of 63000 LinkedIn

Veel plicht, weinig kans

We verwachten van alles van bijstandsgerechtigden. Tegelijkertijd biedt de arbeidsmarkt steeds minder kansen op werk. Het is tijd voor een radicale hervorming van de bijstand, vinden de auteurs van een onlangs verschenen boek.

We verwachten van alles van bijstandsgerechtigden. Tegelijkertijd biedt de arbeidsmarkt steeds minder kansen op werk. Het is tijd voor een radicale hervorming van de bijstand, vinden de auteurs van een onlangs verschenen boek.

Waarom de bijstand onrechtvaardig is

Eerder dit jaar werden de resultaten van een aantal experimenten met de bijstand bekendgemaakt. Die gaven voor toenmalig staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) geen reden om de bijstand te hervormen. Het gestelde doel om de uitstroom naar werk te stimuleren en de uitgaven aan bijstandsuitkeringen te beperken, was niet behaald. De vraag die niet werd gesteld was: zijn de alternatieve vormen van bijstand rechtvaardiger dan het huidige systeem?

Wat onderzoekers Thomas Kampen en Melissa Sebrechts betreft, gaat het in de context van de bijstand te weinig over rechtvaardigheid. Sebrechts: ‘Het gaat vaak over doelmatigheid. Morele vragen raken op de achtergrond. Wat is rechtvaardig? Wat zijn de waarden die we belangrijk vinden? Hoe gaan we om met die kwetsbaarste laag van de samenleving?

Het onlangs verschenen boek Streng maar onrechtvaardig. De bijstand gewogen moet die morele vragen op de voorgrond krijgen. Kampen en Sebrechts, beiden universitair docent aan de Universiteit voor Humanistiek en gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam, zijn medeauteurs en samenstellers van het boek. Ze beginnen met een verwijzing naar Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister, die in 1965 het recht op de bijstand introduceerde. Van het idee van de bijstand als onaantastbaar recht dat beschermt tegen de grillen van de arbeidsmarkt is weinig meer over, betogen de auteurs. De titel van het boek verklapt de harde conclusie die de onderzoekers trekken: onze bijstand is niet alleen streng, maar ook nog onrechtvaardig.

‘Bijstand is gewoon niet toereikend’, aldus Kampen. ‘En kinderen zijn daar nog het meest de dupe van.’ Het verschil tussen wat mensen nodig hebben en de hoogte van een bijstandsuitkering is bij mensen met kinderen het grootst. Daar komt bij dat de kans om werk te vinden vanuit de bijstand miniem is. Per jaar vindt één op de tien bijstandsgerechtigden werk. Na drie jaar in de bijstand is die kans geslonken tot minder dan een op de twintig. En wie het geluk heeft een baan te vinden, vindt vaak een tijdelijke baan en valt snel weer terug in de bijstand.

Ondanks dat wordt van bijstandsgerechtigden verwacht dat ze positief blijven denken én iets terugdoen voor de samenleving, ook als dat een taak is die helemaal niet aansluit bij hun wensen en ambities. Ten slotte zijn de kansen om trainingen of scholing te volgen te klein en hebben bijstandsgerechtigden vaak weinig inspraak over hoe ze worden behandeld.

Ruil
‘De overkoepelende conclusie is dat de plichten zijn toegenomen, terwijl de kansen zijn afgenomen’, zegt Melissa Sebrechts. Dat komt omdat er in de loop der jaren steeds meer nadruk is gelegd op het principe van wederkerigheid: een bijstandsuitkering krijgt je niet voor niets, je moet er iets voor terugdoen. Opvallend is dat die gedachte niet alleen heerst bij beleidsmakers, maar ook bij mensen die zelf een bijstandsuitkering ontvangen. Vergeleken met veertig jaar geleden zien bijstandsgerechtigden hun uitkering nu veel meer als een ruil in plaats van een recht, vertelt Kampen. Dat komt deels omdat het idee al jarenlang in beleid is verankerd. ‘Het is ook een manier voor bijstandsgerechtigden om zichzelf aan het stigma van ‘profiteur’ te onttrekken’, voegt Sebrechts toe.

Dat betekent niet dat wederkerigheid als principe niet deugt, vinden de auteurs. Kampen: ‘Het geeft mensen meer zelfvertrouwen wanneer ze iets nuttigs kunnen doen. Maar wederkerigheid betekent ook dat mensen iets terug mogen verwachten voor hun inspanningen. Daar schiet het momenteel tekort.’ De in de wet vastgelegde ‘tegenprestatie’ is daar een voorbeeld van. Bij de invulling daarvan wordt geke ken naar het maatschappelijk belang, maar niet naar dat van de bijstandsgerechtigde zelf, zegt Kampen. ‘Die staat met lege handen.’

