of 59130 LinkedIn

Dashboards, apps en meters

Overal in het land doen beleidsambtenaren Wmo en jeugdzorg hun uiterste best de juiste informatie naar boven te halen over gebruik en effecten van voorzieningen in het sociaal domein. Twee jaar na de transitie van zorg naar de gemeenten is de worsteling nog immens. Dashboards kunnen uitkomst bieden, mits correct en actueel.

Overal in het land doen beleidsambtenaren Wmo en jeugdzorg hun uiterste best de juiste informatie naar boven te halen over gebruik en effecten van voorzieningen in het sociaal domein. Twee jaar na de transitie van zorg naar de gemeenten is de worsteling nog immens. Dashboards kunnen uitkomst bieden, mits correct en actueel.

Speuren naar informatie over jeugdzorg

Ruim de helft van de Nederlandse gemeenteraadsleden geeft aan geen grip te hebben op de uitvoering van de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein, blijkt uit recent onderzoek van Binnenlands Bestuur. Slechts twee op de tien gemeenteraadsleden krijgt goede informatie om te sturen op jeugdzorg. En velen vinden dat wethouders in het sociale domein te weinig of juist bergen ongestructureerde informatie aan de raad verstrekken.

Gemeenten worstelen individueel of in groepjes (de regio’s) met het verkrijgen van de juiste sturingsinformatie. Op zich niet merkwaardig, de transitie van zorg naar gemeenten is pas twee jaar een feit. En gemeenten lopen aan tegen zorgaanbieders die allemaal hun eigen manieren van registratie van in- en output hebben. En allemaal hun belangen. Ze kunnen mooi weer spelen met prachtige outputcijfers of juist een deprimerend beeld schetsen met wachttijdcijfers, om aan te tonen dat er vooral meer geld bij moet.

Lokale zorgmeter
In Nijmegen zag de lokale rekenkamer met lede ogen het gebrek aan sturing in het sociaal domein aan. In zijn rapport ‘Sturen op zorg’ geeft de rekenkamer in het voorjaar van 2017 aan dat de Nijmeegse gemeenteraad niet of nauwelijks beschikt over bruikbare informatie om te kunnen (bij)sturen op de realisatie van de doelen van de Wmo en jeugdhulp. Er zijn geen concrete kern doelen, en het ontbreekt aan ‘een robuuste set van indicatoren’, die langere tijd achter elkaar frequent worden gemeten. Ook is er geen planmatige monitoring van beleidsresultaten.

Nijmeegs PvdA-raadslid Ammar Selman herkent zich in de kritiek van de lokale rekenkamer. ‘Als raad krijgen we een oerwoud van niet-inzichtelijke informatie van het college. Maar om te kunnen sturen, moeten we weten wat we aan beleid hebben uitgezet en wat de uitkomsten daarvan zijn, liefst op wijkniveau. Ik geef onmiddellijk toe dat de transitie van zorg naar gemeenten een grote operatie is, die veel tijd en energie vergt. Gemeenten kunnen hun rol echter pas waarmaken als er adequate informatie beschikbaar is.’

Moeiteloos schudt Selman twee voorbeelden uit de mouw. Zo was er voor de transitie een oververtegenwoordiging van allochtone jongeren in zwaardere vormen van jeugdzorg waar ook justitie aan te pas komt (51 procent). Selman wil graag weten of dit percentage nu is gedaald. ‘Maar ik kan niet achterhalen wat de situatie in Nijmegen is. Hebben we met het ingezette beleid deze groep eerder gesignaleerd en hulp kunnen bieden? Ons officiële beleid is om aan de voorkant te voorkomen dat bepaalde groepen oververtegenwoordigd zijn in de zwaardere jeugdzorg. Hebben we dat bereikt?’

