of 59318 LinkedIn

Duur en complex wondermiddel

Sociale wijkteams zijn hét antwoord op de decentralisaties van zorg, jeugd en werk. Zo kunnen gemeenten de taken beter uitvoeren en nog voor minder geld ook. Maar na de eerste experimenten zwelt de kritiek aan.

Gemeenten stampen het ene na het andere sociale wijkteam uit de grond. Beter gecoördineerde zorg voor minder geld is het idee. De praktijk blijkt anders. ‘Wijkteams kunnen ook een markt voor zorg creëren of juist extra hulpvragen oproepen.’

Sociale wijkteams zijn hét antwoord op de decentralisaties van zorg, jeugd en werk. Zo kunnen gemeenten de taken beter uitvoeren en nog voor minder geld ook.

Het idee is simpel: aan de keuken­tafel zit de burger samen met een regisseur (ook wel frontline manager of generalist genoemd). Besproken wordt wat voor de burger in kwestie nodig is. De regisseur zorgt dat die hulp wordt geboden. Zonder dat de burger zijn verhaal tig keer hoeft te vertellen en zonder dat er een dozijn  hulpverleners langs elkaar – of nog erger: tegen elkaar in – aan het werk is om allemaal een stukje van het probleem op te lossen.

Dat is tenminste het idee. Maar na de eerste experimenten zwelt de kritiek aan. Kunnen generalisten kennis hebben van alle problemen in een gezin met zware problematiek? Worden de wijkteams niet veel te zwaar en daardoor te duur of te complex? Tuigen we wellicht een bureau­cratisch monster op?

Buurtzorg Nederland zorgt in het overgrote deel van Nederland voor wijkverpleging en andere diensten. Directeur en oprichter Jos de Blok ziet het idee achter de wijkteams – zorg, werk, hulpverlening dicht bij de burgers – dan ook wel zitten. Maar, waarschuwt hij, bij het opzetten van de wijkteams wordt één ding vaak vergeten: de burger.

‘In de wijkteams worden zonder aanleiding mensen uit allerlei verschillende disciplines bij elkaar gezet. Dat gaat voor een enorm bureaucratisch overlegcircus zorgen waarbij professionals met elkaar in gesprek zijn en de burger veel te weinig betrokken is.’

Vergeten
De burger er veel meer bij betrekken. Daar zal geen hulpverlener, zorgverlener, gemeenteambtenaar  of bestuurder het mee oneens zijn. Het is zelfs één van de doelen van de decentralisatie en de reden van het opzetten van de sociale wijkteams. Toch wordt de burger en diens wens bij de inrichting van een wijkteam vaak vergeten.

Tijdens het BB-debat ‘Kiezen of delen in het sociaal domein’ wees Marjet van Houten, adviseur participatie­bevordering bij kennisinstituut Movisie, daar onlangs al op. ‘Het lijkt uiteindelijk toch op een uitermate eenzijdig contract, niet gericht op oplossen van problemen van burgers, maar op het oplossen van het probleem van de gemeente: hoe krijgen we burgers zo ver dat ze minder vaak beroep op ons te doen?’, concludeert Van Houten uit de honderden beleidsnota’s die ze onder ogen krijgt.

Behalve dat de burger niet genoeg erbij wordt betrokken, ziet directeur De Blok dat er een te groot overlegcircuit wordt opgetuigd. ‘Het proces wordt uit elkaar gehaald. Eerst wordt het beroemde keukentafelgesprek gevoerd om te kijken wat er allemaal aan de hand is. Daarna wordt vastgesteld wat er nodig is en wie of welke instantie dat gaat doen. Want zo’n generalist of regisseur gaat de hulpverlening niet allemaal zelf doen. Het lastige daarbij is het opbouwen van een vertrouwensrelatie. De burger wil z’n hele hebben en houwen maar één keer op tafel gooien. Maar in veel gemeenten wordt het proces zo ingericht dat zo’n gesprek overgedragen moet worden. Die persoon krijgt niet alles mee van dat eerste gesprek, maar moet wel de vertrouwenspersoon worden. Je ontwikkelt dus een extra coördinatiemoment.’

Maar de insteek van de wijkteams is toch dat de regisseur een gesprek houdt, kijkt wat er nodig is, in het wijkteam bespreekt wat er moet gebeuren en daarmee teruggaat naar het gezin? De Blok lacht. ‘Ja, dat is misschien het ideaalbeeld. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Wat je krijgt is een intakegesprek met een regisseur – terwijl die mensen in het overgrote deel van de gevallen al lang bij een andere hulpverlener in beeld zijn – die weer met andere instanties in gesprek gaat en moet uitleggen wat er aan de hand is.’

Voordat de regisseur in actie komt, is volgens De Blok in 90 procent van de gevallen de aard van het probleem al duidelijk. Ook is er dan al een hulpverlener in beeld. Het zou dus logisch zijn om die als regisseur te benoemen. In sommige gemeenten gebeurt dat ook. De Blok ziet graag dat de ‘dienstdoende’ Wmo-consulent of jeugdzorgmedewerker tot regisseur wordt benoemd. Maar in veel sociale wijkteams is de regisseur een andere persoon.

