of 59130 LinkedIn

De eigen kracht van Koggenland

Het behoud van de dorpse identiteit en vitaliteit. Dat staat centraal in Koggenland, een gemeente in de kop van Noord-Holland die uit vijftien dorpen en negen buurtschappen bestaat. ‘De vitaliteit van de kleine dorpen komt onder druk te staan. Het gaat nu nog goed; er zijn voldoende mensen die toneel spelen, de kaartclub, de biljartclub en de muziekvereniging hebben genoeg leden. Maar als die leden er over tien, twintig of dertig jaar niet meer zijn, hoe gaat het dan? Wat moeten we doen om hier ook straks een prettig leefklimaat te hebben?’, steekt burgemeester Posthumus van wal.

Koggenland wil de leefbaarheid van het platteland veiligstellen. In dorpsgesprekken dragen inwoners zelf ideeën en projecten aan die in doe-teams worden uitgewerkt. Ook dragen ze actief bij aan de uitvoering. Waar nodig met hulp van de gemeente.

Handen uit de mouwen voor behoud vitaliteit

Het behoud van de dorpse identiteit en vitaliteit. Dat staat centraal in Koggenland, een gemeente in de kop van Noord-Holland die uit vijftien dorpen en negen buurtschappen bestaat. ‘De vitaliteit van de kleine dorpen komt onder druk te staan. Het gaat nu nog goed; er zijn voldoende mensen die toneel spelen, de kaartclub, de biljartclub en de muziekvereniging hebben genoeg leden. Maar als die leden er over tien, twintig of dertig jaar niet meer zijn, hoe gaat het dan? Wat moeten we doen om hier ook straks een prettig leefklimaat te hebben?’, steekt burgemeester Posthumus van wal.

Die vraag wilden het gemeentebestuur en de ambtenaren niet zelf beantwoorden. ‘We besloten aan de inwoners te gaan vragen hoe ze hun dorp vitaal denken te kunnen houden. Niet als gemeente met een plan of blauwdruk komen en daar een zogenaamde inspraakronde over houden. Nee, de inwoners weten als de beste wat er moet gebeuren en zij moeten ook vertellen hoe zij het gaan uitvoeren.’

De raad ondersteunde het initiatief vanuit het college en zo werden – we schrijven eind 2016 – de dorpsgesprekken en doeteams geboren. In zeven dorpen zijn inmiddels dorpsgesprekken geweest en doe-teams gevormd; het komende jaar volgt de rest. ‘Met die gesprekken proberen we de energie aan te boren en plannen naar boven te krijgen die gericht zijn op het vitaal krijgen of houden van de dorpen’, vat Posthumus samen.

Avondje klagen
Sandra de Wit was een van de aanwezigen bij het dorpsgesprek in Berkhout, nu bijna een jaar geleden. ‘Op het laatste moment besloot ik er naartoe te gaan. Het leek me wel leuk, maar als moeder van vijf kinderen heb ik het druk.’ Ze was ook huiverig dat het een ‘avondje klagen’ over de gemeente zou worden. Niets bleek minder waar; er werd positief en constructief nagedacht over hoe Berkhout over twintig jaar nog net zo leuk zou kunnen zijn als nu.

‘Bij de aftrap van zo’n dorpsgesprek zet ik de verwachtingen goed neer’, benadrukt burgemeester Posthumus. ‘Ik geef aan dat het niet een avondje klagen is en dat het ook niet gaat over scheefstaande lantaarnpalen, hondenpoep, losliggende stoeptegels en ander onheil. Het is jullie avond; jullie maken de plannen, jullie vertellen hoe het gaat gebeuren en bepalen het tempo. Waar nodig ga ik de hindernissen uit de weg ruimen en beletselen wegpoetsen. En als het nodig is hebben we ook nog een beetje geld.’ Bij alle avonden staat in een hoek van de zaal een mand met rotte appelen. Daar kunnen inwoners na afloop bij de burgemeester klagen. Er wordt nooit gebruik van gemaakt.

