het is in de tien jaar dat ik hier werk nooit voorgekomen dat zoveel doelgroeppeuters niet naar de voorschool komen.’

Heinz Schiller wijt de terugloop aan het in elkaar schuiven van gesubsidieerde peuterspeelzalen en commerciële kinderopvang die sinds 1 januari landelijk verplicht is, maar waarmee Rotterdam voorop loopt. Vanuit de wens kinderen van werkende ouders en achterstandskinderen samen te laten spelen en leren en álle peuters ‘een vliegende start’ te geven. Daarom hebben alle Rotterdamse peuters, kansarm én kansrijk, sinds september 2016 recht op twee dagdelen per week opvang tegen ‘een geringe, inkomensafhankelijke vergoeding’. Kinderen met een VVE-indicatie krijgen twee gratis dagdelen extra. Het is goed bedoeld, vindt Schiller, maar het betekent in de praktijk dat alle ouders voor de eerste twee dagdelen een inkomensafhankelijke bijdrage moeten betalen. Ouders in de laagste inkomenscategorie betalen 0,45 cent per uur, wat neerkomt op 10,80 per maand. ‘Dat lijkt niets, maar veel mensen in deze wijk hebben al moeite genoeg om rond te komen’, weet Daniëlle Nooitmeer.

Ouders die allebei werken en wat meer verdienen dan het minimum, betalen een hoger tarief – maximaal 7,45 euro per uur – maar kunnen een kinderopvangtoeslag aanvragen bij de Belastingdienst. Medewerkers van Peuter & Co kunnen daarbij helpen maar dan moeten ouders naar het hoofdkantoor komen en dat vinden ze snel te veel rompslomp. ‘Wij zitten in wijken waar de schuldenproblematiek groot is en waar veel laaggeletterden wonen. Die mensen zien er tegenop om hun hele doopceel lichten om hun kind te kunnen inschrijven voor de peuterschool. Ze hebben wel iets anders aan hun hoofd’, weet Heinz Schiller.

De gemeente Rotterdam hoopt met dit beleid segregatie tegen te gaan. Wensdenken, noemt Schiller dat. ‘Zolang wijken en buurten gesegregeerd zijn, mengen voorscholen ook niet. Onze peuterschool in de wijk Feyenoord, waar de helft van de mensen op of onder de armoedegrens leeft, heeft alleen doelgroepkinderen. Terwijl onze locatie in Park Zestienhoven, de nieuwste stadswijk van Rotterdam waar mensen hun eigen droomvilla kunnen bouwen, maar vier doelgroepkinderen telt.’

Dramatisch
De uitkomsten van het cohort-onderzoek wijzen bovendien uit dat niet alle kinderen profiteren van gemengde VVE-groepen, zoals de voorstanders denken. Achterstandskinderen hebben aantoonbaar baat bij voorschoolse educatie, maar kinderen die niet tot de doelgroep behoren, ontwikkelen zich niet zichtbaar sneller als ze een VVE-programma volgen. Gericht investeren in achterstandskinderen is daarom waarschijnlijk efficiënter en draagt meer bij aan het verkleinen van onderwijsongelijkheid dan investeren in voorschoolse educatie voor alle peuters, waarschuwen de onderzoekers.

Dat advies neemt onderwijsminster Arie Slob ter harte. De 170 miljoen die het kabinet heeft vrijgemaakt moet ten goede komen aan kinderen die het ‘t hardste nodig hebben, vindt hij. Daarom moeten gemeenten het besteden aan uitbreiding van het voorschoolse aanbod voor doelgroeppeuters van 10 uur naar 16 uur per week. Gemeenten die alle peuters een ontwikkelingskans willen bieden, zullen hun beleid dus moeten aanpassen of de brede voorziening uit eigen zak moeten betalen. Heinz Schiller hoopt dat het nieuwe gemeentebestuur van Rotterdam terugkeert naar de oude situatie waarin kinderen met een VVE-indicatie vijf dagdelen per week vrijwel gratis naar de voorschool konden en dat er wat geld overblijft voor het uitbouwen van de ouderbetrokkenheid. ‘Wij zouden deze ouders graag een keer per week thuis bezoeken om ze te begeleiden in het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind.’

Voor het bestrijden van achterstanden heb je gericht beleid nodig, stelt hij. ‘We moeten drempels slechten in plaats van barrières opwerpen, zoals nu gebeurt. Daardoor missen we in de moeilijkste wijken van Rotterdam 20 tot 25 procent van de doelgroep. Dat is dramatisch. Nee, het is schandalig.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.