of 59329 LinkedIn

Kinderen met probleemouders

Eén op de zes kinderen groeit op met een ouder die verslaafd is of lijdt aan psychische ziekte. Dat heeft voor hen later desastreuze gevolgen. Gemeenten hebben deze onopvallende kinderen met een onzichtbaar probleem niet goed in beeld.

Eén op de zes kinderen groeit op met een ouder die verslaafd is of lijdt aan psychische ziekte. Dat heeft voor hen later desastreuze gevolgen. Gemeenten hebben deze onopvallende kinderen met een onzichtbaar probleem niet goed in beeld.

De volgende generatie GGZ-patiënten

Als zevenjarige zorgde Wilma van Dongen (45) ervoor dat haar zusje van vier op tijd te eten kreeg. Als er geen schone onderbroeken meer in de kast lagen, maande ze haar moeder een was te doen. Ook moest ze dikwijls aan de bel trekken Eén op de zes kinderen groeit op met een ouder die verslaafd is of lijdt aan psychische ziekte. Dat heeft voor hen later desastreuze gevolgen. Gemeenten hebben deze onopvallende kinderen met een onzichtbaar probleem niet goed in beeld. omdat het brood op was. Haar ouders waren nog tieners toen zij werd geboren, Van Dongens moeder was 16, haar vader 19. Maar dat zij de verantwoordelijkheden die bij het ouderschap horen niet aankonden, lag niet aan hun jeugdigheid maar aan de alcohol en drugs die ze beiden in overvloed gebruikten.

De twee meisjes groeiden daardoor op in een onveilig klimaat. ‘Mijn ouders hadden regelmatig slaande ruzie over drugs. Ik sprong er dan tussen om te voorkomen dat mijn moeder klappen kreeg. Er kwamen ook drugsdealers en andere ongure types over de vloer.’ Op haar zestiende vluchtte Van Dongen het huis uit. ‘Ik wilde niet verslaafd raken zoals mijn ouders. Ik koos doelbewust voor een ander leven.’ Ze kon gelukkig bij haar grootouders intrekken die allebei een goede baan hadden en een normaal leven leidden.

Ondanks haar valse start is Van Dongen goed terecht gekomen. ‘Ik heb op een LOM-school gezeten, zo noemden ze het speciaal onderwijs in mijn tijd. Daar zat ik tussen de kinderen met gedragsstoornissen en leerproblemen, terwijl ik alleen hartstikke dyslectisch ben.’ Ze haalde toch een mbo-diploma en heeft inmiddels al tien jaar een eigen bedrijf in de kinderopvang, is getrouwd en heeft twee dochters.

Maar vier jaar geleden kreeg Van Dongen een burn-out die gepaard ging met een zware depressie, waardoor ze uit het leven wilde stappen. Het was een worsteling om de juiste hulp te vinden. Haar huisarts en de eerste psycholoog snapten niet waar haar depressie vandaan kwam. ‘Ik ben noodgedwongen mijn eigen psycholoog, psychiater en verpleegkundige geweest en heb mezelf uiteindelijk vrijwillig laten opnemen in een kliniek. Ik ben daar zes weken geweest en ben behandeld met zware medicijnen. Daar ben ik nu gelukkig weer helemaal vanaf. Ik ben weer helemaal beter.’

Verwaarlozing
Wilma van Dongen is een KOPP/ KVO-kind, zoals kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen worden genoemd. Het Trimbos Instituut schat dat 577.000 kinderen onder de achttien opgroeien met een ouder die verslaafd is aan alcohol of drugs of lijdt aan een angststoornis, chronische depressies of ADHD. Dat is 17 procent van de totale jeugd, één op de zes kinderen. In een schoolklas zitten dus gemiddeld vier KOPP/KVO-kinderen.

Niet overal gaat het er zo heftig aan toe als bij Wilma van Dongen thuis, maar ook mildere psychische problemen en verslavingen zorgen voor stress en chaos in een gezin.

Ouders worden in beslag genomen door hun eigen problemen. Ze verzorgen hun kinderen wel, maar zijn emotioneel niet beschikbaar. Ze vertonen vaak onvoorspelbaar gedrag, kunnen plotseling boos of verdrietig worden of komen weken hun bed niet meer uit. Ook onderlinge ruzies en overbelasting van de gezonde ouder maken het opvoedingsklimaat onveilig. KOPP/ KVO-kinderen lopen daardoor twee tot drie keer zoveel risico op mishandeling en emotionele verwaarlozing als andere kinderen. Van de kinderen die in aanraking komen met de jeugdbescherming, heeft 70 procent een ouder met psychische of verslavingsproblemen, blijkt uit een dit jaar uitgevoerd Amsterdams onderzoek.

