of 64621 LinkedIn

Baten nieuwe jeugdzorg beter in beeld

© Shutterstock
© Shutterstock

Stadskanaal bereikt veel jongeren met jeugdhulp zonder indicatie. Onduidelijk is of deze ‘voorliggende voorzieningen’ het gebruik van specialistische hulp afremmen. Koppeling van data moet de Groningse gemeente beter inzicht geven of de beoogde transformatie zich voltrekt.

Stadskanaal experimenteert met inzet data

Stadskanaal is een van de vele gemeenten in Nederland die grip op de (uitgaven van de jeugdhulp) wil krijgen. ‘De schatting op dit moment is dat we over de hele regio Groningen zo’n 30 procent tekort hebben ten opzichte van het rijksbudget. Dat was wel voorafgaand aan de incidentele rijksbijdrage. Die compenseert ongeveer een derde van dat tekort’, vertelt Johan Hamster, wethouder jeugd (en financiën, ChristenUnie). Hamster doelt daarbij op de 1,3 miljard euro die het rijk voor de jaren 2019 tot en met 2022 heeft vrijgemaakt om de ergste nood in de jeugdbudgetten van gemeenten te lenigen.

De gemeente kampt niet zozeer met een extra toeloop aan jongeren die jeugdhulp of -zorg nodig hebben. Het zijn vooral de stijgende kosten per jongere die de gemeente parten spelen. ‘We hebben in verhouding veel kinderen in verblijf en dat zijn vaak duurdere indicaties’, aldus Hamster. ‘We proberen scherp te sturen op de gemeentelijke toegang. Mede daarom hebben we in alle huisartsenparktijken inmiddels een praktijkondersteuner jeugd.’

Toen de Academische Werkplaats C4Youth op zoek was naar een gemeente voor haar project monitoring van de transformatie hoefde Stadskanaal niet lang over deelname te twijfelen. Ook omdat de gemeente zelf al een taskforce had opgericht om beter zicht te krijgen op wat er rondom de jeugdhulp allemaal gebeurt. En omdat de gemeente vanaf 2015 stevig heeft ingezet op een model waarbij het voorliggende veld een belangrijke rol kreeg toebedeeld.

Bekende spelers
‘De doelstelling van de Jeugdwet is jeugdhulp zo licht en zo nabij mogelijk te organiseren en te regelen. Vanuit inhoud en vanuit kostenoverweging is het heel logisch om te investeren in die voorliggende, ambulante hulpverlening’, aldus beleidsmedewerker Robert Heuving.

Er is in Stadskanaal destijds bewust gekozen om geen wijkteams op te richten. De ‘bekende spelers’ kregen de verantwoordelijkheid voor het voorliggende veld. Wel werd van hen verwacht dat ze bij complexe casussen de koppen bij elkaar zouden steken. ‘Het is nu, na vijf jaar, wel een goed moment om te kijken of wat je bedacht had ook klopt’, aldus Hamster. ‘Doel van het onderzoek was in beeld te krijgen of de transformatie – zoals beoogd in de Jeugdwet – zich echt voltrekt’, vertelt onderzoeker Eddy de Tiege van de Academische werkplaats C4Youth. Het gaat om toegepast onderzoek met veel maatschappelijke relevantie. ‘We doen als C4youth onderzoek waar gemeenten wat aan hebben. Ze moeten met de uitkomsten aan de slag kunnen.’

De Tiege had een redelijk goed zicht op het gebruik van jeugdhulp in natura, ‘maar wat er zich voorliggend afspeelt, zien we veel minder. Jeugdhulp, van specialistisch tot licht, is bij veel verschillende organisaties weggezet. Maar het maakt allemaal deel uit van hetzelfde systeem. Er wordt weliswaar een knip gemaakt tussen hulp die achter een beschikking zit en hulp die algemeen toegankelijk is, maar het gaat steeds om dezelfde gezinnen en dezelfde kinderen. Je wilt inzichtelijk krijgen of hetgeen je preventief doet, invloed heeft op het beroep op specialistische hulp.’

Obstakels
De Tiege begon met het verzamelen van data over de, zoals hij dat noemt, klassieke specialistische jeugdhulp. Gegevens vanuit het voorliggende veld bleken veel moeilijker te verzamelen. ‘Er zitten allerlei juridische, technische en organisatorische obstakels die dat verhinderen.’ Het voorliggende veld in Stadskanaal is breed. Naast de jeugdgezondheidszorg zijn er het welzijnswerk, het Centrum voor Jeugd, Gezin en Veiligheid (CJGV) en de eerdere genoemde praktijkondersteuners jeugd die in Stadskanaal Ondersteuner Jeugd en Gezin (OJG) worden genoemd. Allemaal registreren ze op andere wijze – als ze alles al registreren. Vanwege de AVG kunnen alleen niet gepersonaliseerde data worden vrijgegeven. ‘Daardoor konden we de gegevens op persoonsniveau uit verschillende bronnen niet aan elkaar koppelen. Dat wilden we wel graag in het onderzoek doen.’

