of 59345 LinkedIn

Make-over voor werklozen

De werkloosheid loopt op. Elke ­gemeente staat voor de ­opgave om mensen weer aan de slag te ­krijgen. Ieder doet dat op zijn eigen manier.

Dress for Success helpt langdurig werklozen bij hun presentatie. Ook het Leger des Heils en JobRotary leiden kwetsbare mensen naar een baan. Hoe vrijwilligers de re-integratie dankzij vacaturecafés, mentoren en hippe kledingstores op gang brengen.

Weer aan het werk
De werkloosheid loopt op. Elke ­gemeente staat voor de ­opgave om mensen weer aan de slag te ­krijgen. Ieder doet dat op zijn eigen manier. In een serie artikelen houdt Binnenlands Bestuur het uiteenlopende re-integratiebeleid ­tegen het licht.

Langdurig werklozen kunnen in Eindhoven na een presentatie- en kledingadvies bij Dress for Success meteen door naar het vacaturecafé. Goed­gekleed, geknipt en met een verse portie zelfvertrouwen lopen de werkzoekenden daar letterlijk tegen werkgevers op, vertelt Eveline Meister, secretaris van Dress for Succes in Eindhoven. En kunnen zo direct een praatje aanknopen met hun mogelijke nieuwe baas.

Het vacaturecafé van MKB Eind­hoven wordt maandelijks georganiseerd in samenwerking met de Brabants-Zeeuwse Werkgevers­vereniging en het Werkgeversplein Regio Helmond. Elke maand worden daar tientallen vacatures in de etalage gezet.

De vrijwilligersorganisatie Dress for Success heeft in Eindhoven vorig jaar ruim 180 mensen in een uitkeringssituatie ondersteund met presentatieadvies en representatieve kleding. Eindhoven is een van de dertien vestigingen van Dress for Success in Nederland, die werklozen op een heel praktische manier een stap verder probeert te helpen.

Elke cliënt die bij Dress for Success aanklopt, krijgt een sollicitatie- en presentatietraining. Vaak blijken problemen in de presentatie en het ontbreken van representatieve kleding een struikelblok te zijn bij het vinden van een nieuwe baan, weet Meister. De ondersteuning wordt gegeven door vrijwilligers (wel professionals), die door een imagoconsult worden getraind. In elke cliënt wordt zo’n 11 uur geïnvesteerd, waaronder een kappersbeurt, het aanbrengen van make-up en een kleedsessie.

‘We zijn geen kledingbank’, benadrukt Meister. ‘We proberen werk­zoekenden klaar te stomen voor een sollicitatiegesprek. Het gaat daarbij om houding, gedrag én de juiste kleding. Eerst gaan we met ze in gesprek, waar vragen aan bod komen als wie ben je, wat wil je en wat kun je. Vervolgens gaan we zoeken naar de kleding die bij de functie past waarop ze willen gaan solliciteren.’ Tevens wordt een stevig adviesgesprek gevoerd. Meister: ‘Vanuit een werkgeversblik geven we advies. Laat die piercings uit, kijk iemand in de ogen, sta recht overeind, geef een hand.’

In combinatie met geschikte kleding en een make-over ‘geven we mensen een boost aan hun zelfvertrouwen. Veel werklozen zijn onzeker over zichzelf.’ Zo’n 60 procent van de Eindhovense klanten heeft met succes gesolliciteerd, zo blijkt uit het jaaroverzicht over 2012. De klanten waarderen de hulp met een 8,9. Mensen komen uit zichzelf naar Dress for Success, maar worden ook vanuit verslavings­kliniek Novadic-Kentron, de gemeente en het UWV doorgestuurd.

Gezien de oplopende werkloosheid verwacht Dress for Success een verdere toename. Meister: ‘We willen het aantal mensen dat we ondersteunen geleidelijk verhogen naar 400 per jaar in 2015.’ Een structurele bijdrage van de gemeente is nodig en gerechtvaardigd, vindt ze. Er staan immers ook opbrengsten tegenover. ‘We leveren een belangrijke bijdrage aan het uit de uitkering halen of houden van werkzoekenden.’

Beschutte plek
Het Leger des Heils heeft onder het merk 50|50 initiatieven en producten ontwikkeld waarmee opleidings- en arbeidstrainingsplaatsen voor zijn cliënten worden geschapen. In winkels, een hotel en een kwekerij worden kwetsbare mensen via een beschutte leer-werkplek voorbereid op een baan op de reguliere arbeidsmarkt. Professionele verkoop- en horecamedewerkers helpen de cliënten van het Leger des Heils hierbij.

‘Bij degenen die een beroep op ons doen, gaat het veelal om mensen die veel problemen tegelijkertijd hebben’, vertelt woordvoerder Diana Nieuwold van het ‘50|50-concept’. Voorheen was het adagium dat mensen eerst hun andere problemen moesten oplossen voordat over werk werd gepraat. ‘Dat is losgelaten. Werk of dagbesteding brengt structuur in iemands leven en levert sociale contacten op. Daarmee neemt het gevoel van eigenwaarde toe, wat belangrijk is om je leven weer op de rails te krijgen.’

