of 59345 LinkedIn

Mensen laten uitgroeien boven zichzelf

Bij modeketen Piet Zoomers werkt vast personeel prima samen met mensen met een beperking. Ook andere werkgevers tonen interesse. De toekomst is aan het ‘werkontwikkelbedrijf’.     

Bij modeketen Piet Zoomers werkt vast personeel prima samen met mensen met een beperking. Ook andere werkgevers tonen interesse. De toekomst is aan het ‘werkontwikkelbedrijf’.   

Voor Richard van Roon, directeur van modeketen Piet Zoomers, begon het detacheren van Sw’ers met een rekensommetje. Gesubsidieerde arbeid voor relatief eenvoudige werkzaamheden = meer overhouden onderaan de streep. Anderhalf jaar later weet hij dat het zo eenvoudig niet ligt en dat de vlieger van harde winstmaximalisatie niet opgaat. ‘Maar zo lang de goede producten op het juiste moment in de winkel hangen en de factor arbeid niet duurder uitpakt dan bij doorsnee personeel, hoor je mij niet klagen.’

Waarom Van Roon geen blik arbeidsmigranten open trok voor zijn distributiecentrum? ‘In alle nieuwe mensen moet je extra energie steken, of het nou Polen zijn, uitzendkrachten of mensen die door het UWV of de sociale dienst worden gestuurd’, relativeert hij. ‘Laatstgenoemden hebben vaak helemaal geen zin in dit werk. De Sw’ers zijn in mijn beleving gemakkelijker te motiveren.’

Hij draait er niet omheen: ‘Wij dachten goedkoper te kunnen werken, met een eigen logistiek manager en een voorman, en verder uitsluitend gedetacheerde, gesubsidieerde Sw’ers. Daarmee konden we de gewenste kwaliteit niet halen. Inmiddels werken we met een mix: gemengde teams van eigen mensen en SW’ers. Daarmee zijn we iets duurder uit dan we hoopten. De maatschappelijke winst daarentegen zie ik wel. Het is fascinerend om te zien hoe mensen ondanks beperkingen boven zichzelf uitgroeien.’ Reden tot klagen heeft hij ook niet, stelt Van Roon vast, terugkijkend op de afgelopen week. De 28 medewerkers van zijn distributiecentrum (12 eigen mensen en 16 van de in Doetinchem gevestigde Sociale werkplaats Wedeo, Sw’ers die schoonmaak- en cateringdiensten leveren niet meegerekend) leverden een marathoninspanning om grote partijen kleding in snel tempo in de winkels te krijgen vanwege de vijfdaagse najaarsuitverkoop. Die is een fenomeen in de wijde omgeving en laat zich qua hectiek vergelijken met de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf.

Inmiddels is de rust teruggekeerd in het magazijn. Op hun gemak halen de medewerkers overhemden uit het folie, voorzien ze van labels, hangen kleding uit en scannen het textiel in voor het voorraadbeheersysteem. Voornamelijk werk met veel herhaling en zonder grote verrassingen, maar het vereist wel accuratesse. De SW’ers opereren niet in aparte ploegjes, maar in vijf gemengde teams met in ieder groepje een teamleider.

Fietszadels
De modeondernemer stapte niet helemaal in een vreemde wereld. ‘Als jongen deed ik vakantiewerk in het bedrijf van mijn vader, waar fietszadels werden gemaakt. Daar werkte ook een ploegje van de sociale werkplaats. Met plezier en toewijding, maar het ging niet altijd van een leien dakje. Bij ons zou dat niet werken, was lang mijn overtuiging. Ons bedrijf is hectisch, met veel pieken. Hoewel de werkzaamheden op zich niet heel ingewikkeld zijn, is de complexiteit van de processen soms groot. Medewerkers moeten zich realiseren dat het een kleine ramp is als ze een prijskaartje van een shawltje van 14,95 hechten aan een Armani-pak van 1.500 euro. Dat ene kaartje is medebepalend voor omzet en rendement.’

Van Roon zegt warm voorstander te zijn van de maatschappelijke component van het werken met Sw’ers. Een beetje avontuur wilde hij wel aangaan, maar de continuïteit van de bedrijfsvoering stond van meet af aan voorop. Ondanks zijn aanvankelijke reserves ging hij op advies van een collega-modeondernemer in gesprek met Wedeo, het bedrijf dat de Sociale werkvoorziening uitvoert voor de gemeenten Doetinchem, Oude IJsselstreek en Montferland. Na een grondige oriëntatie nam de Gelderse ondernemer de proef op de som. Behalve financiële compensatie van productiviteitsverlies vormde ‘ontzorging’ een belangrijk agendapunt tijdens de onderhandelingen met Wedeo: geen (financieel of vervangings-)risico bij ziekte en verzuim, royale ondersteuning en liefst nul administratieve afhandeling. Van Roon: ‘Met elf winkels en 250 medewerkers hebben we genoeg op ons bordje. Extra rompslomp willen we er niet bij, hoe sociaal bewogen we ook zijn.’

