of 63623 LinkedIn

Ook met 200 miljoen nog geen dak

Het aantal daklozen stijgt jaar na jaar en de groep wordt steeds diverser. Gemeenten kregen 200 miljoen euro extra van het rijk om het probleem aan te pakken. Maar voor een structurele oplossing is meer nodig, stellen wethouders Simone Kukenheim (Amsterdam) en Miriam Haagh (Breda).

Het aantal daklozen stijgt jaar na jaar en de groep wordt steeds diverser. Gemeenten kregen 200 miljoen euro extra van het rijk om het probleem aan te pakken. Maar voor een structurele oplossing is meer nodig, stellen wethouders Simone Kukenheim (Amsterdam) en Miriam Haagh (Breda).

Gemeenten over het Blokhuisgeld


Paul Blokhuis schrok zich rot, toen hij in 2019 hoorde dat het aantal daklozen in tien jaar tijd was verdubbeld. Het CBS meldde dat het aantal was gestegen tot iets onder de veertigduizend. ‘We zouden ons moeten schamen dat we er in zo’n rijk land niet in slagen om mensen een fatsoenlijk dak boven het hoofd te bieden’, zei de ChristenUnie-staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). In april 2020 voegde Blokhuis de daad bij het woord. Hij stelde 200 miljoen euro beschikbaar voor het terugdringen van dakloosheid. Het geld is inmiddels grotendeels verdeeld onder de centrumgemeenten, die de regie voeren over de opvang van daklozen in hun regio.

De middelen worden besteed in 2020 en 2021. Wat kunnen gemeenten daarmee? Amsterdams wethouder Simone Kukenheim (zorg, D66) is er kort over: ‘Het helpt. Een beetje. En tijdelijk.’ Amsterdam kreeg het leeuwendeel van het geld: 47 van de 200 miljoen euro. Daardoor kunnen nu mensen worden geholpen die anders geen hulp konden krijgen, zegt Kukenheim, maar het lost de onderliggende problematiek niet op. Een groot deel verdwijnt namelijk in de gaten van budgetten die in de basis al tekortschoten, blijkt uit het plan dat de gemeente Amsterdam aanleverde bij het ministerie. Bovendien ligt het grootste knelpunt simpelweg in een tekort aan betaalbare woningen, weet Kukenheim, en dat los je niet met een incidenteel extraatje op.

‘Ik ben er zó blij mee dat we deze middelen krijgen. Dat geeft echt even ruimte’, zegt Miriam Haagh, wethouder (zorg, PvdA) in Breda. Haagh gebruikt het geld – bijna 2 miljoen euro – vooral om nieuwe aanpakken te ontwikkelen voor een doelgroep die volgens de wethouder qua zorgvraag steeds diverser wordt. ‘Maar als je een echte beweging op gang wil brengen, is daar meer geld voor nodig’, vindt ook Haagh. De oorzaak van de problemen ligt namelijk, ook in Breda, grotendeels in de huisvesting.

‘Je kunt er echt wel wat mee doen. Maar je kunt er niet structureel de dakloosheid mee oplossen’, zegt Esmé Wiegman, directeur van Valente, de branchevereniging voor de maatschappelijke opvang. Ook zij benadrukt dat de kern van het probleem bij huisvesting ligt: ‘Er moet gewoon worden gebouwd. Alleen dat ligt bij niet bij VWS, maar bij een ander ministerie. Deze 200 miljoen is echt bedoeld voor begeleiding, niet om te bouwen.’ De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) sloot zich onlangs in een brief aan de Tweede Kamer aan bij de oproep voor een meer structurele aanpak – en de daarbij horende structurele middelen.

Opstopping
De gemeente Amsterdam was zelfs zo brutaal om in het plan dat ze bij het ministerie indiende niet alleen een voorstel te doen voor de komende twee jaar – zoals de vraag van het ministerie – maar ook voor de komende vijf jaar. De argumentatie: ‘Om daadwerkelijk een impuls te geven aan het terugdringen van dakloosheid in Amsterdam is een meerjarig programma nodig. Dit vraagt om een lange-termijn-investering.’

