of 59345 LinkedIn

Boeken, dus geen bubbels

De relatie tussen nieuwe initiatieven en (lokale) overheden is vaker moeizaam. In haar boek Stedelingen veranderen de stad spreekt onderzoeker Mariska van den Berg over een ware hausse van bottom-upprojecten.

Leve het bewonersinitiatief! Maar wel graag keurig binnen de regels. Amsterdam en Zwolle proberen voortaan met creatieve ondernemers mee te denken. ‘Gemeenten moeten niet geforceerd sturen, maar die betrokkenheid signaleren en daarop inspelen.’ 

De Jan Evertsenstraat is een lange winkelstraat in de vooroorlogse wijk De Baarsjes, Amsterdam-West. Leegstaande panden, ondefinieerbare winkeltjes en een slechte naam deden de leefbaarheid geen goed. Stichting Geef om de Jan Eef, een bewonersinitiatief, ondersteund door stadsdeel West, probeert dat te veranderen. Pop-upstore Jan Eef vult bijvoorbeeld het gat dat een meubelzaak achterliet met verkoop van kleding en koffie door verschillende creatieve ondernemers.

Maar in februari kreeg de tijdelijke winkel ineens te maken met strenge handhaving vanuit het stadsdeel. Een ambtenaar was aanwezig bij een incidentele wijnproeverij en legde een dwangsom op, want er was geen horecavergunning. Ook mocht de pop-upstore niet de indruk wekken dat je er koffie kon drinken. De initiatiefnemers waren verbijsterd. Een vergunning konden ze nooit snel regelen en dat is ook niet de bedoeling van pop-upstores die nota bene het stadsdeel zo graag ziet komen.

Elders in het stadsdeel was boekwinkel Books&Bubbles gevestigd. Een initiatief van de creatieve onder­nemer Steffy Roos du Maine. Met boekenverkoop alleen kwam niet genoeg brood op de plank. Ze besloot de ruimte ’s avonds te verhuren voor literaire avonden. Bezoekers dronken zelf meegebrachte wijn, aten een toastje tapenade, terwijl ze discussieerden. Maar een slijter zag een bedreiging voor zijn klandizie en diende een klacht in. Gelijke monniken, gelijke kappen.

Volgens de APV diende ook Books&Bubbles een exploitatie­vergunning te hebben. Probleem: dat is in strijd met het bestemmingsplan. Dat kan nog lokaal worden opgelost, maar de Drank- en Horecawet is nationale wetgeving. Alcohol mocht in haar zaak simpelweg niet worden gedronken. En als ze die vergunning zou hebben, mocht ze geen boeken meer verkopen. Of alleen met een hekje eromheen.

Sluiten
Du Maine telde haar knopen. Ze besloot tot ontsteltenis van haar klanten en het stadsdeel de zaak na anderhalf jaar te sluiten en online verder te gaan. Du Maine: ‘Pas toen de klacht kwam, moesten ze handhaven. De winkelstraatmanager, een ambtenaar, loopt regelmatig door de straat en is vaak binnen geweest. Dan blijkt dat deze ambtenaar de regels niet kende of dat ze helemaal niet willen handhaven. Zoveel boekwinkels, kunstgaleries, winkels en traiteurs overtreden de drankregels. De gemeente zou zo honderd mensen kunnen handhaven, maar daar hebben ze volgens mij helemaal geen zin in, want het komt een creatief en gezellig Amsterdam niet ten goede.’

De relatie tussen nieuwe initiatieven en (lokale) overheden is vaker moeizaam. In haar boek Stedelingen veranderen de stad spreekt onderzoeker Mariska van den Berg over een ware hausse van bottom-upprojecten. ‘Beheer en inrichting van de stad is vaak functioneel, netjes, beheersbaar en veilig. Veel mensen willen ook andere vormen van gebruik van de openbare ruimte. Je ziet collectieven ontstaan van hoogopgeleide mensen die deels uit eigenbelang initiatieven ontplooien. Daar sluiten zich dan grotere, meer diverse groepen bij aan. Een winkelstraat als de Jan Evertsenstraat wordt door koopkrachtige buurtbewoners verbeterd. Het initiatief komt ten goede aan alle huidige bewoners van de buurt.’

