of 61043 LinkedIn

E-health als nieuwe normaal

Veel mensen met een Wmo-voorziening krijgen vanwege corona minder hulp en ondersteuning. Tegelijk neemt de digitale hulpverlening een vlucht. Gemeenten zien de situatie niet als opmaat voor bezuinigingen. Branche- en belangenorganisaties houden hun hart vast.

Veel mensen met een Wmo-voorziening krijgen vanwege corona minder hulp en ondersteuning. Tegelijk neemt de digitale hulpverlening een vlucht. Gemeenten zien de situatie niet als opmaat voor bezuinigingen. Branche- en belangenorganisaties houden hun hart vast.

Versnelling in alternatieve Wmo-ondersteuning

De maatregelen om verspreiding van het corona-virus tegen te gaan, hebben grote impact op mensen die een beroep doen op een Wmo-voorziening. De huishoudelijke hulp stopte of werd verminderd, evenals begeleiding en dagbesteding. ‘Soms omdat ze hier zelf van afzien uit angst voor besmetting en soms omdat aanbieders geen, fysieke vorm, van ondersteuning leveren vanwege de beperkende maatregelen’, laat een woordvoerder van de gemeente Roermond weten.

Dat ziet ook Illya Soffer, directeur van Ieder(in). In een peiling van begin april onder panelleden – waarin mensen met een beperking of een chronische aandoening zitten – werd duidelijk dat de coronacrisis hen hard treft. Door de stopzetting of vermindering van de zorg en ondersteuning is de lichamelijke gezondheid achteruitgegaan en zijn stress en psychische klachten toegenomen. Mantelzorgers raken daardoor overbelast en mensen voelen zich vaker angstig en geïsoleerd.

‘Die dagbesteding en de ambulante begeleiding is vooral vanuit de organisaties stopgezet’, weet Soffer. ‘Ik denk dat die eerste reflex, in de periode van acute crisis en paniek, wel begrijpelijk is. Pijnlijk vind ik dat er niet is nagedacht over de impact daarvan en welke groepen daardoor in hele grote problemen zouden komen. Wij hebben aan alarmbellen moeten trekken. Je ziet nog steeds dat de focus van het beleid op de ziekenhuiscapaciteit ligt en op de groepen die de meeste risico’s lopen, zoals ouderen. De groepen daaromheen hobbelen erachteraan. Mensen met een beperking die met hulp en ondersteuning thuis wonen, zitten helemaal in de staart.’

Binnenlands Bestuur benaderde zes gemeenten – groot en klein, verspreid over het land – met de vraag hoe ze aanbieders hebben aangespoord om alternatieve zorg en ondersteuning te leveren: Alkmaar, Assen, Breda, Roermond, Stichtse Vecht en SúdwestFryslân. ‘We hebben de aanbieders gevraagd in contact te blijven met de cliënt en waar mogelijk de dienstverlening zo goed mogelijk voort te zetten’, laat een woordvoerder van Breda weten. ‘Waar geen huisbezoeken mogelijk waren voor begeleidingsgesprekken, heeft de begeleiding vorm gekregen in de vorm van (beeld)bellen, online groepsgesprekken of whatsappgesprekken.’ Aanbieders van dagbesteding in Breda brachten knutselpakketten rond en gingen vervolgens met een groepsgesprek online aan de slag met het materiaal. In Roermond wordt door enkele aanbieders individuele dagbesteding thuis geleverd in plaats van in groepsverband. Langzaamaan wordt ook weer dagbesteding opgestart. In kleinere groepen en in grotere ruimten.

Hersenkraker
De huishoudelijke hulp komt in Roermond eventueel minder vaak, maar wel langer. ‘Daarnaast krijgen aanbieders de vrijheid om binnen de indicatie andere activiteiten aan te bieden dan normaal. Ze kunnen bijvoorbeeld boodschappen doen of medicijnen halen, omdat een mantelzorger dit bijvoorbeeld tijdelijk niet kan overnemen’, aldus een woordvoerder. In SúdwestFryslân zijn de aanbieders er goed in geslaagd om de hulp en ondersteuning, zij het op een andere manier, voort te zetten. ‘Er worden dagelijks telefoontjes gepleegd om naast het luisterend oor, ook te stimuleren dat het dagritme wordt vastgehouden. Er worden wekelijks rondbrengacties gehouden met bloemen of koeken met daarbij quizzen, een mooi gedicht of een hersenkraker. Tijdens deze rondbrengacties, op gepaste afstand, wordt meteen de persoonlijke verzorging gecheckt en of de inwoner zich nog redt’, zo laat een woordvoerder weten.

