of 59318 LinkedIn

‘Alles beter dan thuis op de bank’

Zes maanden is ze nu ambassadeur voor de aanpak van jeugdwerkloosheid. En in die zes maanden heeft Mirjam Sterk het hele land doorkruist.

‘Onbestaanbaar’ vindt ze het dat een werkgever niet genoeg jongeren kan vinden voor zijn leerwerkplekken. En toch gebeurt het. Net zoals het gebeurt dat vacatures niet kunnen worden opgevuld. Ambassadeur voor de aanpak van jeugdwerkloosheid Mirjam Sterk heeft zich voorgenomen om die vacatures en leerwerkplekken te vullen. En er nog veel meer bij te zoeken.

Ze bezocht arbeidsmarktregio’s, gemeenten, UWV’s,  werkgevers, en scholen met maar één doel: banen. Banen voor jongeren in een tijd dat het economisch tegen zit en dat de jeugdwerkloosheid – voor Nederlandse begrippen – torenhoog is. Een moeilijke opdracht dus, maar eentje waar ze zich vol voor inzet. Ze wil weten wat er mogelijk is, wat werkt en waar de knelpunten zitten voor bijvoorbeeld werkgevers waardoor ze geen jongeren aannemen. 

Die knelpunten brieft ze door aan haar opdrachtgevers, minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) en Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, PvdA) zodat die erop in kunnen spelen. Onlangs nog hoorde ze op werkbezoek dat er een probleem was met de tijdelijke financiering van leerbanen. Ze maakte Asscher daarop attent en nu kunnen werkgevers die financiering de gehele periode krijgen, waardoor het aantrekkelijker wordt om een jongere op een leerbaan aan te nemen. ‘Dan lossen we dus zo’n probleem op’, vertelt Sterk.

In juni startte ze samen met de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) een offensief om meer leerbanen te scheppen. ‘September is het moment dat jongeren starten met hun opleiding en dus een leerbaan nodig hebben’, vertelt ze. ‘De afgelopen twee jaar is het aantal leerbanen verminderd met 20 duizend. En dus zijn er meer werkgevers nodig die zich melden met een leerbaan. Dat offensief heeft een aantal nieuwe plekken opgeleverd. Soms kwam ik ze zelfs letterlijk tegen. Een meubelmaker in Goirle had een jongen via een startersbeurs werken. Hij wilde best ook jongeren een leerbaan bieden, maar hij wist niet goed hoe dat werkte en zag op tegen de procedure. En het was echt zo’n man die zijn vak mooi kan overbrengen, dus dat was enorm jammer. Ons team heeft hem toen daarbij geholpen en het bleek helemaal niet zo ingewikkeld. Twee weken later was die meubelmaker erkend leerbedrijf. Dat is dan misschien slechts een klein stapje, maar het gebeurt nu wel!’

Systeem werkt niet goed
De rol van wethouders vindt ze belangrijk. Die kunnen op kleine schaal doen wat zij zelf voor het hele land doet. Banen zoeken, jongeren vinden, plekken invullen en vooral mensen bij elkaar brengen. ‘Het lastige is dat wethouders dat wel willen, maar dat ik merk dat het daaronder niet altijd rond komt’, vertelt ze. ‘Ik vind het moeilijk om te zeggen waar dat nou precies aan ligt. Maar het is in ieder geval doodzonde als kansen blijven liggen. Ik denk dat het goed zou zijn als wethouders met de regio’s op kleinere schaal bijeenkomsten gaan organiseren, net als wij nu doen.’

‘Het gebeurt echt nog regelmatig dat ik werkgevers langs krijg die zeggen werk te hebben maar die de mensen niet kunnen vinden. Ze kloppen aan bij de gemeente, maar die weten ook niet altijd waar de jongeren zitten. Ik hoorde pas nog uit Rotterdam een verhaal van een werkgever die langs de sociale dienst ging omdat hij tien jongeren konden laten instromen in de schildersvakopleiding. Drie maanden later bleek dat er maar vier jongeren gevonden waren. Onbestaanbaar! Dan werkt het systeem niet goed, dan weten gemeenten die jongeren niet te vinden.’

