of 59345 LinkedIn

Toevlucht bij leerwerkbedrijf

Sandra Olsthoorn Reageer
De jeugdwerkloosheid loopt in rap tempo op. Staatssecretaris Klijnsma toerde rond om te zien wat er voor de jongeren wordt gedaan. Regelingen moeten eenvoudiger, kreeg ze te horen.

Bijna een jaar geleden trok de directeur van het Nijmeegse leerwerkbedrijf Born al aan de bel bij de gemeente. Door de economische crisis werd het steeds moeilijker stageplaatsen en leerwerkplekken voor de studenten te vinden.

 

Leerlingen blijven daarom langer bij het leerwerkbedrijf en bij gebrek aan echte opdrachten verzinnen ze die zelf maar. In de werkplaats metselen ze oefenmuurtjes, om die vervolgens weer af te breken. Belangrijk om de vaardigheden en motivatie van de jongens op peil te houden, maar het kost wel geld.

 

Vorige week kreeg bouwopleidingsbedrijf Born staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) op bezoek. Directeur Geert Robben greep de gelegenheid direct aan voor een cri de coeur: ‘Ik hoor allerlei plannen, maar wij hebben intussen nog geen euro gezien. Wie helpt ons? Wie neemt nou echt de leiding? Alles financieren we nu zelf voor, uit ons eigen vermogen, maar dat houdt een keer op.’

 

Klijnsma deed het Nijmeegse leerwerkbedrijf aan tijdens een tour van een week door het land. Ze wilde met eigen ogen zien hoe het staat met de bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Die loopt snel op. De werkloosheid onder jongeren steeg in het tweede kwartaal naar 11,4 procent, dat is een stijging van ruim 2 procent ten opzichte van een jaar eerder.

 

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn nu meer dan 100 duizend jongeren tussen de 15 en 24 jaar op zoek naar werk. Hoeveel daarvan samenhangt met de crisis, is onduidelijk, maar vaststaat dat zonder bijzondere maatregelen de cijfers nog veel harder oplopen. Oud-voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid Hans de Boer schat dat de werkloosheid onder jongeren kan toenemen tot 160 duizend; een verdubbeling ten opzichte van de jaren voor de crisis.

 

Broodnodig

 

De gevolgen van die oplopende werkloosheid ondervindt Thijs aan den lijve. Hij zit in een klaslokaal bij Born te studeren als hij wordt overvallen door Klijnsma en haar gevolg van ambtenaren. Thijs heeft al vier maanden gewerkt bij een ‘echt’ bouwbedrijf, maar de eigenaren moesten na de bouwvak alle personeel ontslaan. Nu is hij noodgedwongen weer naar school en krijgt hij ’s ochtends een geïmproviseerde theorieles en ’s middags praktijkoefeningen.

 

‘Ik was helemaal niet gemotiveerd om weer naar school te gaan’, vertelt hij de staatssecretaris. ‘Maar thuisblijven zag ik ook niet zitten.’ Hij heeft een wijs besluit genomen, drukt Klijnsma Thijs op het hart: ‘Ik snap dat het een nare situatie is als je al hebt gewerkt en je het werk leuk vindt. Maar we hebben jullie straks broodnodig. En als je een jaar niks was gaan doen, had een werkgever straks gedacht: wat een dreutel!’

 

Jeugdzorg

 

De taak om de oplopende jeugdwerkloosheid in te dammen, is op voorstel van Klijnsma grotendeels uitbesteed aan de dertig arbeidsmarktregio’s. Die moesten in plannen duidelijk maken hoe ze de jeugdwerkloosheid in hun regio dachten te bestrijden. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft over drie jaar 153 miljoen euro voor uitvoering van de plannen uitgetrokken. Daarnaast is 75 miljoen euro beschikbaar uit het Europees Sociaal Fonds (ESF).

 

Tijdens haar rondreis heeft Klijnsma een aardig beeld gekregen van hoe het er nu voor staat, vertelt ze aan boord van haar toerbus: ‘Ik heb mooie voorbeelden gezien en enthousiaste wethouders gesproken. Maar ik merk wel dat nog wordt gezocht naar de juiste aanpak. Met name het lijntje naar de jeugdzorg blijkt ingewikkeld. Als jongerenwerkers de jongeren met problemen naar het Werkplein brengen, wordt daar wel een vervolg aan gegeven. Maar hoe bereik je jongeren die niet uit zichzelf komen of worden aangebracht? Daar zit nog een groot probleem. Ik zie dat iedereen zijn best doet, maar het is wel ingewikkeld.’

 

Juist bij de doelgroep die meer problemen heeft dan alleen werkloosheid is er een belangrijke taak voor de gemeenten, wil de staatssecretaris benadrukken: ‘Het zou logisch zijn nu voor de gemakkelijkst bemiddelbare groep te kiezen, maar het is bij uitstek de stiel van gemeenten om juist die moeilijke doelgroep te blijven steunen. Voor de crisis waren ze daar ook goed mee op stoom, en ik wil dat de gemeenten dat volhouden.’