Uit schaamte en angst voor uithuisplaatsing van de kinderen, houden ouders hun problemen ook nog eens voor de buitenwereld verborgen. Daardoor komt het gezin in een sociaal isolement terecht en blijven kinderen verstoken van hulp. De gevolgen zijn desastreus. ‘Twee derde van de KOPP/ KVO-kinderen ontwikkelt voor hun 35ste een angststoornis of een depressie, tegen een kwart van de rest van de bevolking’, weet Rianne van der Zanden van het Trimbos Instituut. Ook hebben ze twee tot drie keer zoveel kans verslaafd te raken. En ze doen vijf keer vaker een beroep op de geestelijke gezondheidszorg. ‘KOPP/KVO-kinderen zijn dus de GGZ-patiënten van de toekomst’, concludeert Van der Zanden.

Onbekendheid
Een groot probleem, met grote gevolgen. Toch hebben gemeenten nauwelijks preventief beleid ontwikkeld, terwijl ze daar sinds de decentralisatie van de jeugdzorg wel verantwoordelijk voor zijn. Dat is vooral te wijten aan onbekendheid met de problematiek, blijkt uit een vorig jaar gepubliceerde inventarisatie van het Trimbos Instituut. Maar ook de herverdeling van de middelen in de GGZ speelt een Het was een worsteling om de juiste hulp te vinden rol, stelt Aline Timmer, preventiemedewerker bij Jellinek Verslavingszorg. Zij coördineert doe/praatgroepen voor KOPP/ KVO-kinderen in Utrecht. Voor de transitie werden die praatgroepen betaald door zorgverzekeraars, maar nu moeten ze ingekocht worden door de gemeenten. ‘In Utrecht is het aanbod daardoor tussen wal en schip geraakt’, vertelt Timmer. ‘Het enige wat in de lucht bleef, is een programma voor de kleintjes van 4 tot 8 jaar.’

Jellinek probeert het aanbod nu nieuw leven in te blazen met een subsidie van de Van Baaren Stichting die maatschappelijke en culturele projecten in Utrecht ondersteunt. In de doe/praatgroepen ontmoeten KOPP/KVO-kinderen lotgenoten van hun eigen leeftijd waardoor ze ontdekken dat ze niet de enigen zijn met een ouder die ‘raar doet’. ‘Het draait om erkenning, herkenning en informatie over de ziekte van een ouder. Dat helpt deze kinderen beter met de problemen thuis om te gaan’, stelt Timmer.

Dankzij de extra middelen kunnen groepen die niet helemaal vol zitten, toch beginnen. ‘De gemeente zegt altijd: een groep start pas als er tien deelnemers zijn. We kunnen nu ook met vier kinderen beginnen en op die manier de deelname weer aanzwengelen’, stelt Jaap Jamin, hoofd preventie bij Jellinek. ‘Maar als de subsidie wegvalt, moet de gemeente die cursussen natuurlijk wel weer zelf gaan financieren.’

Doen we al
Rianne van der Zanden van het Trimbos Instituut weet hoe lastig het is om gemeenten te bewegen te investeren in preventieprojecten voor KOPP/KVO-kinderen. Met subsidie van het ministerie van VWS zette zij het Buitenshuis-project op dat in september in tien gemeenten van start is gegaan. KOPP/KVO-kinderen die tegen uithuisplaatsing aanzitten krijgen gratis kinderopvang, buitenschoolse opvang, huiswerkbegeleiding of gaan op kosten van de gemeente naar een sportclub. ‘Het doel is deze kinderen een ontspannen omgeving buiten het gezin te geven, op een gewone opvangplek. Want dat willen deze kinderen het liefst, gewoon zijn’, stelt Van der Zanden.

De leidsters worden getraind in het ‘traumasensitief werken’ en daarnaast krijgt elk kind een coach (‘linking pin’) die de schakel vormt tussen naschoolse opvang, de GGZ-hulpverleners van de ouders en het gezin. Het project loopt twee jaar, ‘want wij hopen aan te tonen dat je door langdurig stress weg te halen bij een KOPP/KVOkind, het welbevinden op de lange termijn echt kunt verbeteren’, aldus Van der Zanden.

Het ministerie van VWS betaalt de begeleiding en het onderzoek, waardoor deelnemende gemeenten alleen de opvang en de linking pin hoeven te betalen. Een opvangplek kost naar schatting tussen de 7.000 en 14.000 euro per kind per jaar, terwijl een uithuisplaatsing al snel 40.000 euro kost. Toch was het lastig om tien gemeenten te vinden die wilden deelnemen. ‘Gemeenten zeggen al snel: doen we al’, ontdekte Van der Zanden. ‘Maar dat betwijfel ik. We zien wel dat gemeenten opvangplaatsen betalen in dit soort situaties, maar dat stopt meestal zodra de ergste crisis in het gezin over is. Terwijl de thuissituatie dan nog best heel stressvol kan zijn.’