In het gezamenlijk deel van het dorpsgesprek worden eerst de positieve punten van het dorp geïnventariseerd. Daarna moeten inwoners aangeven waar ze zich hard voor willen maken. ‘De bal werd echt bij ons teruggelegd’, vertelt De Wit. Zij sloot zich aan bij een doe-team dat zich bezig ging houden met de realisatie van een natuurspeeltuin. ‘Dat leek me leuk, ook omdat we er al op korte termijn een succes van konden maken.’

Met hart en ziel stortte De Wit zich op het project, samen met vier andere vrouwen. Het doe-team besloot ook de kinderen van de basisschool in het dorp bij de planvorming te betrekken. ‘Zij gaan tenslotte in die speeltuin spelen’, aldus De Wit. Alle leerlingen tekenden hun ideale natuurspeeltuin en knutselden vervolgens maquettes van de kansrijkste ideeën.

Een blote voetenpad, een kabelbaan, een waterpomp en stapstenen door het water waren elementen die de kinderen graag in hun natuurspeeltuin willen terugzien. Een hoveniersbedrijf, gespecialiseerd in de aanleg van natuurspeeltuinen, werkte aan de hand van de maquettes een conceptvoorstel uit.

De kinderen van de Geert Holle school overhandigden deze week het definitieve ontwerp aan de burgemeester. De gemeente handelt de formaliteiten verder af, zoals de benodigde vergunningen en de financien. Half mei kan met de aanleg worden gestart en voor de zomer zal de natuurspeeltuin zijn poorten openen. De gemeente zorgt verder voor de aanleg van de speeltuin.

Burgemeester Posthumus vindt de natuurspeeltuin Berkhout een mooi voorbeeld van wat de gemeente voor ogen heeft met de dorpsgesprekken en de doe-teams. ‘Het idee is tijdens het dorpsgesprek geboren, door aanwezigen opgepakt en neergelegd bij de basisschool van Berkhout. Die kinderen hebben actief geparticipeerd en hun natuurspeeltuin zelf ontworpen. Zij zijn tenslotte de gebruikers.’

Ideeën
Sinds de start van de dorpsgesprekken zijn in zeven dorpen verschillende doe-teams aan de slag. Het ene idee vergt meer tijd dan het andere. In Hensbroek heeft een doe-team een verwaarloosde jeu-de-boulesbaan nieuw leven ingeblazen. ‘Het is leuk dat inwoners elkaar daar willen treffen en dat ze mee willen doen om die baan te herstellen. Samen met onze buitendienst en dorpsbewoners is de baan opgeknapt en kon hij weer in gebruik worden genomen’, vertelt een trotse burgemeester.

Een ander doe-team stortte zich op een skeelerbaan. ‘Die is samen met een vereniging uit een buurgemeente tot stand gekomen. Mensen hebben elkaar weten te vinden en een skeelerbaan weten te realiseren.’ Inwoners van Scharwoude bouwden op eigen kracht een onderkomen voor de ijsclub. ‘Als het een keer gaat vriezen, moeten ze een hok hebben om materiaal op te bergen. Het oude hok was omgewaaid.’

Er zijn ook missers, erkent Posthumus. ‘Sommige plannen worden vol enthousiasme bedacht, maar als je er over doorpraat blijken ze niet uitvoerbaar te zijn.’ Zo was er in Obdam het idee om de lokale economie aan te jagen en zo de werkgelegenheid te vergroten. ‘Op het moment dat zo’n idee naar voren komt, heb ik er geen oordeel over. Ieder idee is goed en als het de steun van de inwoners heeft, kunnen doe-teams het uitwerken. Inwoners moeten zelf ontdekken of het iets wordt of niet.’ Het bleek te complex. Om meer werkgelegenheid in het dorp te krijgen, moeten bedrijven naar het dorp worden ‘gelokt’ en dient er een bedrijventerrein te komen om de nieuwe bedrijven te kunnen huisvesten.

Posthumus: ‘Als je alles stap voor stap afpelt dan is de eindconclusie: op deze manier gaan we dat niet redden. Zonder dat wij als gemeente meteen zeggen: “Dat gaan we niet doen” of “Doe niet zo gek, dit heeft geen zin”, hebben we alles goed doorgeakkerd. Uitkomst van de discussie is dan wel dat we het de bestaande bedrijven niet al te moeilijk moeten maken. Dat is de spin-off van zo’n bijeenkomst. En we denken door.’

