of 59329 LinkedIn

‘Gemeenten, blijf investeren in werk’

In de toekomst moet iedereen – eventueel met loon­kostensubsidie – aan de slag bij reguliere bedrijven. Werkgevers zeggen voor 100.000 banen te zullen zorgen voor deze mensen. De overheid voor nog eens 25.000. Sw-bedrijven zullen dus gaan sluiten.

‘Die Participatiewet deugt en wij zijn enorm eager om mee te doen’, zegt Cedris-voorzitter Job Cohen. Hij roept de Eerste en Tweede Kamer op haast te maken met de instemming, anders is 2015 onhaalbaar. Toch heeft de brancheorganisatie in de sociale werkvoorziening ook zelf nog wensen. ‘Pik als rijksoverheid straks de financiële voordelen niet in, maar sluis die terug naar gemeenten.’

Ruim een half jaar staat oud-minister en oud-burgemeester Job Cohen (PvdA) nu aan het hoofd van Cedris, de branche­organisatie in de sociale werkvoorziening. En dat in een tijd dat de hele sociale werkvoorziening op z’n kop wordt gezet. De Participatiewet van staatssecretaris Klijnsma (PvdA) die nu bij de Kamer ligt, zal naar de wens van velen eindelijk zorgen voor één regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De instroom in de sociale werkvoorziening zoals we die nu kennen stopt. Daardoor lopen de huidige sw-bedrijven langzaam leeg.

In de toekomst moet iedereen – eventueel met loon­kostensubsidie – aan de slag bij reguliere bedrijven. Werkgevers zeggen voor 100.000 banen te zullen zorgen voor deze mensen. De overheid voor nog eens 25.000. Sw-bedrijven zullen dus gaan sluiten. Of ze moeten worden omgebouwd tot bedrijven waar de mensen met een te lage loonwaarde ‘beschut’ kunnen werken. En natuurlijk gaat het uiteindelijk ook om geld. Want daar is fors minder van beschikbaar om mensen te begeleiden en naar werk te leiden. Ook de vergoeding voor de sw’ers neemt elk jaar af.

De Kamer buigt zich binnenkort over het wetsvoorstel van de Participatiewet. Als het goed is zal de wet in 2015 ingaan, maar dat wordt nog aanpoten. De behandeling staat nog niet op de agenda en gezien de verhoudingen in de Tweede en Eerste Kamer zal dat nog de nodige tijd kosten. Haast is echter geboden, vindt Cohen. ‘Dat is ook voor de sw-bedrijven van groot belang. En laten we ondanks alle discussie wel wezen: die wet deugt en wij zijn enorm eager om mee te doen. Want het is absoluut de goede richting.’

Wat is het doel waarmee u bij Cedris aan de slag bent gegaan?
‘Dat is heel simpel. Zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk helpen. En je ziet dat sw-bedrijven daar de afgelopen tijd steeds beter in zijn geworden. Van de 100.000 sw’ers die we hebben, werken er ruim 35.000 bij gewone bedrijven. De kunst is om banen te maken en te modelleren naar datgene wat mensen wel kunnen. Bedrijven willen dat best, als ze er maar geen gedoe mee hebben.’

Hoe krijgen jullie dat voor elkaar?
‘Door de ervaring. Wat je nu bijvoorbeeld ziet bij de post. Er zijn heel veel mensen met een sw-indicatie die dat heel goed kunnen doen. Maar je moet niet zeggen: vandaag dit, morgen dat. Je moet zeggen: dit is de route, elke dag opnieuw. Wij zouden dat vreselijk vinden, elke dag datzelfde eentonige werk. Maar zij vinden dat heerlijk. Prima. En dat is waar sw-bedrijven ervaring mee hebben opgebouwd. Ook in de afgelopen jaren toen het werk niet voor het opscheppen lag, is dat gelukt. We zien daarbij vooral kansen in de groepsdetacheringen, dus niet elke keer één persoon. Dan kun je mensen plaatsen die relatief veel kunnen in combinatie met mensen die minder kunnen.’