 

Inmiddels zijn alle plannen van de dertig regio’s goedgekeurd. De vraag is wat er nu van de uitvoering terechtkomt. ‘Papier is geduldig’, merkt Klijnsma op. ‘Dus ik wil zien wat er precies gebeurt, daarom was deze tour ook zo belangrijk voor me. Het is nieuw dat we dit regionaal inzetten en ik merk ook dat de sociale partners het een lastige opzet vinden. Maar het moet allebei. Je moet landelijk en per sector afspraken maken zodat iedereen op basis daarvan precies weet wat allemaal mogelijk is. Maar het is aan de gemeenten om dat in te kleuren met regionale instrumenten. Vaak zijn regionale omstandigheden zo bepalend, dan heb je niks aan landelijke afspraken.’

 

Regelingen

 

Dan de kwestie van het leerwerkbedrijf Born. De leerlingen daar krijgen gewoon het CAO-loon dat ze anders ook voor hun werk zouden krijgen, alleen is er nu geen werkgever die bijdraagt aan die kosten. Directeur Robben zou dan ook graag aan de deeltijd-WW meedoen, want dat geld is nu meteen beschikbaar. Maar de 74 leerwerkbedrijven in het land zijn voor die regeling net weer uitgesloten. Klijnsma zegt hem toe te kijken of er in de afspraken die met de sector zijn gemaakt nog wat aangepast moet worden.

 

Dat regels alle goede bedoelingen nogal eens in de weg zitten, lijkt een rode draad in de hele tournee, vertrouwt de woordvoerder van de staatssecretaris toe. En ook bij het tweede werkbezoek van deze dag komt het weer ter sprake.

 

Ingewikkeld

 

De tour heeft zich inmiddels verplaatst naar Utrecht en treft daar bij het project Titan ook minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin. Titan is een dagbestedingsproject voor jongeren die in aanraking zijn gekomen met politie en justitie. Ze doen er werkervaring op in de fietsenwerkplaats of achter de computer. En leren er werkenderwijs basisvaardigheden als op tijd komen en werken met collega’s.

 

De financiering is ongelooflijk ingewikkeld, probeert directeur Jeroen Honhoff de beide bewindslieden tussen het rondleiden door duidelijk te maken. ‘De meeste jongens die we binnenkrijgen hebben een lichte verstandelijke handicap’, verduidelijkt hij.

 

‘Wij hebben ze een jaar in traject en doen een half jaar aan nazorg. Dat wordt betaald door de gemeente, vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maar daarna hebben deze jongeren nog steeds begeleiding nodig. Het geld moet dan uit een ander potje komen. Ze moeten dus over naar de geïndiceerde jeugdzorg of AWBZgefinancierde zorg. Wij zijn alleen geen jeugdzorg- of AWBZ-instelling. Dus dat betekent dat ze hier weg moeten, en elders met een nieuw traject beginnen, terwijl wij ze hier gewoon goed kennen en verder kunnen begeleiden.’

 

Vreemd

 

Na nog een werkbezoek aan een Utrechtse locatie van de McDonald’s, waar jongeren werken die op straat worden aangesproken of ze op zoek zijn naar werk, eindigt Klijnsma haar tour deze dag met een debat op een afdeling van ROC Midden Nederland. Aan tafel werkgevers uit de regio, de Utrechtse wethouder Marka Spit en een vertegenwoordiger van de FNV Jongeren.

 

Tynke van de Heuvel van recyclebedrijf Jacomij maakt meteen duidelijk dat in de begeleiding van moeilijk bemiddelbare mensen nog wel wat te winnen valt: ‘Wij zijn heel enthousiast begonnen met een project om langdurig werklozen, waaronder ook jongeren, aan te nemen. Maar dat is ons best tegengevallen. Je komt veel motivatieproblemen tegen en de begeleiding kost ons vaste personeel veel energie. We hebben zes mensen een baan kunnen geven, terwijl we meer plekken beschikbaar hadden.’

 

Ook andere werkgevers aan tafel hebben nog banen te vergeven, zoals bij winkelbedrijven en in de zorg. Maar, en dat is het gekke van deze crisis, die jongeren komen niet. Vooral in de zorgsector ziet Klijnsma een flink probleem. ‘Daar heerst blijkbaar een vreemd beeld over, dat is me deze week wel weer duidelijk geworden. Ik denk dat het heel belangrijk is dat intrinsiek duidelijk gemaakt wordt hoe leuk werken is!’

 

Leren én werken

 

Leerlingen die een opleiding in de bouw volgen, leren de praktijk bij bedrijven. Alleen erkende leerbedrijven mogen opleiden. Bij deze bedrijven worden de jongeren verder opgeleid en onder begeleiding van het leerbedrijf gedetacheerd bij een gewone werkgever. De leerbedrijven in de bouw worden onder andere gefinancierd uit het opleidingsfonds van de bouwsector.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.