of 59162 LinkedIn

Groningen kijkt over de grens

In Noord-Groningen heerst werkloosheid, bij de Duitse buren is de arbeidsmarkt krap. Door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, profiteren beide landen ervan. De grensoverschrijdende organisatie EDR zet de samenwerking kracht bij. ‘Er zijn zo veel mogelijkheden, alleen weet niemand ervan.’

In Noord-Groningen heerst werkloosheid, bij de Duitse buren is de arbeidsmarkt krap. Door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, profiteren beide landen ervan. De grensoverschrijdende organisatie EDR zet de samenwerking kracht bij. ‘Er zijn zo veel mogelijkheden, alleen weet niemand ervan.’

Betere aansluiting op Duitse arbeidsmarkt

Het karakteristieke Groninger landschap wordt door de een aangeduid als weids, door een ander als leeg of desolaat. Bij de Eems Dollard Regio (EDR) – een grensoverschrijdende samenwerkingsorganisatie – zou men voor de eerste beschrijving gaan: een grenzeloze ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, niet alleen figuurlijk. Het kantoor van de organisatie staat niet voor niets in het niemandsland op de Nederlands-Duitse grens tussen Bad Nieuweschans en Bunde. Bij de ingang wijst een richtingbord rechtsaf naar ‘Werken in Duitsland’, half links ligt ‘Wonen in Duitsland’.

‘We zijn er vooral voor de kennisuitwisseling’, legt projectmanager Ilona Heijen uit. ‘We willen laten zien dat de regio niet bij de grens ophoudt. We brengen bedrijven bij elkaar die nog nooit van elkaar hadden gehoord, terwijl ze geen half uur van elkaar vandaan liggen.’ In de afgelopen jaren zijn er diverse kleinschalige projecten in het grensgebied opgezet en ondersteund. Uiteindelijk willen zij af van het projectmatige karakter en toe naar een duurzame sociaaleconomische structuur in het gebied.

Vlak over de grens is het uitzicht minder weids. Het Duitse landschap kenmerkt zich door begroeide aardewalletjes tussen de weilanden. De enorme ruimte is echter hetzelfde. Ondanks de vergelijkbaar lage bouw- en bevolkingsdichtheid staan de grensgebieden er verschillend voor. Terwijl Oost-Groningen met hoge (jeugd-)werkeloosheid kampt en Drenthe armoedige streken kent, ontberen de oosterburen geschoolde werknemers. Dit verschil is sinds de jaren zestig gegroeid. Toen de fabrieken verdwenen uit onze noordelijke provincies, werd de Duitse grensregio als ‘low-cost’- standplaats op de kaart gezet. Vooral het MKB heeft hiervan geprofiteerd door in de niche van toeleveranciers voor grote ondernemingen te springen. In het Emsland (tussen Papenburg en Rheine) is zo een goed draaiende deeleconomie ontstaan waar op dit moment in allerlei sectoren vacatures open staan.

Historisch gescheiden
Dat de arbeidsmarkten van de grensgemeenten tot op heden nauwelijks van elkaar profiteren ligt voornamelijk aan de demografische structuur van het gebied. Het is dunbevolkt en historisch gescheiden door het veengebied. Het besef elkaar nodig te hebben groeit echter gestaag. Naast al lopende samenwerkingen op het gebied van (school-)uitwisselingen, gezamenlijke vergaderingen van burgemeesters en mbo-projecten, wordt nu voor het eerst ingezet op hoogopgeleiden.

Als onderdeel van het met Europees geld gefinancierde INTERREG-traject dat samenwerkingen in grensregio’s ondersteunt, ging in september het project EDRiT (Eems Dollard Regio in Transitie) van start. Het koppelt studenten van de Hanzehogeschool Groningen, de Rijksuniversiteit Groningen en Hogeschool Emden/ Leer aan bedrijven aan weerszijden van de grens om daar hun afstudeerproject of stage te verrichten. In de gemeente Oldambt, halverwege Groningen en de grens, ontstaat met de Campus Winschoten een ontmoetingsplek voor bedrijven en studenten.

Het klinkt groots, maar de betrokkenen blijven realistisch. Studenten met internationale of grootstedelijke ambities zullen niet zijn te porren voor het project. Winschoten en Leer zijn geen Amsterdam of Hamburg, hoe je het ook wendt of keert. ‘Natuurlijk mogen de studenten vrij kiezen, maar wel op basis van feiten’, verklaart Elles Bulder, lector krimp & leefomgeving aan de Hanzehogeschool Groningen. Ze wil daarmee zeggen dat studenten vaak niet weten welke mogelijkheden er dichterbij zijn. Ze kennen de stad Groningen, niet de provincie.