Cultuurbotsing
Van den Berg onderzocht dertig initiatieven in steden (stadslandbouw, verblijfsplekken, kunstvormen) waarvan achttien in het boek terechtkwamen. Ze ontwaart nieuwe vormen van eigenaarschap. ‘Het gaat om openbare ruimte. De grond is niet van jou, maar mensen voelen zich wel eigenaar en zijn aanspreekbaar. Er is geen bezitsrelatie bij een buurtmoestuin, maar wel waardevolle betrokkenheid.’

Initiatiefnemers zijn vaak praktische mensen, wat de relatie met de gemeente moeizaam kan maken. ‘Ze missen een duidelijk aanspreekpunt. Vaak is intern bij de gemeente ook geen afstemming en geen duidelijk afwegingskader over hoe kansrijk een initiatief is. Je bent afhankelijk van de welwillendheid van de ambtenaar en hebt te maken met regels.’ Vaak zorgt die cultuurbotsing voor problemen. ‘Oplossingsgerichtheid versus bureaucratie die wijst op onmogelijkheden en onnodig risicomijdend is. Dat legt de energie lam. Terwijl de do-it-yourself-beweging breder is: zorg, energie, kinder­opvang. Het leidt tot een andere relatie tussen burgers en overheid.’

Ze pleit voor een cultuurverandering bij gemeenten en ambtenaren van ‘ik bepaal’ naar ‘ik faciliteer’. ‘Investeer in deze nieuwe collectieven, werk met ze samen en neem diensten af. Gemeenten moeten niet geforceerd sturen, maar die betrokkenheid signaleren en daarop inspelen.’ In Zoetermeer ervoer kleuterjuf Jannie van Maldegem bij de gemeente geen medewerking toen zij voorstelde om stadslandbouw te gaan bedrijven op een schooltuin die wegens bezuinigingen moet verdwijnen. De teleurstelling was groot toen bleek dat eerst een stappenplan moest komen en ook andere partijen mochten meedingen. De initiatiefnemers voelden zich machteloos.

Van Maldegem denkt dat de gemeente bouwgrond van de schooltuin wil maken, terwijl bewoners het graag zouden overnemen. ‘Bouwgrond is er toch voldoende.’ Inmiddels wordt een nieuw college geformeerd waar Van Maldegem wel zaken mee hoopt te kunnen doen. ‘We zijn nu weer optimistischer.’

Betrokkenheid
De gemeente Zoetermeer weerspreekt het verhaal. Volgens wethouder Klaasjan de Jong (Zorg, CDA) is de bewuste schooltuin tot november in gebruik en niet bestemd voor bouwgrond. Dat gebeurt wel op een andere wijktuinlocatie. Ook worden andere wijktuinen verplaatst of verkleind en komen er minder wijktuinleiders. Particulieren kunnen dit gat opvullen, maar eerst gaat de raad er nog over. De wethouder heeft gebruikers opgeroepen met initiatieven te komen voor invulling van het beheer van de wijktuinen. ‘Wij juichen het toe dat enkele enthousiaste bewoners al, wat ongeduldig, zijn gestart met het bedenken van ideeën. Het laat de betrokkenheid van de buurt bij hun omgeving zien.’

In haar boek De veerkracht van wijken belicht onderzoeker Miriam van de Kamp drie vooroorlogse, opkomende wijken in Den Haag (Regentessekwartier), Nijmegen (Willemskwartier) en Utrecht (Zuilen). Ze onderzocht of wijkontwikkeling valt te sturen of dat gemeenten en woningcorporaties bepaalde zaken beter aan bewoners kunnen overlaten. Van de Kamp schetst hoe in Den Haag Stadstuin Emma’s Hof ontstond doordat bewoners een projectontwikkelaar afkochten en hoe een oud zwembad tot een theater werd omgevormd. ‘Maar andere activiteiten in een wijk zijn vaak niet bekend bij de gemeente. Ze maken plannen, maar kijken niet naar wat al gebeurt. Dat is vaak tegen het zere been van bewoners. Door schijnbaar kleine dingen af te nemen of niet te zien stoppen toegewijde vrijwilligers. Ga dus de wijk in, kijk wat er al is. Zorg bijvoorbeeld voor herbestemming van aansprekende panden met historie. Buurtactiviteiten hoeven niet altijd in nieuwe gebouwen. De crisis heeft die denkwijze versneld.’