De Participatiewet van Klijnsma is de opvolger van de Wet werken naar vermogen van VVD’er Paul de Krom. Door de val van het kabinet redde die wet het niet. Het eerste voorstel van Klijnsma werd gedwarsboomd door het sociaal akkoord dat rijk, werkgevers en werknemers sloten. Nu ligt er dus een tweede versie. Maar ook deze keer slijpen critici de messen en probeert iedereen de wet nog iets in zijn voordeel aan te passen.

Zo kwam FNV-voorman Ton Heerts met de kritiek dat de keuring van de Wajongers te snel zou zijn en wil een aantal wethouders onder aanvoering van Henk Kool (Den Haag, PvdA) dat de doelgroep voor de 125.000 banen breder wordt getrokken. En dat is precies de grote angst van Cohen. ‘Ik hoop niet dat er nu weer aan gemorreld gaat worden. Den Haag is ontzettend knap in het maken van regeltjes, dus dat is echt een risico. Dat bijvoorbeeld toch voor Wajongers een andere regeling komt, of misschien voorrang  voor een groep boven een andere groep. Dat lijkt me heel slecht. Als je besloten hebt dat je de verantwoordelijkheid bij de gemeenten legt omdat die het beter kunnen, dan moet je het ook echt aan ze overlaten.’

Maar dan zegt Kool dat Wajongers en sw’ers voorrang hebben, met de quotumwet als stok achter de deur. En dan krijgt hij bij een bedrijf zijn jonge werklozen niet meer binnen.
‘Uiteindelijk doe je het omdat het gaat om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Die wil je zoveel mogelijk helpen. En ik hoop dat we verder komen met groepsdetachering. Daar kunnen wij dan misschien een rol in spelen. Zodat je met een bedrijf afspraken kunt maken dat je bepaalde taken voor je rekening neemt.’

U zegt niet: stel die 125.000 banen voor een deel open voor de jeugd of voor Wwb’ers?
‘Nee. Die banen zijn bedoeld voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is de afspraak en ik denk dat je daar gewoon van uit moet gaan.’

Ziet u met alle kritiek het wetgevingstraject met vertrouwen tegemoet?
‘Nou, Heerts heeft natuurlijk niet helemaal ongelijk. Wat ook een complicatie is: dat de gemeenten niet aan tafel zaten toen het sociaal akkoord is gemaakt. En dan natuurlijk de samenstelling van de regering waarbij je rekening moet houden met de drie partijen die je in de Eerste Kamer nodig hebt. Dat mondt dan allemaal uit in het feit dat het ontzettend lang duurt voor die regelgeving er is.’

Is 2015 dan wel haalbaar?
‘Ik weet het niet. Er ligt een enorme druk op. Het is eigenlijk aan de VNG om daar iets over te zeggen. Maar de tijd dringt. Als gemeenten niet weten waar ze aan toe zijn, kunnen ze geen afspraken maken met sw-bedrijven. Voor de sw dreigt er misschien geen acuut gevaar, maar ze moeten goed uitkijken want de bezuinigingen gaan wel door. En ik kan me van de gemeenten heel goed voorstellen dat ze op een gegeven moment zeggen: wacht eens, als we zo weinig tijd hebben om het goed te regelen, wat voor risico’s gaan we dan lopen? En dan is de allergrootste complicatie het geld.’

Daarmee komen we meteen op een punt dat u vast wilt aanpassen in het wetsvoorstel als u de kans krijgt.
‘Klopt. Geld voor begeleiding. Daarvan weten we dat het lastig is, maar wel heel belangrijk. In ons rapport Werken loont (zie kader) hebben we samen met de VNG precies berekend wat het werk kost en oplevert. Dan zie je bijvoorbeeld dat als mensen aan het werk zijn een deel van de winst in de vorm van premies en belastingen naar de rijksoverheid gaat. Pik dat deel nou niet in, maar sluis het terug naar gemeenten of naar bedrijven. Dan kan dat geld worden ingezet voor bijvoorbeeld begeleiding. Het wordt dan voor gemeenten nog interessanter om hun mensen aan het werk te helpen.’