Amsterdam kampt dan ook met een serieus probleem. ‘We zien dat sinds anderhalf jaar onze keten vastloopt: we kunnen de stijgende vraag niet meer behappen’, schrijft de gemeente in de aanvraag. Dat is te zien aan de wachtlijsten: bijna duizend mensen wachten in Amsterdam op een plek in het beschermd wonen, meer dan tweehonderd gezinnen wachten op een maatwerkvoorziening en ruim honderd kwetsbare jongvolwassenen (18 tot 23 jaar) staan er op de wachtlijst voor maatwerkopvang.

De opstopping in de keten wordt veroorzaakt door een combinatie van oorzaken, legt wethouder Kukenheim uit. Er stromen steeds meer mensen het beschermd wonen in vanuit de ggz-klinieken, die aan het afschalen zijn. Bovendien is Amsterdam volgens Kukenheim ‘een heel aantrekkelijke stad voor mensen die kwetsbaar zijn’. Amsterdam vangt dus veel (potentieel) dakloze mensen op die van buiten de stad of buiten het land komen. Tegelijkertijd blijven de beschikbare plekken langer bezet dan wenselijk, omdat doorstroom naar een eigen woning lastig is. Dat komt weer door die oververhitte woningmarkt.

Het is dus weinig verrassend dat de gemeente een groot deel van het budget besteedt aan het wegwerken van wachtlijsten. Kukenheim: ‘Dit zorgt ervoor dat we mensen die wachten kunnen begeleiden. Dat is belangrijk, want die hulp kan betekenen dat we zorgen dat mensen niet verder afglijden.’

Nog eens 17 miljoen vult een tekort op dat er eigenlijk altijd al is, maar dat in eerdere jaren door de gemeente zelf werd aangevuld. Kukenheim: ‘Onze begroting staat onder zo’n grote druk dat we dat extra geld, wat we traditioneel uitgeven, niet meer konden uitgeven.’ Het tekort was zo’n 17 miljoen voor 2020 en 2021 maar, zo waarschuwt de gemeente, loopt tot 2024 op tot 56 miljoen – zolang het kabinet niet structureel geld bijlegt, althans.

Perspectief
Toch blijft er ook geld over voor nieuwe plannen. Zo gaat Amsterdam bijvoorbeeld aan de slag met het werven van kamers bij particulieren, waar jongvolwassenen terecht kunnen die geen zelfstandige woning kunnen vinden. Ook wordt er gewerkt aan preventie van dakloosheid, onder andere door onderzoek te doen naar manieren om samenwonen aantrekkelijker te maken.

Er is veel aandacht voor de groep ‘economisch daklozen’, waarvan er al meer dan 1.100 zijn in Amsterdam. Deze groep heeft in principe geen zorg nodig, maar kan simpelweg om economische redenen geen woning vinden. Amsterdam wil de financiële dienstverlening en de begeleiding naar een stabiele woonsituatie uitbreiden. Dat kan ook betekenen dat mensen worden geholpen om Amsterdam te verlaten.

Kukenheim: ‘Voor ons is het belangrijk dat we met alle gemeenten kunnen overleggen: waar ligt het meeste perspectief voor deze mensen? Misschien is het wel gunstig om een nieuwe stap elders te zetten. Nu begrijp ik wel dat de woningnood niet alleen in Amsterdam een probleem is, maar dit moeten we met heel Nederland doen. Amsterdam heeft een grote aantrekkingskracht op mensen die zorg nodig hebben. Daar ben ik trots op, maar ik kan het toekomstperspectief niet bieden. Ik vind het prima om hier zorg te verlenen, als je maar weet dat mensen daarna ergens anders een woning kunnen vinden.’

Ook wethouder Haagh van Breda heeft te maken met een groeiende groep economisch daklozen. De gemeente Breda ziet een stijgend aantal mensen mét baan maar zonder huis. ‘Die groep heeft in eerste instantie geen zorgvraag’, aldus Haagh. ‘Maar als zo’n situatie langer duurt … Dat is gewoon niet wenselijk.’ Voor hen gaat de wethouder, zoals in andere gemeenten ook al gebeurt, legale onderhuur mogelijk maken. Met een tijdelijke woning voor elf maanden moet de stap naar een vastere plek worden gefaciliteerd.

