of 59925 LinkedIn

Naar believen kunnen kiezen

De inkoopmethode open house is niet de heilige graal voor het sociaal domein, maar het is onzin om haar bij het oud vuil te zetten. Er zitten mitsen en maren aan, maar ook veel voordelen. Bovendien kan worden bijgeschaafd, waarmee de vermeende nadelen kunnen worden ingeperkt.

De inkoopmethode open house is niet de heilige graal voor het sociaal domein, maar het is onzin om haar bij het oud vuil te zetten. Er zitten mitsen en maren aan, maar ook veel voordelen. Bovendien kan worden bijgeschaafd, waarmee de vermeende nadelen kunnen worden ingeperkt.

Gemeenten zien vooral veel voordelen van open house

Veel, heel veel gemeenten gebruiken open house voor de inkoop van Wmo en jeugdzorg. Uit de vorig jaar verschenen Monitor Gemeentelijke zorginkoop 2018, van het Nederlandse Jeugdinstituut (NJi) en PPRC, bleek dat bij de Wmo deze inkoopsystematiek bij 87 procent van de inkoopcontracten wordt ingezet en bij de jeugdhulp in 90 procent van de gevallen. Niet alle gemeenten noemen het open house, en besteden de contracten vaak onnodig Europees aan. Maar in feite gaat het wel om een open houseconstruct, stelt PPRC-onderzoeker Niels Uenk: gemeenten contracteren elke aanbieder onder dezelfde tarieven en voorwaarden als zij aan vooraf door gemeenten gestelde (kwaliteits)criteria voldoen.

Minister De Jonge (VWS, CDA) gruwt van open house en steekt zijn afkeer niet onder stoelen of banken. In de Tweede Kamer heeft hij zich er meerdere malen zeer kritisch over uitgelaten en in een beschouwing over inkoop in de jeugdzorg schreef hij dit voorjaar dat er veel nadelen aan kleven. Door het ‘ontzagwekkend grote aantal gecontracteerde aanbieders’ is het voor gemeenten ondoenlijk om de transformatiedelen te bereiken. Daarnaast vullen gemeenten bij open house hun rol als opdrachtgever veel te beperkt in, schreef De Jonge. Door de vele aanbieders overzien ouders en jongeren het zorglandschap bovendien onvoldoende, waardoor het lastig is de beste aanbieder te kiezen. De minister is voorstander van langdurige contracten met lokale en regionale aanbieders, waaraan omzetgarantie wordt geboden.

Systeemverantwoordelijk
Regio’s die bewust voor open house hebben gekozen, onderzoeker Uenk en Tim Robbe, inkoopadviseur voor veel gemeenten en regio’s – zij allemaal snappen de kritiek van de minister niet goed. En vinden bovendien dat de minister zich er niet mee moet bemoeien. ‘De uitspraken die de minister doet, zijn meer uitspraken van een wethouder dan van een minister’, vindt Robbe. ‘De Jonge is systeemverantwoordelijk. Pas als vaststaat dat inkoopbeslissingen van gemeenten tot inhoudelijke en financiële problemen leiden, is het nodig om als minister in te grijpen in inkoopbeslissingen van gemeenten.’

‘Ik weet niet wat de minister komt doen in dit speelveld’, stelt Freerk Zandberg, business controller van de jeugdhulpregio FoodValley. ‘De jeugdzorg is gedecentraliseerd en daar hoort inkoop bij. Ik zou liever zien dat de minister aan gemeenten vraagt waar hij ons mee kan helpen. Hij moet niet gaan vertellen hoe wij moeten inkopen.’ Als de minister zo graag van open house af wil, moet hij zijn strijd tegen de Europese aanbestedingsplicht in het sociaal domein winnen, stelt Robbe verder. ‘Op het moment dat we van Brussel niet meer Europees hoeven aan te besteden, hoeven we ook geen open house meer te doen. Dan kunnen gemeenten de inkoop inrichten zoals ze het zelf willen.’