‘En over Veilig Thuis in Gelderland-Zuid kregen we van het college steeds te horen dat daar geen wachtlijsten waren. Uiteindelijk ontdekt de Inspectie dat ze er wel degelijk zijn. De wachtenden bij Veilig Thuis hadden opeens het etiket ‘werkvoorraad’ gekregen, wat niet aan de gemeente was gerapporteerd. Hoe kunnen wij als raad tijdig sturen als alleen een externe inspectie achteraf constateert dat zaken niet goed lopen?’

In Nijmegen heeft de rekenkamer inmiddels doorgepakt met de ontwikkeling van de lokale zorgmeter, die gegevens aan elkaar koppelt en beleidsstukken en -resultaten veel makkelijker digitaal vindbaar maakt. Met gebundelde informatie en zoektermen die je op het goede spoor zetten. Maar deze zorgmeter moet nu vooral worden gevuld met juiste en actuele informatie en vervolgens goed bijgehouden, benadrukt de rekenkamer. Groot pijnpunt is dat de meeste indicatoren voor (effect)meting van zorg zelfs nog moeten worden vastgesteld. Volgens het rekenkamerrapport is het mede daardoor in Nijmegen nog steeds ‘goeddeels onmogelijk om te bepalen of het de goede of verkeerde kant opgaat wat betreft de gewenste maatschappelijke effecten van het gevoerde sociaal beleid.’

Korting op budget
Het gebrek aan juiste indicatoren om zorg(effecten) te meten is overal in het land een probleem. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Nederlands Jeugdinstituut zijn hard bezig om samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de definities bij de landelijke indicatoren vast te stellen, in het project Outcome. De indicatoren richten zich op de resultaten van jeugdhulp. Een lastige klus, want het meten van outcome en de gegevens vervolgens benutten voor sturing verschilt per doelgroep, type hulp, branche of professie.

Het zal dan ook pas in 2019 klaar zijn, en veel gemeenten vinden dit te laat. Bovendien krijgt het CBS dan steeds enkele maanden om alle gegevens te verwerken. Kun je met zo’n vertraging wel tijdig sturen, vragen gemeenten zich af. In verschillende regio’s worden daarom nu eigen initiatieven genomen om actuele, eenduidige data van zorgaanbieders te verlangen.

Zo willen de vijftien samenwerkende gemeenten in Rotterdam-Rijnmond hun jeugdhulp al vanaf 2018 goed monitoren. Om gericht te kunnen sturen, willen zij vooral snel goed inzicht krijgen in de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen van de regionale jeugdhulp. Zij zoeken daarbij wel aansluiting bij de werkgroep Outcome van VNG/NJi/CBS, maar stellen waar nodig zelf definities voor indicatoren vast.

De zo verkregen meer actuele gegevens worden vervolgens ondergebracht in een overzichtelijke uitvoeringsmonitor, vergelijkbaar met de Nijmeegse zorgmeter. Zo moet er elk kwartaal goed inzicht ontstaan in wachttijden, bereikte doelen, cliëntuitval en cliënttevredenheid. Groot probleem is, constateert Rijnmond, dat nog niet alle aanbieders de gewenste gegevens leveren en op uniforme wijze registreren. Dit moet snel anders. Vanaf 2018 worden zorgaanbieders daarom contractueel verplicht hun actuele cijfers goed aan te leveren, anders kan een korting op hun budget volgen. De gegevens moeten ook direct naar de gemeenten, Rijnmond wil niet steeds maanden wachten op het CBS.

Flitsend dashboard
In de regio West-Brabant-West is het regionale zorg- informatie en inkoopteam (ZI²T) ook hard bezig met de bouw van een eigen informatiestelsel voor de jeugd. ‘We willen gemeenten maandelijks sturingsmogelijkheden bieden. Dit doen we op basis van eigen data over de gemeentelijke toegang, het zorggebruik en voorliggend veld, de inzet van collega’s in andere domeinen en het budget’, vertelt informatiemakelaar Marga Hoondert.