De financiële passage van het contract met Wedeo is simpel: het Sw-bedrijf betaalt de medewerkers hun volledige salaris. Piet Zoomers krijgt een rekening voor verrichte diensten, gelijk aan het arbeidsproductiviteitspercentage (de ‘loonwaarde’) van de ingeschakelde mensen. Sommigen hebben een lichamelijke beperking, anderen een (licht) verstandelijke handicap. De Sw’ers gingen op ‘snuffelstage’ bij het oude distributiecentrum in Deventer, waar het eind van het huurcontract naderde. Vanwege de samenwerking verhuisden de logistieke activiteiten naar een bedrijventerrein naast de Sociale werkplaats in de Achterhoek.

Ambassadeur
Inmiddels heeft Van Roon zich ontpopt tot ambassadeur voor detachering van Sw’ers. Maar zonder de hindernissen te verdoezelen. ‘Sinds mijn eigen vakantiebaantje 30 jaar geleden is er veel veranderd, vooral op het vlak van de begeleiding vanuit het Sw-bedrijf. Zonder die ondersteuning kunnen de meeste Sw’ers in mijn ogen echt niet meekomen in een regulier bedrijf. Daarnaast hebben zij een stabiele omgeving nodig, en vooral een duidelijke benadering. Als je die condities niet kunt bieden, moet je er als werkgever niet aan beginnen.’

De introductie van Sw’ers vergt volgens Van Roon niet alleen veel van de nieuwkomers, maar ook van de bestaande organisatie. ‘Je eigen personeel moet een sociale inborst hebben. Dat is een van de eigenschappen waarop we tegenwoordig mensen selecteren. We hadden enkele medewerkers of kandidaten die niet tegen de Sw’ers konden en zeiden: ‘‘Moet ik tussen die mensen koffie drinken?’’’

Recente cijfers van Cedris, de brancheorganisatie van Sw’s, laten zien dat de bereidheid van werkgevers om bij te dragen aan sociale doelstellingen groeit. Zoals scheidend Cedris-voorzitter Joan Leemhuis- Stout het onlangs uitdrukte: ‘Dat bedrijven vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen niet alleen kijken naar kinderarbeid in verre landen, maar ook naar de noden van mensen om de hoek.’ In de Achterhoek speelt dergelijke betrokkenheid beslist een rol, beweert Lisette Bosch, algemeen directeur van Wedeo en tevens bestuurslid van Cedris. ‘We hebben hier de traditie van het noaberschap (een ruim te interpreteren vorm van burenhulp, red). Die mentaliteit zit ook in de genen van de ondernemers in deze streek.’

Busje
‘Het busje komt zo’ is het hardnekkige en niet helemaal onterechte beeld dat veel werkgevers bij personeel van sociale werkplaatsen hebben. Tegen die vooroordelen is het soms lastig opboksen, verklaart Bosch. Sinds 2,5 jaar gaat Wedeo, deels uit financiële noodzaak, actiever de boer op bij reguliere werkgevers. Het Achterhoekse Sw-bedrijf zegt zo veel intensieve ondersteuning toe, dat werkgevers de beperktere productiviteit van de medewerkers voor lief nemen. ‘Zo lang we die condities kunnen bieden, hoeven we niet met onze mensen te leuren. Maar veel bedrijven zul je nooit over de streep krijgen, hoe goed je het ook regelt.’ Ondanks de huiver van werkgevers en de economische crisis slaagde haar bedrijf erin 46 procent van de medewerkers ‘buiten’ aan de slag te krijgen, waar onder het huidige regime een landelijke doelstelling van 33 procent geldt. Waarom lukte het Wedeo?

‘Heel goede contacten onderhouden met werkgevers’, stelt Bosch. ‘Vooral in het midden- en kleinbedrijf moet je een uitstekend netwerk hebben. Waar het bij samenwerking ook op aankomt, is dat je elkaar wat gunt. Als je gaat tot het laatste dubbeltje, kom je niet verder. Die gunfactor speelt echt mee in het succes van onze combi met Piet Zoomers.’ Bosch is er zeer veel aan gelegen dat die detachering slaagt. ‘Zeker nu alle ogen op de Sociale werkvoorziening gericht zijn. We bereiden onze mensen goed voor op een detachering, en begeleiden ze bij de overgang. En we hebben goede, enthousiaste krachten geselecteerd. Hun gemiddelde loonwaarde lag aanvankelijk op 56 procent. Anderhalf jaar verder, nu de mensen zijn ingewerkt en de kinderziektes eruit zijn, zitten we op 71 procent. Hadden we ze er gewoon neergezet en niet gezorgd voor voldoende begeleiding, dan was het vrijwel zeker bij die 56 procent gebleven.’