Gemeenten hopen in ieder geval niet dat paal en perk aan open house wordt gesteld. ‘Je kunt monopolisten krijgen die de dienst gaan uitmaken’, stelt Margriet Zondervan, manager inkoop en contractmanagement van de Netwerkorganisatie regio Alkmaar, die voor zeven gemeenten gezamenlijk jeugdhulp en (delen van de) Wmo inkoopt. Zij nodigt de minister graag uit eens langs te komen om een andere kijk op de zaak te krijgen.

‘Het is niet de heilige graal’, benadrukt Marco van der Spek-Stikkelorum, inkoopstrateeg sociaal domein en contractmanager bij de Regio Gooi en Vechtstreek. ‘Maar voor heel veel diensten van de Wmo en voor grote delen van de jeugdhulp is het een prima systeem.’ Daarmee verwoordt hij de mening van de diverse inkopers/inkoopmanagers en experts die Binnenlands Bestuur sprak. Zo is open house niet voor alle vormen van zorg en ondersteuning geschikt. ‘Voor dienstverlening zoals huishoudelijke hulp en begeleiding is het uitermate geschikt, maar voor bijvoorbeeld vrouwenopvang niet. Daar streef je niet naar veel aanbieders’, aldus Van der Spek-Stikkelorum.

Als er stenen gestapeld zijn, oftewel als er een verblijfscomponent in de zorgvorm zit, is open house minder geschikt. ‘Op het moment dat je te maken hebt met hele zware infrastructuur, zoals zeer specialistische jeugdzorg of gesloten instellingen, kan de financiering versplinterd raken. Dan schiet het zijn doel voorbij’, aldus inkoopadviseur Robbe. Diverse regio’s kiezen om die reden voor contractering van bijvoorbeeld gecertificeerde instellingen (gi’s); niet voor open house.

Speedboten
Keuzevrijheid voor de cliënt is een van de belangrijkste redenen waarom gemeenten of regio’s kiezen voor open house. Ook de mogelijkheid tot continue dialoog met aanbieders, zorgcontinuïteit, de mogelijkheid tot tussentijdse toetreding van aanbieders en innovatie zijn redenen om voor open house te kiezen. Maar ook het niet hoeven doorlopen van een tijdrovende aanbestedingsprocedure en de weerzin tegen het overhoophalen van de lokale infrastructuur zijn redenen om voor open house te kiezen.

‘De in te kopen diensten worden aan de cliënt geleverd. Die moet daarom centraal staan. We hechten grote waarde aan de keuzevrijheid van de cliënt’, stelt Paul Grob van TWO Jeugdhulp Holland Rijnland. Deze regio koopt vrijwel alle jeugdhulp via open house in. ‘Wij wilden de innovatiekracht maximaal gebruiken. Dat gaat bij een aanbesteding lastig’, vertelt Peter Nederlof, inkoopcoördinator van de gemeente Oss.

‘Juist dankzij kleine aanbieders is er meer sprake van innovatie. De grote aanbieders worden daardoor ook geprikkeld om met innovaties te komen. Ik wil daarmee niet zeggen dat grote aanbieders niet innovatief zijn, maar kleine aanbieders zijn wat wendbaarder. Je hebt een balans nodig tussen speedboten en mammoettankers’, stelt Zondervan (regio Alkmaar). ‘Het houdt iedereen scherp in verband met de concurrentie. Dat komt de kwaliteit ten goede.’ ‘Open house doet recht aan de verscheidenheid aan aanbieders. Ook vanwege de stabiliteit en daarmee zorgcontinuïteit en het beperken van de administratieve lasten kozen we voor open house’, verklaart Zandberg van de regio FoodValley.

Minpunten
En ja, er zijn heus wel minpunten, erkennen alle geïnterviewden. De hoeveelheid aanbieders, en daarmee het contractmanagement, is er een van. Toch ziet lang niet iedereen dat als een probleem of heeft er een oplossing voor gevonden. ‘Het vereist wel wat van je contractmanagement, maar je kunt heel goed de teugels in handen houden. Een kleine groep aanbieders levert de meeste zorg, een grote groep niet. Het is zeker niet ondoenlijk’, vindt Peter van Deuzen van de Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg-Noord. ‘85 procent van de zorg wordt door tien tot twintig aanbieders geleverd; daar stuur je op. Met de grootste aanbieders voer je kwartaalgesprekken’, zegt Grob (Holland-Rijnland).

