of 63082 LinkedIn

Op zoek naar toekomstige schuldenaars

Vanaf 1 januari 2021 moeten gemeenten signalen van beginnende schulden bij hun inwoners eerder oppakken, om zo erger te voorkomen. Dat is midden in een economische crisis urgenter dan ooit. Wel leidt die aanpak tot meer lastige gesprekken.

Vanaf 1 januari 2021 moeten gemeenten signalen van beginnende schulden bij hun inwoners eerder oppakken, om zo erger te voorkomen. Dat is midden in een economische crisis urgenter dan ooit. Wel leidt die aanpak tot meer lastige gesprekken.

Nieuwe wet benadrukt vroegsignalering

Terwijl de curve van de tweede coronagolf lijkt af te vlakken, proberen schuldhulpverleners grip te krijgen op een golf die nog moet komen. Namelijk: de golf aan schulden en betalingsproblemen die de komende jaren als een naschok van de crisis over het land zal spoelen.

Die golf is onvermijdelijk – deskundigen verwachten al dit jaar zo’n 30 procent meer schulden. Volgend jaar is er in het ergste geval sprake van een verdubbeling. Maar de golf is ook nog nauwelijks zichtbaar. Net als in de vorige economische crisis, melden mensen met beginnende betalingsachterstanden zich niet meteen. De eerste zes maanden van de crisis kregen schuldhulpverleners zelfs minder hulpvragen dan normaal.

Toch zijn schuldhulpverleners al bezig met pogingen om de curve van die toekomstige golf af te vlakken. Het sleutelwoord daarbij is vroegsignalering. Als mensen met beginnende schulden kunnen worden opgespoord en laagdrempelige hulp krijgen, kan dat straks een hoop schade besparen. Het toeval wil dat juist in deze periode een wetswijziging in werking treedt die gemeenten verplicht om aan vroegsignalering van schulden te doen. De nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gaat op 1 januari 2021 in en schijft voor dat gemeenten met zogenaamde vaste lasten-partners – zorgverzekeraars, energieleveranciers, drinkwaterbedrijven en woningcorporaties – moeten gaan samenwerken om schulden in de kiem te smoren.

De wetswijziging, die al ver voor corona in de maak was maar nu extra urgent is geworden, is een stap in de goede richting, vinden schuldhulpverleners en deskundigen. Maar alles hangt af van hoe gemeenten aan deze wet invulling gaan geven. Want vroegsignalering is zo eenvoudig nog niet.

Landelijk platform
Dat weet ook Maria Buur, die als projectleider Vroegsignalering schulden bij de gemeente Nijmegen al enkele jaren ervaring heeft met het fenomeen. ‘We hebben ontdekt dat we een groep mensen bereiken die we anders niet in beeld zouden hebben’, zegt Buur. ‘We dachten dat het zou gaan om veel mensen met een uitkering, maar het bleken juist veel werkende mensen te zijn.’ Vanaf begin 2017 kwam er een landelijke beweging op gang van gemeenten die kennis over vroegsignalering uitwisselden. Die verspreidde zich als een olievlek, aldus Buur, en al snel werd er een landelijk platform opgericht om vroegsignalering van schulden te stimuleren. ‘Inmiddels doet de helft van alle gemeenten iets aan vroegsignaleren’, vertelt Anja Tijdhof, die ook bij het landelijke projectteam is betrokken.

De inzet van het project heeft er mede toe geleid dat er nu een Landelijk Convenant Vroegsignalering bestaat, waarin de landelijke brancheverenigingen van de vaste lastenpartners met gemeenten overeenkomen hoe de samenwerking gaat verlopen. Buur: ‘De partners wilden niet met alle 355 gemeenten apart aan tafel gaan zitten.’