Gemeenten zien de coronacrisis niet als uitgelezen kans om in de (nabije) toekomst te bezuinigen op de Wmo, zo laten de benaderde gemeenten weten. Mensen moeten het nu immers zonder de reguliere hulp doen. ‘Er is geen sprake van een ideale situatie. De druk op mantelzorgers wordt vergroot, waardoor overbelasting dreigt te ontstaan. Er zijn cliënten die een terugval krijgen door de weggevallen, of verminderde ondersteuning’, aldus de woordvoerder van Roermond. ‘We zien dat een enkele client het nu redt zonder of met minder hulp. Maar alleen in de wetenschap dat dit tijdelijk is’, stelt de woordvoerder van Breda. ‘Mensen die het nu redden, lukt dit vaak ook dankzij hun mantelzorgers. Die zetten nu een stap extra. De druk op mantelzorg neem hierdoor echter toe waardoor deze situatie niet heel erg lang vol te houden is.’ De gemeente ziet daarnaast bij een aantal cliënten stilstand of achteruitgang in het hulptraject.

WMO-golfje
‘We hebben onvoldoende zicht of mensen zich met de beperkte hulp goed redden. Bepaalde inwoners blijken sterker te zijn dan verwacht, maar er is ook een categorie die juist nu meer begeleiding nodig heeft. We krijgen signalen dat naarmate het langer duurt een deel van de mantelzorgers het zwaar vindt en cliënten onrustiger worden’, stelt ook de woordvoerder van SúdwestFryslân. ‘Onze denkwijze in de mate van ondersteuning is ongewijzigd’, laat Alkmaar weten. De gemeente vreest dat straks een golf(je) aan nieuwe Wmoaanvragen zal komen. ‘De verwachting is dat er straks meer hulp nodig is, dat de ‘hulpvraag’ tijdelijk is uitgesteld. Er zijn, praktisch gezien, minder aanvragen nu bij het Wmoloket dan in voorgaande maanden.’ Daar houdt ook SúdwestFryslân rekening mee. ‘We zijn ervan overtuigd dat een aantal inwoners nu geen ondersteuning vraagt, terwijl zij dat wel nodig heeft. Deze groep zal als de maatregelen versoepeld worden tevoorschijn komen en alsnog een beroep op de ondersteuning doen.’

‘De toekomst zal uitwijzen of in sommige gevallen de problematiek verergerd is en dus binnenkort tot zwaardere/meer intensieve zorg zal leiden’, laat Assen weten. Soffer benadrukt namens Ieder(in) dat deze situatie voor mensen met een beperking of chronische aandoening niet lang is vol te houden. ‘Hoe langer het duurt, hoe nijpender de situatie wordt. Bij een substantieel deel van de mensen ontstaan situaties die niet houdbaar zijn. De gezondheid gaat achteruit, de psychische druk wordt groter en mantelzorgers houden het niet vol.’

Alkmaar en Breda stellen beide dat de coronacrisis een versnelling teweeg heeft gebracht in digitale hulpverlening. ‘Beeldbellen wordt meer en meer toegepast; dit bewijst steeds meer zijn waarde bij individuele begeleiding’, aldus de Alkmaarse woordvoerder. ‘We hebben samen met de aanbieders wel geleerd dat Ehealth een verrijking kan zijn in de zorg en ondersteuning. Dit is iets wat wij en aanbieders vast willen blijven houden’, stelt de woordvoerder van Breda. ‘Het is geen volledige vervanging van het fysieke contact, maar het kan wel een mooie aanvulling zijn.

Deze crisis heeft op dat gebied wel bijgedragen aan een snellere doorontwikkeling en acceptatie van inzet van digitale hulpmiddelen in de begeleiding, voor alle doelgroepen binnen de Wmo.’ Stimulansz ziet echter nog veel aanbieders worstelen met die digitalisering, als ook met alternatieve vormen van ondersteuning. ‘Aanbieders zouden daar best meer creativiteit in kunnen laten zien’, vindt Wim Peters, juridisch adviseur Wmo bij Stimulansz.

De knip erop
Zorgthuisnl.nl, de brancheorganisatie van thuiszorgaanbieders, vreest net als Ieder(in) dat gemeenten op de Wmo zullen gaan bezuinigingen. ‘Ik ben bang dat gemeenten de knip erop gaan zetten’, stelt Hans Buijing, bestuurder van Zorgthuisnl.nl. Het water stond gemeenten al aan de lippen, en dat is met de coronacrisis alleen nog maar verergerd. ‘Terwijl nu goed zichtbaar wordt hoe belangrijk huishoudelijke ondersteuning is. Dat beseffen gemeenten ook. Voor mensen met COPD bijvoorbeeld is een stofvrij huis heel belangrijk. Maar vergeet ook niet de signaleringsfunctie die de medewerkers in de huishoudelijke hulp hebben. En hoe belangrijk ze zijn in de strijd tegen eenzaamheid.’