Met de ‘kleintjes’ – verenigd in de Vereniging ZP (Zelfstandige Praktijkhouders JeugdGGZ) Jeugd Holland Rijnland – is ook contact, en wel aan de zogeheten ontwikkeltafel, waar periodiek met alle aanbieders over ontwikkelingen en bijstellingen van de contracten wordt gesproken. De regio Alkmaar heeft een manager aangesteld die de contracten voor alle kleine aanbieders beheert. ‘Twee keer per jaar hebben we een bijeenkomst voor kleine aanbieders. We spreken ze ook aan als groep, we hebben niet op gezette tijden een individueel gesprek’, verduidelijkt Zondervan. ‘Niet elke aanbieder heeft evenveel aandacht nodig’, stelt ook Nederlof (Oss). ‘Een kleine aanbieder met een of twee cliënten, weinig omzet en waar geen klachten over binnen komen, zijn minder vaak in beeld bij contractmanagement dan de grote aanbieders die een essentiële plaats innemen binnen het zorglandschap.’

Om paal en perk te stellen aan de grote hoeveelheid aanbieders, kunnen de kwaliteitseisen eventueel worden opgeschroefd, oppert onderzoeker Uenk. Of er kan worden besloten dat als een aanbieder een jaar lang geen cliënt heeft, de overeenkomst wordt ontbonden. ‘Dat kun je in een openhouse- contract regelen. Je moet het systeem doorontwikkelen.’ Een regio ging na een open-house-procedure tussen aanbieders loten, weet Uenk. Die regio werd door de rechter teruggefloten. Wat precies mag en niet mag, is nog niet uitgekristalliseerd.

Vanuit aanbieders gezien kan het ontbreken van omzetgarantie een probleem zijn, erkennen de geïnterviewden. ‘Dat kan lastig zijn voor de continuïteit van aanbieders’, stelt Van Deuzen (Limburg-Noord). ‘Het aandeel dat een aanbieder krijgt, wordt met open house steeds kleiner. De vraag die rest: nemen aanbieders genoegen met wat overblijft?’, stelt Van der Spek-Stikkelorum. Met andere woorden: voor sommige aanbieders wordt het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Holland Rijnland hanteert een systeem met maximale bestedingsruimten. Grob: ‘De aanbieder stemt in overleg met de regio zijn bedrijfsvoering hierop af. Zo wordt een redelijke garantie geboden én worden grote overschrijdingen voorkomen.’

Omzetgaranties
Volgens adviseur Robbe kan er binnen open house wel degelijk met omzetgaranties worden gewerkt. ‘Omzetgaranties, budgetplafonds, innovatie; dat kan allemaal via open house worden vormgegeven. Je moet het alleen doen. Er zijn zeker nadelen, net zoals aanbesteden nadelen heeft, maar ik denk dat de nadelen van open house makkelijker zijn op te lossen dan de nadelen van een Europese aanbesteding. Open house is het minst slechte systeem voor veel voorzieningen. Je zorgt er in ieder geval voor dat je niet je hele lokale infrastructuur overhoophaalt, wat je bij een aanbesteding wel doet.’

Zandberg (FoodValley) ziet gemeenten gezien de oplopende tekorten wat nerveuzer worden. ‘Dat geeft druk op de wijze van inkoop.’ Ook onderzoeker Uenk ziet gemeenten vanwege die tekorten de inkoopsystematiek open house wel tegen het licht houden. ‘In gemeenten die de afgelopen jaren de deur wagenwijd open hebben gezet, hoor ik wel geluiden van “dit was iets te gortig”. Daarmee is niet gezegd dat open house op zijn retour is. Gemeenten willen het aantal aanbieders reduceren, maar dat kun je via open house doen. Je kunt gewoon strenger zijn in wat je eist en iets hogere kwaliteitsdrempels neerleggen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.