‘De signaalpartners zien ook echt de meerwaarde’, vult Tijdhof aan. ‘Die zien dat verderop in de incasso de problemen toenemen, terwijl grotere schulden op deze manier worden voorkomen en de achterstand toch wordt betaald. Vroegsignalering is eigenlijk voor iedereen positief: voor de inwoner die sneller hulp krijgt, de signaalpartner die de achterstand betaald krijgt, en de gemeente die minder aan dure en intensieve hulverlening hoeft uit te geven. Voor de hele maatschappij winst.’

In zekere zin komt de wet dus op het best mogelijke moment: de vaste lasten-partners zijn er klaar voor, veel gemeenten hebben al wat ervaring opgedaan met vroegsignalering, en vanwege de crisis wordt het nóg belangrijker om hierop in te zetten. Anderzijds zou de timing ook onhandig kunnen uitpakken: vanwege de coronacrisis krijgt de schuldhulpverlening het al druk genoeg. Het risico bestaat dat gemeenten geen tijd en middelen hebben om serieus aan de slag te gaan met vroegsignalering.

Dubbele druk
Zo maakt Marleen Smit, procesmanager bestaanszekerheid bij Divosa, zich zorgen om een ‘dubbele druk’ die ontstaat door de combinatie van de verhoogde vraag naar schuldhulp vanwege de coronacrisis én de verplichtingen vanuit de nieuwe wet. De druk wordt ook nog verhoogd door het feit dat het rijk geen aanvullende middelen beschikbaar stelt voor de uitvoering van de nieuwe wet.

De redenering is dat een investering in vroegsignalering zichzelf terugverdient. Als gemeenten krap bij kas zitten, is het denkbaar dat ze aan de wettelijke verplichting voldoen door alleen maar een brief te sturen aan elke inwoner van wie ze een signaal binnenkrijgen. ‘Maar het is bekend dat een brief sturen niet werkt’, zegt Marion Bijveld, adviseur schuldhulp bij kennis- en adviesorganisatie Stimulansz. In dat geval resulteert de wet vooral in meer administratief werk.

‘Dan gaat er veel tijd verloren die beter kan worden gebruikt voor het daadwerkelijk oplossen van schulden’, aldus Bijveld. Nadja Jungmann, lector schulden en incasso bij de Hogeschool Utrecht, deelt de zorgen. ‘Niets stopt gemeenten om te zeggen: weet je wat, zet het kopieerapparaat maar aan en stuur al die mensen een brief.’ Jungmann denkt dat het aantal signalen in een deel van de gemeenten wel eens overweldigend zou kunnen zijn. ‘Als het gaat om alle mensen die twee maanden de zorgpremie niet betaald hebben, gaat die optelsom tot enorme aantallen leiden.’

Bovendien vraagt ze zich af of de signalen van de vaste lasten-partners de beste signa len zijn. ‘Misschien zijn er wel slimmere signalen. Vanuit de wetenschap zijn we daarnaar nog op zoek. Het nadeel van een wet is dat het vaak zo in beton is gegoten. Als wij meer leren over vroegsignalering, dan is er weinig ruimte om de boel bij te stellen.’ Volgens Maria Buur is er wel degelijk ruimte om te experimenteren, op basis van het experimenteerartikel in de wet. ‘Deze wetswijziging is het begin van een langer traject. Je moet ergens beginnen.’ Maar Buur erkent wel dat er veel meer soorten signalen zijn die mogelijk nuttig zijn voor vroegsignalering. Zo is Buur al in gesprek met hypotheekverstrekkers over afspraken voor samenwerking. Ook zou ze graag betalingsachterstanden bij de gemeentebelastingen als signaal willen gebruiken.

Bewuste keuze
Wel heeft het rijk een bewuste keuze gemaakt voor de vaste lasten als signaal, legt Anja Tijdhof uit. ‘Bij vaste lasten is de impact als het mis gaat heel groot. Dan word je je huis uitgezet of wordt gas en licht afgesloten. Dat wil niet per se zeggen dat dit de beste signalen zijn, maar je begint daar waar de risico’s het grootst zijn.’