Volgens Bulder komt dit ook doordat de stad jarenlang met de rug naar het ommeland heeft gestaan. Dit lijkt langzamerhand te veranderen. Net als in andere studentensteden wordt de woonruimte krapper, de huizenprijzen rijzen de pan uit en nieuwbouw laat op zich wachten. ‘We moeten inzien dat urbanisatie en krimp als twee kanten van de demografische ontwikkeling met elkaar zijn verbonden. Niet iedereen hoeft in de stad te wonen om er te werken, of andersom.’

De economische voorspoed zou bij kunnen dragen aan deze verschuiving, stelt zij: ‘Nu de crisis achter de rug is, gaat het niet meer alleen om het bemachtigen van een baan, maar ook om andere behoeftes: waar wil ik wonen? De mogelijkheid van een groot huis met tuin en goedkopere voorzieningen wordt dan aantrekkelijk.’

Honkvast
Onbedoeld is de communicatiemedewerker van de Eems Dollard Regio, Florian Agterhuis, een voorbeeld voor de doelgroep van het project. Gecharmeerd door de ruimte en sfeer wilde hij na zijn studie communicatie graag in Groningen blijven. Alleen dacht hij er nooit aantrekkelijk werk te kunnen vinden. ‘Tijdens mijn studie werd nooit aandacht besteed aan werkgelegenheid hier. Daar ging het altijd over grote bedrijven in de Randstad of het buitenland.’ Hij is dan ook blij dat hij zich nu bij de EDR kan inzetten om deze kennis te verspreiden. ‘Er zijn zo veel mogelijkheden, alleen weet niemand ervan.’

Ook in Duitsland is men enthousiast over het project. Studenten van de Hogeschool Emden/Leer hebben even weinig kennis van de regionale arbeidsmarkt, vertelt Sylke Ahring van de recent opgerichte career service aldaar. En dat terwijl ongeveer 60 procent van de studenten afkomstig is uit de buurt. ‘Oostfriezen zijn vaak erg honkvast. Buitenland klinkt voor hen snel te ver weg. Tijdens een stage vlak over de grens kunnen zij internationale ervaring opdoen en tegelijkertijd houden we hun kennis hier. Het is lekker dichtbij, und trotzdem anders.’

Er valt nog een wereld te winnen, aldus het afdelingshoofd van de dienst economische ontwikkelingen van de Landkreis Leer, Harald Krebs: ‘We kennen alleen de bedrijven wier producten wij kopen, de grote merken. Dat er in de regio talloze toeleveranciers zitten, weet bijna niemand. Als je mobieltje kapot is stuur je hem op naar Vodafone. Wie had gedacht dat die al deze reparaties uitvoert in Nordhorn?’

Critici wijzen erop dat dergelijke projecten krimp noch werkeloosheid tegen kunnen gaan. Ze spreken van schijnoplossingen. De samenwerking mikt echter ook op een veel dieperliggende verandering, die van het zelfbewustzijn. Zo kunnen de bewoners zich weer betrokken voelen en een positief zelfbeeld ontwikkelen. Pas dan gaat de leefbaarheid vooruit. Dat zit hem ook in het taalgebruik. In Duitsland spreekt men niet over krimp, terwijl uit een rapport van de EDR blijkt dat ook daar de bevolkingssamenstelling verandert. De vergrijzing slaat er zelfs al harder toe.

Ook Elles Bulder wil graag van het begrip krimp af: ‘Dat klinkt meteen als een aflopende zaak, terwijl een demografische transitie een proces is dat ergens naartoe gaat. Dit is een mentaal ding. Ga ik er iets van maken of leg ik me neer bij het onvermijdelijke. We moeten in deze regio meer eigen verantwoordelijkheid nemen.’

Trots
Ook beleidsadviseur Hans de Wolf van de gemeente Oldambt ziet graag een regionale mentaliteitsverandering. Hij ontvangt in het gemeentehuis in Winschoten. Via een nietszeggende aanbouw leidt hij zijn bezoek naar het oude gedeelte van het pand met een rijkelijk versierde zaal die nog rijkdom en trots ademt. Het is deze trots die hij terug wil brengen. ‘We moeten af van de houding: het was niets, het is niets, dus het wordt nooit wat. Laten we benadrukken wat wij wél te bieden hebben.’