Na de zoektocht naar data en de analyse daarvan kan De Tiege geen harde conclusies trekken over de beweging tussen de gespecialiseerde hulp en het voorliggend veld; ook wel de beweging naar voren genoemd. ‘We zien wel dat er in Stadskanaal veel gebruik wordt gemaakt van die voorliggende voorzieningen. Daar kom je meer mensen tegen dan in de specialistische jeugdhulp. We kunnen echter niet zeggen of er daardoor sprake is van een afname of verandering van specialistische jeugdhulp.’ Kijk je naar de inzet van praktijkondersteuners jeugd (poh’s), dan wordt duidelijk dat dit wél een voorkomende werking heeft. De Tiege: ‘Cliënten die je bij de poh’s ziet, zie je niet terug bij de specialistische hulp.’

Groot belang
Het belang van het verzamelen van goede data is groot, benadrukt De Tiege. ‘Zonder zicht op het voorliggend veld blijft een essentieel onderdeel van de transformatie buiten beeld.’ Hij adviseert Stadskanaal, en andere gemeenten, meer te investeren in het beter registreren en ontsluiten van data over gebruik en resultaat van ondersteuning via het voorliggende veld. Daarbij moeten niet alleen aard en omvang van de ondersteuning worden geregistreerd, maar ook de samenhang met geïndiceerde zorg.

Makkelijk is dat niet, erkent hij meteen. Gemeenten kunnen dat ook niet alleen, vindt hij. Via pilots of landelijke ondersteuning moet worden gezocht naar werkbare manieren om data uit bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg en het welzijnswerk beter te koppelen aan de eigen gemeentelijke data. ‘Zodat je minder gegevens bij partners hoeft uit te vragen en tegelijkertijd beleidsmatig beter zicht krijgt op de onderlinge samenhang.’

Voor Stadskanaal heeft het onderzoek bruikbare informatie opgeleverd, vindt Heuving. ‘We gaan binnenkort starten met een pilot ambulante voorziening jeugd, om van het voorliggende veld een meer eenduidige voorziening te maken. Ook gaan we kijken hoe we de registratie dusdanig kunnen verbeteren dat we alle cliëntgegevens bij elkaar krijgen. We hebben dan jongeren en gezinnen scherper in beeld.’ Het verzamelen en analyseren is belangrijk, vindt Heuving. ‘Je kunt veel beleid maken en uitvoeren, maar evalueren en bijstellen is ook van belang. Daar heb je data voor nodig.’

‘We hebben dankzij het onderzoek veel kennis opgedaan over hoe het veld werkt’, vult wethouder Hamster aan. ‘Het geeft een inkijkje in werkprocessen en dat is goed voor de reflectie. De onderzoeksuitkomsten ondersteunen ons daarnaast in de overtuiging dat we met die pilot ambulante jeugdvoorziening aan de slag moeten.’

Het is nog niet duidelijk hoe die pilot eruit gaat zien. Wel staat als een paal boven water dat er meer eenheid in het voorliggende veld moet komen. Ook wil de gemeente beter zicht krijgen op wat er tussen het voorliggende veld en de specialistische jeugdhulp gebeurt. ‘Wordt er nu niet te snel te zware jeugdhulp ingezet die je ook kunt afvangen door lichtere, ambulante hulp?’, aldus Heuving. ‘Kunnen we niet afschalen waar dat mogelijk is.’ De pilot start in januari en moet rond mei inzicht geven in het vervolg en organisatorische inrichting van de ambulante jeugdvoorziening.

Mooie omslag
De data-analyses die Stadskanaal sinds tweeënhalf jaar maakt, waren aanvankelijk bedoeld om vooral financiële grip op de jeugdhulp te krijgen. ‘Meer en meer wordt met data gekeken hoe we de processen zo kunnen organiseren dat we de hulp aan jongeren en gezinnen kunnen verbeteren. De financiële motivatie is en blijft – we krijgen nog lang niet genoeg geld van het rijk – maar data worden steeds meer inhoudelijk gebruikt. Dat vind ik een mooie omslag’, aldus Hamster. Wel vindt hij het wrang dat de gemeente vanwege de penibele financiële situatie nu op dat voorliggend veld moet bezuinigen. ‘In het onderzoek is vastgesteld dat er veel gebruik van wordt gemaakt en we zijn ervan overtuigd dat het veel goed doet.’

Hamster wil niet alleen maar somberen. ‘Ondanks onze slechte financiële situatie proberen we de jeugdzorg te blijven verbeteren en op zoek te gaan naar mogelijkheden om dat te doen.’ ‘Dat is niet alleen goed voor onze portemonnee, maar ook voor de kinderen zelf’, vult Heuving aan. De uitkomsten van het onderzoek in Stadskanaal zijn bruikbaar voor andere gemeenten, benadrukt De Tiege.

‘Zonder zicht op de basisondersteuning en het voorliggende veld blijft een groot en essentieel onderdeel van de transformatie buiten beeld’, concludeert de Academische Werkplaats C4Youth. ‘Het is noodzakelijk om meer te investeren in het beter registreren en ontsluiten van deze ondersteuning. Het gaat daarbij niet alleen om de aard en omvang van de ondersteuning, maar ook om de samenhang met de geïndiceerde zorg.’ Onderzoeker De Tiege: ‘Door al die tekorten wil je als gemeente meer dan ooit zicht krijgen op wat je aan het doen bent en hoe het systeem werkt. Mijn advies aan gemeenten is: investeer in het in beeld krijgen van het voorliggende veld en koppel die data aan de specialistische hulp.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.