Volgens Bosch is de grens nog niet bereikt. ‘Onze inschatting is dat het naar 85 procent kan. Loonwaarde is dus geen statisch gegeven. Plezier in het werk kan het succes maken en breken. Als je er een feestje van maakt, gaan Sw’ers voor je door muren. Dat zien we terug in het ziekteverzuimcijfer dat bij de Piet Zoomers- gedetacheerden 5,8 procent bedraagt. Landelijk ligt het rond de 12 procent. Des te opmerkelijker, als je meeweegt dat sommige medewerkers een fysieke beperking hebben.’

Ook Van Roon constateert dat er meer uit de Sw’ers te halen valt dan zich aanvankelijk liet aanzien. ‘We laten ze niet voortdurende dezelfde werkzaamheden doen, maar geven ze geleidelijk aan ook andere taken. Daardoor kunnen wij ze flexibeler en breder inzetten. Maar ze krijgen zelf ook het gevoel dat ze kunnen groeien, zodat er uitdaging in zit.’

Gouden ketenen
Een commissie onder leiding van ziekenhuisbestuurder Anton Westerlaken verrichtte onderzoek naar mogelijke gevolgen van de nog in te voeren Wet werken naar vermogen. Ze constateerde dat sommige Sociale werkvoorzieningen hun productiefste krachten liever aan boord zullen houden in plaats van ze door te laten stromen naar gewone bazen. Maar volgens Bosch willen de Sw-bedrijven de ‘gouden ketenen’ waarvan de commissie spreekt juist graag verbreken.

Mede dankzij het aantal ‘externen’ sloot Wedeo (ongeveer 1.000 medewerkers, omzet bijna 31 miljoen euro) vorig jaar af met een licht positief resultaat, waar de meerderheid van de Sw-bedrijven diep rode cijfers schrijft. ‘Detacheringsconstructies zijn voor de Sw-bedrijven uit bedrijfseconomisch oogpunt interessant’, zegt Bosch. ‘Kijkend naar ons eigen bedrijf: een medewerker die we kunnen detacheren levert ons 2.100 euro per jaar op, iemand die binnen ons bedrijf werkt kóst ons jaarlijks 6.600 euro.’ Binnen de juiste randvoorwaarden groeien de Sw-bedrijven naar ‘werkontwikkelbedrijven’, is de overtuiging van de Wedeo- directeur. ‘Wij zijn in Doetinchem al mooi op weg, Het verschilt per Sw-bedrijf hoe ver het veranderingsproces is. Maar iedereen werkt keihard aan een omslag. Vaak hebben Sw-bedrijven te maken met de erfenis van het verleden, zoals een historisch hoge regionale werkloosheid.’

In die gebieden stroomden veel mensen volgens haar onder het oude systeem in met een zogenoemde ‘sociale indicatie’. Bosch: ‘Voor die categorie was de sociale werkvoorziening niet bedoeld. Na 1 of 2 jaar werden ze ‘gewit’ en kwamen ze in vaste dienst, tegen relatief hoge salarissen. Herkeuring is voor deze groep niet aan de orde. Van Sw’ers die na 1998 instroomden wordt jaarlijks beoordeeld of ze nog aan de criteria voldoen. Ook de aard van de activiteiten van een Sw-bedrijf kan een last vormen. Sommige collega- bedrijven als een drukkerij zijn van oorsprong bijna volledig productie- en niet dienstgeoriënteerd. Het is onmogelijk die last een, twee, drie af te werpen.’


‘Ik ben snel ingeburgerd’
Jacob van Weij was werkzaam in de kwekerij van de Achterhoekse sociale werkplaats Wedeo. Al enkele jaren draaide dit bedrijfsonderdeel met verlies. Met grote investeringen voor de boeg besloot het Sw-bedrijf de kwekerij te sluiten. De functie van Van Weij en zijn collega’s verdween daarmee afgelopen zomer. Binnen het bedrijf werd naar alternatief emplooi gezocht. Achteraf geen drama, vindt Van Weij, die inmiddels bij het distributiecentrum van Piet Zoomers werkt: ‘Met mijn kunstheup was het werk aan de zware kant. Samen met een jobcoach ging ik op zoek naar een andere werkplek en zo zijn we hier uitgekomen.’ Van het groen naar de confectie, het was voor Van Weij een flinke omschakeling. ‘Maar ik ben snel ingeburgerd. Collega’s gaan op basis van gelijkwaardigheid met elkaar om. Wat me het meest aanstaat is de afwisseling van het werk. Het ene moment sta ik kleding te prijzen of te scannen of neem ik goederen in ontvangst, het volgende moment doe ik chauffeurswerk.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.