Bij iedereen ligt het debacle met het luxueuze woon- en recreatiegebied Blauwestad nog vers in het geheugen. Randstedelijke renteniers zouden wel zijn te porren voor een luxe villa aan een nieuw aangelegd meer. Saillant detail: om ze niet meteen af te schrikken werd in de reclamecampagne verzwegen waar het project precies lag. Als de kopers eens op locatie waren, zouden ze wel zien hoe mooi het was.

Maar investeerders bleven uit, het miljoenenproject viel in duigen. Blauwestad staat voor bestuurlijke grootheidswaan. En dat terwijl er een prachtig recreatiegebied is ontstaan, aldus De Wolf. ‘De mensen in de gemeente Oldambt en daarbuiten profiteren er enorm van. Er wordt gebouwd, er is toerisme. Alleen heeft niemand het daar nu over.’ Volgens hem moet de ligging juist worden aangeprezen, in plaats van weggemoffeld.

Krebs ziet een duidelijke parallel tussen het zelfbewustzijn en de economische situatie van een regio: ‘In het Emsland gaat het goed, daar heeft men dan ook een hoog zelfbewustzijn. In Ostfriesland heerst een vergelijkbaar underdoggevoel als in Oost-Groningen en Drenthe. Maar ook dat verandert sinds de werkeloosheid afneemt.’

Natuurlijk zijn er bestuurlijke obstakels bij de grensoverschrijdende experimenten. De verschillende belasting- en pensioenstelsels, het minimumloon dat in Duitsland veel lager is en diploma’s die niet worden erkend door verschillen in de onderwijssystemen. De betrokkenen denken echter in praktische oplossingen, vaak op maat gemaakt. Met een betere omschrijving van studierichtingen zijn deelcompetenties wél in beide landen geldig. Daarom is bewust voor een overzichtelijke aanpak gekozen: EDRiT begint met zestig studenten.

Voortrekkersrol
Wat opvalt zijn de optimistische toekomstvisie en experimenteerlust die alle betrokken instanties vertonen. Onder het mom van: we hebben toch niets te verliezen, durft men ver vooruit te denken. Wie durft te zeggen of door de verdergaande decentralisatie van arbeid, het alom aanwezige breedbandinternet en de zelfrijdende auto’s de aard van werken straks niet helemaal gaat veranderen? ‘We moeten een voortrekkersrol vervullen. Demografische veranderingen als vergrijzing en een scheve woningmarkt staan de rest van het land ook te wachten. Dan kunnen ze naar het noorden kijken hoe wij het hier hebben opgelost’, stelt Bulder.

De aardbevingen die Noord-Groningen teisteren, kunnen, hoe cru het ook klinkt, nu een beetje helpen. Pas sinds de Groningers het onderwerp op de landelijke agenda hebben gekregen, weet ook de rest van Nederland dat er plaatsen als Huizinge en Loppersum bestaan. Bulder: ‘Er wonen 175.000 mensen in Noord-Groningen, een substantiële groep. Die hebben zo veel ellende over zich heen gekregen. Het zou alleen maar fijn zijn als uit de landelijke bekendheid iets positiefs voort zou komen.’

Voormalig burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam was er al mee begonnen. Hij verwees internationale bedrijven op zoek naar een vestigingslocatie door naar Delfzijl, vertelde hij in Zomergasten. De ligging aan zee was ideaal, de goedkope ruimte en bestuurders ontvangen hen met open armen. Juist de komst van grote namen zou hoogopgeleiden in de regio kunnen houden. Zolang dit niet het geval is, zal waarschijnlijk maar een kleine groep studenten de grensstreek weten te vinden. Volgens Bulder maakt dat niet zo veel uit: ‘Het werkt als een steentje dat je in een vijver gooit. De kringen die het veroorzaakt worden steeds groter. Uiteindelijk zal de leefbaarheid verbeteren, omdat mensen er weer met plezier wonen.’

Ook Krebs is optimistisch: ‘Natuurlijk beginnen wij alleen aan projecten waarin we toekomst zien. Ik zie de lokale arbeidsmarkt niet zo snel veranderen, dus het heeft zin die verder met die van de buren te integreren. Je moet ook het lef hebben eens iets te proberen. Als je kijkt naar de ontwikkelingen in de Eemshaven, wie weet is de regio binnen twintig jaar het Emsland van Nederland.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.