Een andere hobbel moest in het gemeentehuis worden genomen. Posthumus: ‘Ik heb hier enthousiaste, vakbekwame mensen zitten die al vele jaren gewend zijn om op een bepaalde manier te werken. Dan komt er zo’n burgemeester met een raar plan; dat is even wennen. We moeten leren loslaten. Dat kost tijd en zorgvuldige begeleiding.

Leren vertrouwen
Ambtenaren moeten leren op andere mensen te vertrouwen. ‘Je hoeft het niet helemaal los te laten, maar je moet wel op afstand komen. Als ik vraag of ik jouw tuin mag harken en jij zegt: toe dan maar, dan is het niet heel handig als je na de eerste hark meteen de boel uit mijn handen grist en zegt: laat mij het maar weer doen. Het loslaten vereist zorgvuldigheid, daar hebben we oog en aandacht voor. We doen het daarom in een rustig tempo. Ik ben heel blij dat het college en de raad dit hebben opgepakt en trots op hoe onze medewerkers hierop inspelen’, aldus Posthumus.

De Wit is tevreden over de steun die het doe-team natuurspeeltuin van de hen toegewezen ambtenaar krijgt. ‘We zijn een fanatiek doe-team. In het begin moest hij wennen aan ons fanatisme’, lacht ze. ‘Soms moesten we drie keer aan de bel trekken voordat hij in actie kwam, maar inmiddels is hij doordrongen van het feit dat we bepaalde dingen van hem verwachten.’ Hoewel het project nog niet is afgelopen, heeft De Wit geen seconde spijt van haar deelname. ‘Ik vind het ontzettend leuk om te doen. Bewoners leggen te vaak de bal bij de gemeente. Eigenlijk is het heel normaal om zelf de handen uit de mouwen te steken.’

Posthumus kijkt uit naar de dorpsgesprekken die nog komen. ‘Ik krijg er enorm veel energie van.’ Per avond komen er zo’n 80 tot 125 mensen. ‘Het zijn altijd hele positieve avonden. “Het is voor het eerst dat we serieus genomen worden”, hoor ik wel eens. Ik weet niet of dat waar is, maar de mensen zeggen het. Ze vinden het fijn dat ze ruimte krijgen voor hun ideeën. Ik heb maar een keer gehoord dat het allemaal flauwekul is en dat het niets wordt. Ik zei toen: “Je hebt gelijk. Als je niet met een plan komt en niks hebt of vindt, dan wordt het niets.”’

Aan plannen is er, zo leert de ervaring, geen gebrek. ‘De doe-teams bepalen tijdens die dorpsgesprekken welke projecten worden opgepakt en werken de plannen verder uit. Wij helpen, vakmatig, waar dat nodig is. De essentie is dat wij geen dingen uit handen nemen die anderen beter kunnen. Zo kun je de kracht van de samenleving benutten, van alle inwoners die ideeën hebben over het behoud van de leefbaarheid van hun dorp en daaraan ook concreet willen meehelpen.’


Doe-teams
Koggenland is eind 2016 gestart met dorpsgesprekken. Doel ervan is de energie van inwoners aan te boren om te komen tot een vitaal platteland en de leefbaarheid van de dorpskernen te behouden. Centrale vraag tijdens de dorpsgesprekken is: ‘Hoe ziet uw dorp er over tien jaar uit? En wat kunt u hierin betekenen.’ Vanuit die dorpsgesprekken zijn 38 doe-teams ontstaan. De projecten zijn er in alle soorten en maten: van een opknapbeurt van een verwaarloosde jeu-de-boulesbaan tot de herinrichting van een dorpsplein. De gemeente faciliteert waar dat is gewenst. De raad heeft in 2016 voor drie jaar een miljoen euro vrijgemaakt. Dat bedrag is zowel voor de ondersteuning van de doe-teams als de realisatie van hun projecten.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.