‘Mensen uit onze achterban zijn bang dat ze straks het hardst worden getroffen door bezuinigingen. De afgelopen maanden hebben ze minder of geen hulp gekregen en hebben ze dat ‘opgelapt’ met de inzet van mantelzorgers. Zij zijn bezorgd dat dat zo blijft. Gemeenten moeten het geld toch ergens vandaan halen, redeneren ze’, aldus een bezorgde Soffer. ‘Met lichte zorg kun je zware zorg, en hogere kosten, vermijden’, benadrukt Buijing.

Volgens Divosa kan corona wel zorgen voor een nieuwe blik op de zorg en ondersteuning die nu geboden wordt in de Wmo. ‘Deze situatie heeft laten zien dat het ook anders kan. Het is net of er nu nog meer gekeken wordt wat iemand echt nodig heeft. Sommige mensen blijken zelfredzamer te zijn dan verwacht of hebben andere ondersteuning nodig. Soms is ook intensiever hulp nodig. Organisaties lijken elkaar ineens makkelijker te vinden en te versterken. Laten we goed gebruik maken van elkaars kracht, dat kan ervoor zorgen dat we nog meer de juiste dingen doen’, aldus Monique van der Meulen, procesmanager sociaal domein bij Divosa.

Daarmee doelt ze mede op de vele mooie initiatieven die tijdens de coronacrisis in de samenleving zijn ontstaan om elkaar te helpen. ‘Bij de boodschappen, bij handenspandiensten, bij het tegengaan van eenzaamheid, in de samenwerking tussen verschillende organisaties die elkaar ineens weten te vinden en te versterken. Er is veel meer onderlinge verbondenheid. Het zou mooi zijn als dat blijft.’ Dat stelt ook SúdwestFryslân. ‘We zien dat er veel initiatieven in de samenleving ontstaan om buurtgenoten te helpen. Deze versterking van de samenleving willen we straks in het ‘nieuwe normaal’ graag vasthouden en benutten.’

Veranderen
Nu het stof van de crisis is neergedaald en we naar het ‘nieuwe normaal’ toe moeten, dienen gemeenten zich voor te bereiden op zorg en ondersteuning in de anderhalvemetersamenleving. ‘Er gaat iets fundamenteels veranderen’, voorspelt Peters (Stimulansz). Gemeenten zijn wel wat aan het nadenken over hoe de Wmo na de crisis moet worden vormgegeven, maar ze komen er volgens hem nog niet echt aan toe. Bij Divosa komen daarover veel vragen binnen van gemeenten. ‘Hoe organiseer je kwalitatief goede dienstverlening in een anderhalvemetersamenleving? Wat betekent dat voor je toegang, wanneer ga je weer op huisbezoek, wat kunnen we digitaal regelen? Dat zijn vragen die bij gemeenten leven’, weet Van der Meulen.

De meeste van de benaderde gemeenten laten veel aan aanbieders over. Roermond gaat zich daar binnenkort over buigen en pakt dat samen op met aanbieders. Ook Breda denkt met de aanbieders mee. ‘De aanbieders hebben dat de afgelopen weken al gedeeltelijk vormgegeven’, stelt een woordvoerder van Assen. Dagbesteding en groepsbegeleiding worden in kleinere groepen gegeven, bilaterale contacten zijn deels op anderhalve meter afstand weer fysiek, en deels blijft er digitaal contact. ‘Misschien is dat net zo effectief en wel zo efficiënt. Dat gaan we monitoren.’


Crisisplan nodig
Ieder(in) vindt dat de overheid een crisisplan moet maken voor mensen met een beperking en/of chronische aandoening. Soffer: ‘Veel mensen met een beperking of chronische ziekte zijn door corona onevenredig geïsoleerd geraakt. Deels vanwege het wegvallen van hun dagstructuur, hulp en sociale contacten. Daarnaast zijn er honderdduizenden mensen die nu al wekenlang “vrijwillig” in thuis-quarantaine zitten, omdat zij een verhoogd gezondheidsrisico lopen. Het kan niet zo zijn dat mensen met een beperking maanden- of zelfs jarenlang buiten de samenleving komen te staan. Er moet voor hen een plan komen waarin duidelijk wordt gemaakt hoe zij op gelijke voet in de versoepeling kunnen meegaan. Van dat plan moet een lokale vertaling worden gemaakt, met inbreng van mensen met een beperking of chronische ziekte. En dat moet nu gebeuren.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.