of 59345 LinkedIn

Meedenken werkt beter

Heerenveen heeft geen wijkteams maar ‘meitinkers’. Deze meedenkers hebben alle ruimte om, door de schotten heen, te doen en te regelen wat nodig is voor een inwoner met een hulpvraag. Ter plekke als het kan, maar in elk geval snel en zonder administratieve rompslomp. En het werkt.

Heerenveen heeft geen wijkteams maar ‘meitinkers’. Deze meedenkers hebben alle ruimte om, door de schotten heen, te doen en te regelen wat nodig is voor een inwoner met een hulpvraag. Ter plekke als het kan, maar in elk geval snel en zonder administratieve rompslomp. En het werkt.

Heerenveense ‘meitinker’ alternatief voor wijkteam

Trots zijn ze in Heerenveen. Keer op keer scoort de gemeente bovengemiddeld als het gaat om cliënttevredenheid over de Wmo. Vooral de meitinkers krijgen veel lof van de mensen die bij hen om hulp en ondersteuning aankloppen. Op punten als bereikbaarheid, toegankelijkheid, meedenken, het vinden van een passende oplossing en de tevredenheid over de geboden hulp en ondersteuning doet de gemeente het beter dan het landelijke gemiddelde.

Zowel verantwoordelijk wethouder Jelle Zoetendal als teamleider Titia Woudwijk zeggen dat de meitinkers de belangrijkste succesfactor van de Heerenveense aanpak zijn. Ze zijn niet alleen de toegang tot hulp, maar hebben ook het mandaat om die hulp direct en snel te regelen. ‘Dat verrast mensen aangenaam’, aldus Zoetendal.

De meitinkers zijn in 2015, bij de start van de decentralisaties, in Heerenveen ingezet als toegang voor alle vragen over wonen, zorg, welzijn en meedoen, vertelt Woudwijk. Niet alleen voor de Wmo dus, maar ook voor bijzondere bijstand en schuldhulpverlening. Daarvoor was al proefgedraaid met omtinkers, ‘omdenkers’, die voor 2015 met het maatschappelijk werk de wijken ingingen en als een soort makelaar fungeerden tussen hulpvrager, vrijwilligers en professionele hulp. ‘Toen de decentralisaties eraan kwamen, besloten we te gaan werken met meitinkers in plaats van met wijkteams. Vanuit de gedachte dat we het persoonlijk wilden maken, laagdrempelig en dat het mensen zouden zijn die bekend zijn in de dorpen en wijken’, zegt Zoetendal. De stad is in zes zogeheten woonservicezones opgedeeld. Elke woonservicezones heeft een tot maximaal drie meitinkers, afhankelijk van de problematiek.

Snelheid
Anders dan bij medewerkers van de wijkteams zijn de meitinkers geen hulpverleners, benadrukt Woudwijk. Dat is een bewuste keuze geweest. ‘Als de meitinkers ook zelf hulp en ondersteuning gaan bieden, lopen ze vol met casussen en kunnen dan niet snel een nieuwe casus oppakken. Je krijgt dan vertraging op de lijn. Bovendien vinden we dat je een specialist een specialist moet laten.’ De snelheid waarmee de meitinkers een hulpvraag kunnen oppakken, is een belangrijk uitgangspunt. ‘Als iemand belt, kunnen we binnen een week op de stoep staan.’

De meitinkers zijn in dienst van de gemeente en hebben een breed mandaat om in één gesprek een indicatie af te geven voor ondersteuning vanuit de Wmo, de bijzondere bijstand en schuldhulpverlening. Eerst wordt, zoals in alle gemeenten gebruikelijk is, in kaart gebracht wat het eigen netwerk kan bijdragen. Ook wordt gekeken of er vrijwilligersorganisaties of verenigingen zijn waar de hulpvrager kan worden geholpen. Als dat niet het geval is, wordt een maatwerkvoorziening geregeld.

Bellen is dus een van de manieren om een meitinker te benaderen. Maar ook via de mail of het persoonlijk aanspreken van de meitinkers tijdens bijvoorbeeld speekuren in de wijken of dorpen kan contact worden gezocht. Het gebeurt ook dat de meitinker op eigen initiatief, na bijvoorbeeld een signaal vanuit het netwerk, op huisbezoek gaat om te kijken of hij iets kan betekenen. ‘Ze zijn rechtstreeks benaderbaar en zijn ook gewoon bekend in hun gebied’, zegt Woudwijk. ‘Ze weten welke activiteiten er zijn, ze kennen de jongerenwerkers, de opbouwwerkers, ze weten welke verenigingen er zitten en welke kerken er zitten.’

‘Bij zo’n huisbezoek kijken we naar de vraag achter de vraag’, aldus meitinker Faroek Ghazi. ‘We kijken heel breed en bepalen dan welke hulp absoluut noodzakelijk is om in te zetten.’ Die brede kijk is belangrijk, vindt hij. ‘Als iemand schulden heeft, maar daar een gedragsprobleem aan ten grondslag ligt, moet je zorgen dat je ook daar ondersteuning voor regelt.’ Die ondersteuning wordt vaak ter plekke geregeld. ‘Het vergroot onze geloofwaardigheid als we onze telefoon pakken en direct gaan bellen. Mensen krijgen dan ook echt het gevoel dat hun vraag serieus wordt opgepakt’, aldus Ghazi.