Daartoe heeft het inkoopbureau met Microsoft PowerBI een flitsend dashboard gemaakt, met twaalf rapporten die alle informatie visualiseren. Het eerste rapport bevat tien indicatoren met informatie voor politiek bestuurders, alle pagina’s daarachter zijn bedoeld voor de ambtelijke, tactische en operationele laag. Het dashboard is klaar en biedt een schat aan informatie.

Hoondert: ‘Nu al zien we in het dashboard dat sommige gemeenten meer specifieke vormen van zorggebruik hebben dan andere. Bijvoorbeeld dat meer ambulante jeugdzorg vanuit de gemeentelijke toegang wordt geboden of meer wordt geïnvesteerd in de relatie met huisartsen, onderwijs of werk en inkomen. Uit ons dashboard komt naar voren dat dit een verminderend effect heeft op de doorstroom naar zwaardere jeugdzorg. Het is erg interessant om hierover het gesprek aan te gaan met alle coördinatoren van de gemeentelijke toegang. Daar kunnen alle gemeenten van leren.’

Het ZI²T heeft nu ook een aanbesteding uitstaan om doelrealisatie, cliëntuitval en cliënttevredenheid te meten conform de landelijke indicatoren. Een extern bureau zal kwaliteitsdata van zorgaanbieders beoordelen en hen ondersteunen bij het aanleveren van betrouwbare data. Zo moeten zorgaanbieders goed met elkaar kunnen worden vergeleken en de zorg verbeterd. Een vergelijkbaar dashboard ontwikkelen voor de Wmo is ook goed mogelijk, denkt Hoondert, ‘maar de overlap tussen jeugdzorg met onderwijs en werk en inkomen is vele malen groter.’

Interactieve momenten
De gemeente Utrecht kiest voor een net andere insteek. Niet alleen prestatieindicatoren staan centraal, maar ook co-creatie. Daarvoor is een helder sturingsmodel ontwikkeld, waarin zowel de harde als zachte kanten van het sturen op kwaliteit van zorg staan beschreven, de cijfers versus de inhoud dus. Sturing vindt vooral plaats via kwartaalgesprekken met zorgaanbieders en professionals.

‘Zo maken we een gezonde balans tussen budgetten, wettelijke kaders en continue vernieuwing van ons zorglandschap’, zegt Willem ten Voorde, gemeentelijk beleids strateeg jeugd, zorg en veiligheid. ‘Ons sturingsmodel maakt duidelijk hoe we via co-creatie met zorgaanbieders en wijkteams samenwerken om onze doelen te bereiken. Waarbij we uitgaan van een gezamenlijke visie, een gezamenlijk startpunt en een gezamenlijke route naar goede zorg. `We sturen niet alleen op verantwoording van de harde kant, maar willen juist ook in gesprek over de zachte, inhoudelijke kant.’

Ook de gemeenteraad krijgt aandacht in het Utrechts sturingsmodel. Naast reguliere rapportages ontvangen gemeenteraadsleden jaarlijks een voortgangsrapportage en een uitvoeringsagenda. En twee keer per jaar zijn er ‘interactieve momenten’ voor raads leden. Hierin wordt met behulp van datagedreven sturing de transformatie in het Utrechts zorglandschap besproken. Zo worden bijvoorbeeld dilemma’s gedeeld die ontstaan als zorgaanbieders niet consequent de juiste gegevens aanleveren.

Om de aanpak verder te vervolmaken richt Utrecht zich momenteel op het anders meten van cliënttevredenheid. Cliënten kunnen in de toekomst via de webapplicatie Ervaringwijzer hun zorgervaringen delen. Ten Voorde: ‘Met het versturen van brieven die cliënttevredenheid moeten meten, halen we nu niet voldoende respons. Je krijgt een jaarlijkse momentopname, terwijl we vanuit ons sturingsmodel juist voortdurend met inwoners die hulp ontvangen in contact willen zijn.’

De webapplicatie is nog in ontwikkeling en wordt momenteel uitgeprobeerd bij een aantal verschillende Wmo- en jeugdzorgaanbieders.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.