Om dakloosheid te voorkomen, gaat de gemeente samen met woningcorporaties zogenaamde ‘wakkerschudders’ in dienst nemen. Die gaan, op het moment dat er een huisuitzetting dreigt door oplopende schulden, de bewoner ‘wakkerschudden’, om uitzetting te voorkomen.

Diversiteit
Naast de groep economisch daklozen ziet de gemeente Breda – net als Amsterdam en veel andere gemeenten – een groep waarvan de zorgvraag steeds complexer en intensiever wordt. Haagh: ‘Waar je tien, vijftien jaar geleden nog zag dat veel daklozen één probleem hadden – verslaving – hebben we nu veel meer te maken met multi-problematiek. Daardoor ontstaat er een soort vaste groep die niet zo snel doorstroomt.’

Een van de methoden die voor die groep kan helpen, is het housing first-principe. Breda was een van de eerste gemeenten in Nederland die daar ervaring mee opdeed, vertelt Haagh. ‘Het is best een gewaagde aanpak, waarbij je zegt: we zorgen eerst voor een dak boven je hoofd. We gaan werken aan het leven in een huis, op één plek. En daarna gaan we aan je problemen werken. Een kostbaar concept, maar het werpt zijn vruchten af.’ Met het Blokhuis- geld wil de gemeente de capaciteit van het housing first-project uitbreiden van 35 naar 40 woningen.

Ten slotte maakt Haagh zich ook zorgen om de groeiende groep zwerfjongeren, die nog te weinig in het vizier zijn van hulpverleners. ‘Onze maatschappelijke partners zeggen: er zijn veel jongeren met problemen die zich via de gebruikelijke kanalen niet melden. Ze zijn er wel, we weten er iets van, maar we hebben ze niet in beeld met een zorgvraag.’ Voor zwerfjongeren zet de gemeente vooral in op nieuwe, laagdrempelige vormen van contact en ondersteuning om meer te leren over de groep en passende vormen van begeleiding te verkennen. Haagh benadrukt dat de groep dak- en thuislozen erg divers is, en daarom ook een diversiteit aan hulp nodig heeft. Wat haar betreft is het extraatje vanuit het ministerie dan ook erg welkom als middel om meer verschillende aanpakken in te zetten. ‘We grijpen alle kansen nu aan om de komende twee jaar nieuwe aanpakken te proberen.’

Ondanks de verschillen kampen Haagh en Kukenheim dus met grotendeels dezelfde soort problemen. En beide wethouders zijn ervan overtuigd dat het volgende kabinet structureel werk zal moeten maken van het huisvestingsvraagstuk. Esmé Wiegman van branchevereniging Valente is het daarmee eens. ‘Dit kabinet en dit ministerie hebben oog voor de problematiek, maar zij kunnen niet over hun eigen graf heen regeren. Het is belangrijk dat huisvesting aan de formatietafel op de agenda komt te staan. We zijn er immers, ook door corona, allemaal van doordrongen dat het hebben van een dak boven je hoofd belangrijk is. Bovendien: niets doen is niet gratis. Het is veel duurder om mensen eerst diep in de problemen te laten komen, en ze dan pas te helpen. Dat denken moet heel goed tussen de oren komen.’


Afbeelding

Van de 200 miljoen euro het ministerie van VWS beschikbaar stelde, is inmiddels 135 miljoen over 21 centrumgemeenten verdeeld. Zie de top tien hierboven. Voor de overige 22 centrumgemeenten is een budget van 45,5 euro beschikbaar. Daarnaast gaat ruim 15 miljoen naar regiogemeenten. Met de resterende 4 miljoen wordt onder meer het ondersteuningsaanbod aan gemeenten, de maatschappelijke kosten-batenanalyse en de monitoring van de voortgang gefinancierd.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.