Die andere manier van denken is ook vereist bij exploitatievergunningen. ‘Nu zijn regels daarvoor vaak gericht op een commerciële partij. Niet vastgelegd is hoe om te gaan met exploitatie door vrijwilligers. Kijk daar eens naar. Dat vraagt flexibiliteit van gemeenten.’

Nieuwe gebouwen kunnen tot een nieuwe impuls leiden, maar neem ook bestaande initiatieven mee in de plannen, betoogt ze. ‘Bewoners moeten het als hún gebouw zien. Dat is essentieel. Als je plannen niet kunt realiseren, leg dat dan goed en snel uit. Dat accepteren bewoners eerder, dan dat je ze aan het lijntje houdt. In Nijmegen kwamen oude hobbywerkplaatsen van gesloten buurthuizen uiteindelijk niet terug in een nieuw gebouw, terwijl de gemeente dit lang zo had voorgespiegeld. Gevolg is dat mensen zich bedrogen voelen en het nieuwe voorzieningenhart eerder mijden dan bezoeken. Zonde van de miljoenen.’

Toch krijgen gemeenten wel steeds meer oog voor bewonersinitiatieven. ‘Veel ontwikkelingen komen samen in de wijk, zoals decentralisaties en bezuinigingen. Gemeenten moeten nu een slag maken, goed faciliteren en niet tegenwerken met regelgeving.’

Ideeënmakelaar
De gemeente Zwolle heeft het begrepen. Al sinds 2008 ontvangt en beoordeelt een ideeënmakelaar bewonersinitiatieven en wijst ze de juiste weg in het ambtenarenapparaat. Voor ondernemer Gooitske Zijlstra was de gemeente een belangrijke compagnon bij de totstandkoming van het project Allicht Sassenstraat: 300 lampenkappen moesten de zieltogende straat verlichten en meer bezoekers trekken. Dat sprak ideeënmakelaar Marijke Sterkenburg aan. Het project paste binnen het beleidskader, zodat ze 1.500 euro subsidie kon uittrekken voor speciale veilige verlichting.

Zijlstra: ‘De gemeente stond open voor ons plan en vroeg welke bijdrage ze kon leveren. Er waren wel hobbels, zoals sociale veiligheid, maar daar zijn we uitgekomen. Het resultaat was positief: 30 procent meer bezoek aan de straat.’

Terug naar de Amsterdamse situatie. Jurist Frank Joosten van de Academie voor Bijzondere Wetten legt uit dat concepten als Books&Bubbles binnen de huidige wetgeving eigenlijk alleen alcoholvrij of afgeschermd met een hekje kunnen bestaan. ‘Voor horeca gelden andere brandveiligheidseisen dan voor een boekhandel en volgens het Activiteitenbesluit ook andere voorschriften. Het ergste obstakel is de Drank- en Horecawet. Daar is geen ontheffing van mogelijk.’

Gedogen klinkt leuk, maar schept een precedent, vindt Joosten. ‘De burgemeester krijgt dan als toezichthouder juridisch links en rechts om de oren. Het is meten met twee maten. Ik ben daar geen voorstander van.’ Alle gemeenten vinden dit soort zaken lastig, weet Joosten. ‘Leg regelgeving maar eens uit aan een ondernemer met een leuk initiatief.’

De nieuwe bestuurscommissie West in Amsterdam wil mengformules – detailhandel met ondergeschikte horeca – toestaan in wet- en regelgeving en twee zaken uit de APV schrappen. Volgens voorzitter Gerolf Bouwmeester (D66) actualiseert de gemeente momenteel de APV. ‘West heeft voorgesteld uit de APV te schrappen dat ondergeschikte horeca niet mag adverteren en geen zitjes aan de raamkant mogen. We handhaven daar niet op tot de raad de nieuwe APV heeft vastgesteld. Bij mengformules gaan we in gesprek met de ondernemer en kijken samen waar de ruimte ligt binnen de regelgeving. Uiteraard moet het speelveld wel gelijk zijn.’

Liever zet Bouwmeester in op handhaving van de minimumleeftijd voor alcohol. ‘Besef dat de wet daar uiteindelijk om gaat.’ Een bestuurs­commissie kan nationale wetgeving niet veranderen. ‘We kunnen wel de gemeente Amsterdam aansporen en onze partijlijnen gebruiken om Den Haag ertoe te bewegen regels uit de Drank- en Horecawet te schrappen die wat ons betreft niet thuishoren in 2014.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.