In 50|50 Hotel Belmont in Ede doen sinds een jaar of vier jaarlijks tachtig tot honderd mensen ervaring op. ‘Zij worden door gemeenten gestuurd, maar vaak komen ze ook vanuit onze eigen voorzieningen.’ Ze werken in de keuken, maken de kamers schoon, houden het gazon bij of doen klusjes in het bos. ‘Sommige mensen hebben het zo naar hun zin, dat ze zelfs op hun vrije dag komen werken’, vertelt Nieuwold lachend. Het leerwerktraject geldt in principe voor een jaar; daarna is het de bedoeling dat de mensen worden doorgeplaatst naar bedrijven in de buurt. ‘Als dat niet lukt, wordt soms het ­traject in overleg met de gemeente verlengd.’

De in de afgelopen twee jaar opgerichte 50|50 stores in Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Maastricht  werken volgens hetzelfde principe. Zelfstandige ondernemers bieden samen met het Leger des Heils mensen via een leer-werkervaringsplek  de kans terug te keren naar de reguliere arbeidsmarkt. De winkels verkopen, aldus het Leger des Heils, trendy en verantwoorde (eco)kleding. Naast enkele bestaande merken hangt ook kleding van 50|50 Originals in de schappen: kledingstukken uit het depot van het Leger des Heils waarvan designers iets nieuws hebben gemaakt.

De stores zitten niet in een aftandse loods ergens achteraf op een industrieterrein; het zijn ‘mooie stores met lifestyle-producten. Een mooie werkomgeving motiveert’, stelt Nieuwold.

LaPlace
De jongste loot aan het 50|50-concept is ‘50|50-green’. Nieuwold: ‘In de kwekerij worden vruchten, groenten en noten op een biologisch verantwoorde manier gekweekt.’ Met de LaPlace-restaurants van V&D zijn afspraken gemaakt over gegarandeerde afzet. Hier kunnen per jaar dertig tot veertig mensen aan de slag. Er zijn volop plannen om het concept uit te breiden. ‘We doen ook veel aan dagbesteding. Diverse timmerwerkplaatsen willen we upgraden.’ Daarnaast wordt gedacht aan de productie van kleding en tassen die onder het 50|50-label in de stores kunnen worden verkocht.

Alle initiatieven bij elkaar opgeteld, zouden op jaarbasis een paar honderd mensen in een 50|50-traject terecht kunnen. Zo’n 80 procent van alle mensen die via het Leger in een 50|50-traject aan de slag gaan, heeft langer dan een jaar nodig om uit te stromen, stelt Nieuwold. Eén op de vijf kan stroomt wel voor die tijd uit.

Leden van JobRotary − een ‘broertje’ van Rotary Nederland− zetten zich als vrijwilliger in om werklozen van 40 jaar en ouder die langer dan een half jaar staan in­geschreven bij het UWV-Werkbedrijf met raad en daad terzijde te staan. ‘55-plussers kunnen al direct voor hulp en ondersteuning aankloppen’, vertelt Wim Gerards, landelijk voorzitter van JobRotary. Iedereen kan zich via de site van Job­Rotary aanmelden. Na een intake wordt de werkzoekende aan een mentor in zijn of haar regio gekoppeld – als er mentoren voorhanden zijn. ‘We hebben geen drempels en het traject is kosteloos.’

De enige drempel is mogelijk dat de deelnemers gemotiveerd moeten zijn om zelf actief naar vacatures te zoeken, want dat doet de mentor niet. Op dat punt haken sommige mensen af, weet Gerards. ‘Mensen denken weleens dat we banen op de plank hebben liggen. Als ze horen dat dit niet zo is, kan de soms wanhopige werkzoekende zich niet over die teleurstelling heen zetten.’ De werkzoekende die wél doorgaat, heeft gedurende een half jaar een aantal gesprekken met zijn mentor. De reden van ontslag wordt besproken; kennis en kunde wordt in kaart gebracht en samen wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn. Vervolgens gaat de werkzoekende zelf op zoek naar een nieuwe baan, al helpt de mentor hem of haar wel met het op orde brengen van het cv, met hulp bij het schrijven van sollicitatiebrieven en ­eventueel het oefenen van sollicitatiegesprekken.

Wachtlijst
Sinds de start van JobRotary in 1999 zijn op deze ­manier 3.750 werklozen begeleid. Daarvan is ruim de helft uitgestroomd naar een betaalde baan. Gerards: ‘Zij vonden een nieuwe baan bij een bedrijf of zijn als zzp’er aan de slag gegaan.’

JobRotary telt nu 480 mentoren. ‘Het zijn allemaal leden van de Rotary die in het bedrijfsleven werken, of als human resource manager hebben gewerkt en nu met pensioen zijn.’ Gemiddeld genomen is een mentor tussen de 10 en 15 uur kwijt aan de begeleiding van een werkzoekende. In sommige regio’s, vooral in en rond de grote steden, zijn er tot verdriet van Gerards te weinig mentoren beschikbaar. Hij hoopt dat meer Rotary-afdelingen aanhaken bij Job­Rotary om het groeiend aantal werklozen dat aanklopt verder te helpen. ‘In regio’s als Amsterdam en Hilversum hebben we een wachtlijst die tot zes maanden kan oplopen.’

De begeleiding is aanvullend op de activiteiten van professionele dienstverleners, benadrukt Gerards. ‘Commerciële re-integratiebedrijven denken dat we aan broodroof doen. Wij richten ons echter op mensen die achteraan in de kaartenbak zitten, terwijl de re-integratiebedrijven zich in eerste instantie richten op werklozen die ­makkelijk plaatsbaar zijn.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door TIP! (PR-/Imagospecialist) op
MIJN COMPLIMENTEN, DAT IS DÉ AANPAK DIE M.I. WERKT!