‘De meitinkers hebben echt een heel breed mandaat om te doen wat nodig is en de ruimte om echt maatwerk te leveren’, voegt Woudwijk daaraan toe. Ze haalt een voorbeeld aan van een vrouw die aan het vereenzamen was. ‘Ze was gek op dieren en wij wilden haar graag weer in de maatschappij krijgen, tussen de mensen en buitenhuis. We hebben toen een prachtig plekje gevonden bij een dierenasiel waar ze als vrijwilliger aan de slag kon. Het probleem was alleen hoe we haar daar konden krijgen. Het dierenasiel ligt in het buitengebied en is per fiets of openbaar vervoer niet goed bereikbaar. Buiten alle vastgestelde kaders om hebben we het Wmo-taxivervoer ingezet. Twee keer per week mag ze met de taxi naar het dierenasiel.’

Op straat
‘Er is geen hulpvraag te moeilijk of te zwaar. Ik voel me als een vis in het water’, zegt Ghazi enthousiast. Het mooie van zijn werk vindt hij dat hij zichtbaar van betekenis kan zijn. Hij heeft concrete voorbeelden te over. Zo vertelt hij over een gezin waar hij aan de keukentafel schoof. Hij was ‘getipt’ door de mentor van de zoon, omdat de mentor problemen bij de moeder vermoedde. Die zou overbelast zijn. ‘Ik ben toen zo vrij geweest om een afspraak met zoon en moeder te maken.

Wat bleek: de moeder had het door een scheiding zwaar te verduren gekregen. Zo zwaar dat ze bijna op straat was beland. Ze was helemaal niet op de hoogte van wat er aan hulp via de gemeente mogelijk was en leefde onder het bijstandsniveau.’ Ghazi bracht alle mogelijkheden in kaart en regelde voor de moeder praktische ondersteuning. ‘Ze kon het niet meer overzien. De hulp moet haar helpen om alles weer op de rit te krijgen.’

‘Het brede verhaal maakt onze aanpak uniek’, vindt Woudwijk. ‘In één gesprek kunnen meitinkers een probleem oplossen via de inzet van bijvoorbeeld een vrijwilligersorganisatie, thuisondersteuning vanuit de Wmo en de vervanging van een kapotte wasmachine vanuit de bijzondere bijstand.’ Meerdere malen in het gesprek benadrukken zowel Zoetendal als Woudwijk en Ghazi dat het van belang is dat de meitinkers veel ruimte, mandaat en verantwoordelijkheid hebben om hun werk vorm te geven.

Zoetendal is niet bang dat met het brede mandaat de kosten de pan zullen uitrijzen. ‘We hebben ook niet gestuurd op budgetten. De meitinkers hebben geen budget meegekregen, alleen een beoordelingskader en de Wmo-verordening waarin staat waaraan iemand moet voldoen om voor een voorziening in aanmerking te komen.’ De gemeente had ruim voor de decentralisaties een wijkkrachtscan uitgevoerd, waarmee de samenstelling van de wijken en de hulpvragen in kaart waren gebracht. Er kon zo een goede inschatting van het benodigde budget worden gemaakt.

Keerzijde
De inzet van de meitinkers kan alleen maar een succes zijn als de beleidsadviseurs er ook achter staan, benadrukt Woudwijk. ‘Je belegt een functie vanuit verschillende domeinen. Als de beleidsadviseurs vanuit die domeinen niet achter deze aanpak staan, dan kan dit niet werken.’ Soms willen de meitinkers immers een stukje van een ‘Wmo-probleem’ via de bijzondere bijstand oplossen en andersom. De beleidsadviseurs moeten ook op deze integrale manier willen werken. ‘Dat is een must. Anders blijf je in dezelfde kokers zitten. Je moet de mensen wel ruimte en steun geven om domeinoverstijgend te werken. Dat geldt ook voor het college en de raad.’

Wethouder Zoetendal sluit zich bij aan. Wat het college betreft, zit het wel snor. ‘Ik heb zelf een jaar lang iedere maand een dag meegelopen met een van de meitinkers. Je ziet dan de snelheid waarmee iets kan worden geregeld; dat is wat de inwoner wil. Die wil niet nog een heel circuit van formulieren door of via allerlei loketten ingewikkelde dingen moeten regelen.’

Ook de raad is vooralsnog positief, maar ‘het vraagt wel periodiek onderhoud’, stelt de wethouder. De minimale papierstroom heeft ook een keerzijde. De raad wil tenslotte wel weten of het budget goed wordt besteed en of het ingezette beleid doet wat ermee wordt beoogd. ‘We scoren heel hoog met de cliënttevredenheidsonderzoeken, maar er zijn natuurlijk ook ontevreden burgers die zich tot raadsleden wenden. De raad wil weten hoe die meitinkers werken en wat het oplevert. We proberen de raad mee te nemen met voorbeeldcasussen. Dan merk ik dat de raad daar over het algemeen van onder de indruk is. Ook van de complexiteit van sommige vragen en op welke wijze de meitinker daar een oplossing voor heeft gevonden.’


Heerenveen
Heerenveen laat jaarlijks het verplichte, onafhankelijke, cliëntervaringsonderzoek Wmo uitvoeren. Uit het onderzoek over 2017 blijkt dat inwoners zeer tevreden zijn over de Wmo-ondersteuning. Vooral het gesprek met de meitinker krijgt een hoge waardering. 93 procent van de ondervraagden voelt zich zeer serieus genomen door de meitinker. De geboden ondersteuning voldoet voor 93 procent aan de wensen van inwoners en voor 91 procent aan de behoeften. Datzelfde beeld komt naar voren uit het continue klanttevredenheidsonderzoek dat de gemeente zelf uitvoert.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.