Er speelden ook andere overwegingen mee, licht beleidsmedewerker Pieter Roos van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toe: ‘We willen met zo min mogelijk uitwisseling van persoonsgegevens zo veel mogelijk mensen vinden. En je kunt je afvragen, als je nieuwe signalen gaat toevoegen, of je daarmee ook echt nieuwe mensen vindt.

Of dat je dan uitkomt bij hetzelfde huishouden dat al een huurachterstand had en de energierekening niet had betaald.’ Bovendien, zegt Roos, zou het voor gemeenten een nóg grotere opgave zijn om met nóg meer verschillende signalen te moeten werken. Want ook met de vier signalen van de vaste lasten- partners hebben gemeenten waarschijnlijk hun handen wel vol. Gemeenten zullen zelf moeten gaan kiezen bij welke signalen ze welke actie ondernemen: wie stuur je een brief, wie bel je op en bij wie ga je op huisbezoek? Je kunt ervoor kiezen om bij een combinatie van signalen persoonlijk contact te leggen, stelt Jungmann voor. Maar dan loop je kans om thuiswonende jongeren te missen, voegt adviseur Marion Bijveld toe, omdat die vaak alleen de zorg premie hoeven te betalen. Het is een delicaat proces.

Uiteindelijk ligt de zwaarste taak voor de schuldhulpverleners in het meest menselijke aspect van hun werk: het overtuigen van iemand met nog maar een kleine schuld van het nut van schuldhulpverlening. ‘Het lastigste van dit werk’, vertelt Jungmann, ‘is dat niet iedereen, door de dynamiek van geldstress, eraan toe is om alle concessies te doen die nodig zijn om de problemen op te lossen. Stress maakt dat je niet meer op die manier logisch nadenkt.’

Bijveld heeft er ook ervaring mee. Als schuldhulpverlener merkte ze dat adviesgesprekken met mensen met kleine, beginnende schulden uitdagender waren dan die met mensen die al dieper in de problemen zaten. ‘Vooral die groep die nog niet heeft geaccepteerd dat het mis gaat lopen, terwijl je dat al wel aan ziet komen. Bijvoorbeeld mensen die net hun baan zijn verloren. Dat zijn lastige gesprekken.’ Jungmann: ‘Het is belangrijk om niet meteen een oplossing aan te bieden. Je kunt beter mensen laten nadenken over de vraag: waarom zou het voor mij belangrijk kunnen zijn om in te stappen op hulp?’

Imago
Dat het lastige gesprekken zijn, heeft volgens Jungmann en Bijveld ook te maken met het imago van de schuldhulpverlening: mensen denken vaak dat ze er minstens drie jaar aan vastzitten en meteen hun auto weg moeten doen. ‘Het zou goed zijn als mensen weten dat je bij de schuldhulpverlening ook terecht kan voor bijvoorbeeld hulp bij een betalingsregeling of herfinanciering van schulden’, vindt Bijveld.

Ook het negatieve imago van mensen met schulden zit in de weg, voegt Tijdhof toe. Het woord ‘wanbetaler’ wordt bijvoorbeeld nogal eens gebruikt. ‘Maar we hebben het over een hele grote groep Nederlanders die hard werken om de vaste lasten en de boodschappen te betalen. Als we die al snel als wanbetaler aanmerken, dan ontstaat schaamte. Die beeldvorming doet iets met mensen die al met hun rug tegen de muur staan. En daardoor zijn ze minder geneigd om op een hulpaanbod in te gaan.’

Of de nieuwe wet bijdraagt aan het afvlakken van de curve van de aankomende schuldengolf, hangt dus helemaal af van hoe gemeenten er invulling aan geven. Jungmann: ‘Wil je mensen écht in een vroeg stadium helpen, dan ga het je niet redden met een brief. Dan is een dialoog heel belangrijk. En dan is de vraag: hebben we daar in coronatijd de middelen voor?’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.