Gemeenten kunnen daar iets aan veranderen: ‘Regel inspraak in hoe activiteiten worden ingevuld, stel leerdoelen op en stel de tegenprestatie niet verplicht. Die verplichtende houding creëert wantrouwen, aan beide kanten.’ Terwijl de verplichtingen in de bijstand strenger zijn geworden, biedt de precaire arbeidsmarkt minder kansen om uit het bijstandsregime te ontsnappen. De onrechtvaardigheid van de bijstand, concluderen de auteurs, ‘komt vooral voort uit een discrepantie tussen verscherpt en sanctionerend bijstandsbeleid en een sterk veranderde arbeidsmarkt.’

Multitasken
De ‘veeleisende arbeidsmarkt sluit mensen uit’, schrijft Monique Kremer (bijzonder hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam). Als gevolg van doorgeslagen flexibilisering komen mensen uit de bijstand vaak slechts tijdelijk aan het werk. Kremer: ‘Tijdelijk werk is een structurele factor geworden in onze verzorgingsstaat.’ Ondertussen wordt het werk intensiever. ‘Sluipenderwijs wordt er op het werk steeds meer van mensen gevraagd: je moet kunnen multitasken, vaardigheden hebben om met mensen om te gaan, aan de slag kunnen met technologie, probleemoplossend vermogen hebben en continu kunnen leren.’

Dat betekent dat het rechtvaardiger maken van de bijstand vraagt om meer dan een hervorming van de bijstand zelf. Ook de arbeidsmarkt moet worden aangepakt. Dat inzicht biedt wellicht troost, zeggen Kampen en Sebrechts, voor klantmanagers bij de gemeente, die hun best doen om bijstandsgerechtigden aan het werk te krijgen en weinig succes boeken. Kampen: ‘Het is eigenlijk een onmogelijke opdracht waar die klantmanagers mee te maken krijgen. Ik hoop dat het boek voor hen gelegenheid biedt om uit te zoomen en beter te begrijpen waar hun frustraties vandaan komen. En om beter te begrijpen waar de frustraties van de bijstandsgerechtigden waarmee ze werken vandaan komen.’

De sombere conclusie over de arbeidsmarkt nodigt uit op een andere manier naar de bijstandsexperimenten te kijken waarvan de resultaten eerder dit jaar verschenen. Daaruit bleek namelijk dat intensievere begeleiding en een aanpak op basis van vertrouwen geen significant effect had op de uitstroomcijfers. ‘Dat komt wellicht doordat het grootste probleem niet daar ligt, maar bij de arbeidsmarkt’, suggereert Sebrechts voorzichtig.

Is de bijstand nog te repareren? Kampen en Sebrechts denken van wel. ‘Zorg dat de gevolgen van de flexibele arbeidsmarkt niet terechtkomen bij bijstandsgerechtigden’, aldus Kampen. De auteurs dragen een aantal oplossingsrichtingen aan die zowel de bijstand als de arbeidsmarkt radicaal moeten veranderen. Ten eerste moet de hoogte van de bijstandsuitkering worden opgeschroefd om armoede te voorkomen. Ook moet het recht op de bijstand minder afhankelijk worden gemaakt van het inkomen of vermogen van familieleden en huisgenoten. Daarnaast moeten bijstandsgerechtigden meer kansen krijgen om een opleiding te volgen.

Concrete voorstellen
Als het gaat om de arbeidsmarkt doen de auteurs twee concrete voorstellen. De overheid kan arbeidspools organiseren, zegt Sebrechts. ‘Flexwerkers die van de ene naar de andere baan hoppen, komen dan in een soort pool terecht waarin ze de zekerheid hebben van een vast inkomen elke maand. Ook als het werk wisselt.’ Zo nemen werkgevers en de overheid samen de onzekerheid van tijdelijk werk op zich.

Ten slotte raden de auteurs aan om zogenaamde basisbanen te creëren. Dat zijn banen die vanuit maatschappelijke oogpunt nuttig zijn, maar waarvoor op dit moment geen plaats is op de arbeidsmarkt. Het belang van de baan moet daarbij duidelijk zijn, zodat de bijstandsgerechtigde erkenning voelt voor het werk. Ook moet doorstroming naar een ‘echte baan’ mogelijk blijven, maar niet het doel zijn van de basisbaan. En de baan moet niet als plicht of gunst worden gezien – de basisbaan moet een recht zijn.

‘Streng maar onrechtvaardig. De bijstand g ewogen’. Uitgeverij Van Gennep. Redactie: Thomas Kampen, Melissa Sebrechts, Trudie Knijn en Evelien Tonkens.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.