De gemeente Groningen doet na enige aarzeling met tien kinderen mee aan het Buitenshuis- project. ‘Twintig zoals aanvankelijk de bedoeling was, vonden wij beetje te begrotelijk’, zegt Marloes Groen, trainee bij de dienst maatschappelijke ontwikkeling. ‘Maar als blijkt dat het goed werkt, gaan we dat aantal natuurlijk uitbreiden.’

Cirkel doorbreken
De gemeente Maastricht was al op zoek naar preventieve maatregelen omdat er een bovengemiddeld beroep wordt gedaan op de jeugd-GGZ. ‘Dat is van oudsher zo’, weet wethouder Bert Jongen die jeugdzorg in zijn portefeuille heeft. ‘Psychische problemen en verslavingen worden van generatie op generatie overgedragen. We moeten bij de kinderen beginnen om die cirkel te doorbreken.’ Dat is ook hard nodig want Maastricht heeft een tekort van 9,9 miljoen euro op de jeugdhulp.

Maastricht betaalt voor twintig kinderen opvangplaatsen, maar heeft de kinderen die in aanmerking komen nog niet geselecteerd. ‘Het probleem is dat die kinderen niet met een KOPP/KVO-stempel op hun voorhoofd rondlopen. Als je kinderen wilt bereiken, moet je weten wie de ouders zijn. Dat weten de GGZ-instellingen waar ouders in behandeling zijn. Daarom zetten wij in Maastricht in op het verbeteren van de samenwerking tussen de jeugdzorg en de GGZ voor volwassenen. Daar is nog veel aan te verbeteren.’

Behandelaars moeten een kindcheck uitvoeren, ze moeten vragen hoe het met de kinderen van een cliënt gaat, maar dat gebeurt niet altijd, constateert Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer in een rapport over KOPP/KVO-kinderen dat in juni verscheen. Ze zijn vaak bang om de moeizaam opgebouwde vertrouwensband met hun cliënt te schaden, weet Aline Timmer van Jellinek. En ouders zijn op hun beurt weer bang dat hun kind uit huis wordt geplaatst als ze toegeven dat het niet allemaal koek en ei is.

‘Ouders zeggen vaak: er is niks aan de hand. Ons kind doet het goed op school, heeft vriendjes’, weet Simoës Richardson, gezinswerker bij het Utrechtse Buurtteam Jeugd & Gezin. ‘Het is voor ouders pijnlijk om onder ogen te zien dat hun kind last heeft van hun psychische problemen.’ Het is moeilijk om deze kinderen op te sporen, weet ook zijn collega Marlies de Jong. ‘KOPP/KVO-kinderen hebben vaak geen zichtbare problemen en de signalen die ze afgeven worden niet altijd herkend door de omgeving.’

Meer ruchtbaarheid
Richardson vindt daarom dat er veel meer ruchtbaarheid gegeven moet worden gegeven aan en de KOPP/ KVO-problematiek. ‘We moeten ouders beter voorlichten, hen vertellen wat de risico’s zijn van opgroeien met een ouder waar je niet altijd op kunt rekenen of die bijvoorbeeld zonder aanleiding in woede uitbarst. Dat is een taak van hulpverleners, maar het zou ook helpen als deze kennis bij een breed publiek bekend zijn.’

Bij het zo vroeg mogelijk opsporen van deze kwetsbare kinderen, zouden scholen een veel grotere rol kunnen spelen. ‘Het zou helpen als leraren beter op de hoogte zijn van wat het betekent om op te groeien met een verslaafde ouder of een ouder met psychische problemen en het gesprek daarover aangaan met deze kinderen en hun ouders. Gezinswerkers kunnen hen daarin ondersteunen’, oppert Richardson.

‘KOPP/KVO-problematiek is veel dichterbij dan de meeste mensen denken. Het speelt bij je buren, in je klas, op de sportclub en in de kinderopvang. Maar door gebrek aan kennis en inzicht blijven veel problemen onder de radar’, vult Marlies de Jong aan. ‘Wanneer we de omgeving van het kind beter toerusten om de problemen te signaleren, kunnen we deze kinderen meer kans om zich te ontwikkelen tot evenwichtige volwassenen.’

Wilma van Dongen is het daar roerend mee eens. Zij heeft zich vaak afgevraagd waarom zij en haar zusje niet uit huis zijn gehaald. Familie, vrienden, school en de hulpverleners van haar ouders waren op de hoogte van de alcohol- en drugsproblemen van haar ouders, maar niemand greep in. ‘Ik heb een leraar daar later een keer op aangesproken en die zei: jullie waren van die zoete, lieve kinderen. Ik dacht dat het ondanks alles goed met jullie ging.’

De naam Wilma van Dongen is om privacyredenen gefingeerd. Het onderzoek naar het preventiebeleid van gemeenten is te vinden op de site van het Trimbos Instituut. https://www.trimbos.nl/producten-en-diensten/webwinkel/product/ af1520-kopp-kvo 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.