‘Theoretisch klinkt het allemaal mooi. Maar moet je even praktisch bedenken hoe dit eruit gaat zien. Dat wordt enorm veel heen en weer gepraat.’

Uren doorpraten
In het verleden heeft De Blok leiding gegeven aan verschillende professionals. Veel vertrouwen dat die met elkaar tot een goede, werkbare oplossing komen heeft hij niet. ‘Professionals kunnen problemen en oplossingen verzinnen en bij elke oplossing weer een nieuw probleem. Daar kunnen ze uren over doorpraten. Maar je moet met de cliënt in gesprek. Wat heeft díe nodig? Daar  moet het over gaan en veel minder over zorgverleners en hun organisatie.’

De Blok verwacht ook niet dat de regisseur na een eerste keukentafel­gesprek met het wijkteam meteen dé oplossing kan vinden. En dat die vervolgens nog slechts hoeft te worden uitgevoerd. Hij gelooft meer in het gesprek als eerste stap, die zal moeten worden gevolgd door vele andere. Langzamerhand moet zo een vertrouwensband worden opgebouwd. ‘Dat doe je door te laten zien dat je een betere situatie wilt creëren. Gaandeweg kijken wat er goed gaat, waar verbetering of bijsturing nodig is. Maar wat nu in veel gemeenten gebeurt, is dat de toegangspoort wordt losgekoppeld  van het hulpverlenersgesprek. Daardoor wordt een extra ronde ingebouwd en komt de hulp verder van het gezin te staan.’

De vereniging voor sociale diensten Divosa noemt in haar jaarlijkse monitor de wijkteams een trend die zelfs al een hype dreigt te worden. Daarbij lijkt het erop dat het inrichten van een wijkteam eerder doel is dan middel. Volgens Divosa-leden hebben de wijkteams veel voordelen. Maar bestaat het risico dat de teams te zwaar worden opgetuigd (zie kader).

Onnodig
Groot bezwaar is dat de wijkteams in sommige gemeenten worden ingezet voor iedereen met een hulpvraag en dus als toegang dienen voor alle dienstverlening die de gemeente biedt. Dat is onnodig en het kost veel geld. Met name als de grote groep mensen waar de problematiek enkelvoudig is, via deze brede toegangspoort naar hulp wordt geleid.

Sowieso kost het oprichten van wijkteams veel geld, waarschuwt Divosa. Het inrichten van wijkteams kan alleen op lange termijn efficiënt zijn, op korte termijn moet er geld bij. De leden van Divosa vinden bovendien dat wijkteams erg op zorg gericht zijn en minder op participatie. ‘Het kan daarmee ook een markt voor zorg creëren of juist extra hulpvragen ophalen’, is de vrees. Hierdoor kan een wijkteam de zorg juist duurder maken.

Professionals in het wijkteam moeten welhaast duizendpoten zijn om alle vakgebieden te kunnen bestrijken. ‘Tegelijkertijd moet de professional in het wijkteam niet te vroeg, maar zeker ook niet te laat doorverwijzen naar meer specialistische hulp. In één gemeente waar de wijkteams te veel zorg op hun bordje namen, zijn de eerste overspannen professionals al een feit’, aldus de monitor.


‘Wijkteams visieloos en te zwaar opgetuigd’
De brancheorganisatie voor schuldhulpverlening, NVVK, is ook kritisch over de inzet van wijkteams. Voorzitter Joke de Kock: ‘In sneltreinvaart worden de teams ingericht, soms zelfs visieloos. Als je maar een sociaal wijkteam hebt, lijkt het idee.’ Volgens De Kock worden de teams ook te zwaar opgetuigd. ‘Er zijn teams waar ook jeugdzorg en een leerplichtambtenaar deel van uitmaken, en dat in een wijk waar alleen ouderen wonen. Je moet kijken naar wat er echt nodig is.’ Tegelijkertijd is schuldhulpverlening niet in alle teams aanwezig. Over de problemen die ontstaan als een regisseur zonder kennis van zaken zich met schuldhulp bezighoudt, komen inmiddels de eerste geluiden binnen.

‘Een toeslag die ten onrechte wordt aangevraagd moet gewoon worden terugbetaald. Dan zitten mensen nog dieper in de problemen.’ Ook wordt schuldenproblematiek soms niet opgepakt of wordt een beslagvrijevoet verkeerd berekend. ‘Natuurlijk kunnen wijkteams het probleem constateren. Maar daarna moet de oplossing door een specialistische afdeling worden aangeboden. En dat zijn de klassieke schuldhulpverleners.’ Enkele gemeenten hebben met het inrichten van de wijkteams de afdelingen schuldhulpverlening opgeheven. De mogelijkheid voor mensen om zich met een schuldvraag bij de gemeente te melden is daarmee verdwenen. De NVVK vreest dat dat op termijn voor extra problemen zorgt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.