‘Daarnaast zit in het participatiebudget nog maar weinig geld, terwijl in het i-deel [het deel dat gemeenten krijgen voor het verstrekken van uitkeringen/red] nog wel geld zit. Als iemand geen uitkering meer krijgt, of slechts deels, krijgt de gemeente ook minder geld van het rijk. Wij willen dat gemeenten dat i-deel langer mogen houden, zodat ze daarmee nieuwe mensen aan het werk kunnen helpen.’

Met een gesprek over de nieuwe wet en de 125.000 banen ontkomen we niet aan het thema verdringing. Hoe voorkom je dat?
‘Door de economie te laten groeien. Ja, zo simpel is het uiteindelijk. En wat is nou verdringing? Dat kun je ook zeggen van iemand die na zijn studie geen baan kan krijgen en onder zijn niveau gaat werken. En dan is uiteindelijk de zwakste groep de sigaar. En dit ís de zwakste groep. Dus je kunt die redenering ook omkeren en zeggen: het werk dat ze kunnen doen, laat ze dat alsjeblieft doen.’

Maar stel dat het gaat om mensen die al een baan hebben en ontslagen worden ten faveure van een sw’er?
‘Als een bedrijf mensen vanuit de sw aan wil nemen en er daarom anderen uitgooit, dan schiet het niet op. Dat is duidelijk. Gemeenten maken nu vaker afspraken maken over social return. Op zich een mooie gedachte. En ook reshoring helpt. Bedrijven die het nu al weer te veel gedoe vinden om het werk in China en India te laten doen. Als dat teruggehaald wordt naar de sw, dan is dat  echt fantastisch. Dan komt er gewoon werk bij.’

Sw-bedrijven zullen moeten afbouwen en tegelijkertijd moeten gemeenten beschut werk voor 30.000 mensen opzetten. Hoe moeten gemeenten en sw-bedrijven die omslag maken?
‘Veel sw-bedrijven zijn al met die omslag bezig. Ze zien een rol voor zichzelf in dat beschut werken. En verder vind ik dat er mooie voorbeelden zijn van sw-bedrijven die samen gaan met sociale diensten, zoals bijvoorbeeld in de IJmond. Daar is ook winst te boeken, zowel in kwaliteit als in efficiency. Ik hoop dat er in de toekomst heel nauwe contacten ontstaan tussen gemeenten, sw-bedrijven en werkgevers. Want die werkgevers moeten er terecht kunnen om hun mensen te vinden. Voor gemeenten geldt vooral dat ze moeten blijven investeren in werk. Ik hoop dat ze dat durven. Want het vraagt om moed.’

‘Er is een grote groep mensen die niet in dienst komt bij een gewone werkgever, maar die wel wat in huis heeft. Samen met ondernemers kun je die mensen op een creatieve wijze dichter bij de markt brengen. Dan krijgen ze loon in plaats een uitkering. Dat kan door een joint venture waarin mensen aan de slag gaan bij een maatschappelijk betrokken ondernemer. Of je plaatst ze in een groepsdetachering. Dan pas je met de werkgever het werkproces aan, en organiseer je begeleiding op de werkvloer. Dat vraagt om een investering vooraf, maar de ervaring van sw-bedrijven is dat het kan leiden tot partnerschappen waar je jarenlang profijt van hebt.’

‘Beperk winst voor het rijk’
In opdracht van Cedris en de VNG stelde organisatieadviseur Robert Capel het rapport ‘Werken loont’ samen. Daarin heeft hij de kosten en baten van werkgever, werknemer, gemeente en rijksoverheid in de nieuwe Participatiewet inzichtelijk gemaakt. Hij concludeert onder meer dat werkgever en gemeenten er vaak bij inschieten als iemand met loonkostensubsidie aan het werk gaat. Zo wordt er geen rekening mee gehouden dat een werknemer ook bedrijfskosten terug moet verdienen. Bij detacheringen kunnen met werkgevers passende afspraken worden gemaakt over een inleenvergoeding. In dat geval neemt de gemeente het negatieve exploitatietekort over. Dat is voor de werkgever voordelig, maar de kosten voor de gemeente worden hoger. Het rijk profiteert juist van het feit dat mensen aan het werk gaan, omdat ze premies en loonbelasting afdragen. Capel adviseert om met fiscale instrumenten zoals een afdrachtskorting deze ‘winst’ van het rijk te beperken of te vermijden.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.