Maar hoe verandert een ambassadeur dat? ‘Dan bel ik of iemand van mijn team naar de gemeente met de projectleider of de wethouder of met het onderwijs om te kijken hoe we gaan regelen dat het wel gebeurt.’

Toen Sterk – voormalig Tweede Kamerlid voor het CDA – in april voor twee jaar werd benoemd als ambassadeur, trok het kabinet 50 miljoen euro uit voor de aanpak van de jeugdwerkloosheid. De helft daarvan wordt ingezet voor mbo’ers. Zij moeten hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten, bijvoorbeeld door langer door te leren of door een studie te kiezen met perspectief op een baan. De andere 25 miljoen euro wordt in de 35 arbeidsmarktregio’s gestoken. Rond 1 juli ploften 35 plannen op haar bureau.

Sterk geeft de gemeenten daarvoor een compliment. ‘Er was daar wat cynisme over of ze dat wel zo snel zouden kunnen. En er wordt natuurlijk al veel van gemeenten gevraagd. Maar ze hebben het toch allemaal mooi voor elkaar gekregen.’ Minister Asscher tekende begin september het eerste convenant met de regio Drechtsteden. Rondom Prinsjesdag zijn de andere convenanten getekend en is het geld definitief verdeeld. ‘En dan kan het wat mij betreft meteen uitgegeven worden aan werk en kansen voor jongeren.’

Sommige plannen om jongeren te helpen, komen vaak terug, zoals een banenmarkt met speeddates tussen werkgevers en werkzoekende jongeren. Maar het hoeft van Sterk ook niet allemaal nieuw en origineel te zijn. Als het maar werkt. Een aantal initiatieven heeft ze ‘geadopteerd’, omdat ze het goede ideeën vindt. Die worden wetenschappelijk gevolgd en getoetst op resultaat. Zoals de startersbeurzen waarbij jongeren zes maanden lang ervaring kunnen opdoen bij een bedrijf naar keuze. Ze krijgen daarvoor van de gemeente 500 euro per maand. De werkgever betaalt vaak nog 100 euro per maand voor een aanvullende opleiding. ‘Toen we in april begonnen waren er twee gemeenten die zo’n startersbeurs aanboden, in juli waren dat er al 103’, aldus Sterk. ‘Dat kan heel veel nieuwe werkervaringsplaatsen voor jongeren op gaan leveren.’

Jongeren verdwijnen
Gemeenten gaan heel verschillend om met de arbeidsplannen voor jongeren, merkt Sterk. Sommige gemeenten zetten heel gericht in op kwetsbare jongeren. Gemeenten met universiteiten, zoals Nijmegen, hebben te maken met een toenemend aantal hbo’ers en wo’ers. Daarom zijn de plannen ook regionaal gemaakt: niet iedere regio is hetzelfde. Waar gemeenten mee aan de slag moeten, vindt Sterk, is te zorgen dat jongeren niet uit beeld verdwijnen. ‘Ik heb met roc’s gesproken die na twee maanden nog eens met die jongeren bellen om te kijken wat ze aan het doen zijn. Gemeenten doen dat soms zelf ook. Als dat niet gebeurt, raken ze uit het zicht en dat vind ik zorgelijk. Want een deel van die jongeren redt zich prima, maar een ander deel komt in de knel en die zien gemeenten dan na enige tijd weer terug in de bijstand.’

Ze wil gemeenten daarom oproepen om samen met roc’s goede afspraken te maken om te voorkomen dat jongeren verdwijnen. In Arnhem financiert de gemeente het project 2GetThere. Als jongeren na twee maanden worden gebeld en het blijkt dat ze niet werken en geen opleiding volgen, dan wordt actie ondernomen om ze weer naar school te krijgen of naar een baan te begeleiden. En dat werkt goed, vindt ze. ‘Arnhem weet redelijk goed wat er met hun jongeren gebeurt als ze van school komen. Het goede van het project is ook dat het juist jongeren zijn die andere jongeren helpen. Een soort ervaringsdeskundigen.’

Mismatch
Natuurlijk weet ook zij dat het pas echt weer de goede kant op gaat als de economie aantrekt. Het is niet de eerste keer dat de jeugdwerkloosheid snel oploopt. In een recessie zijn het altijd de jongeren die sneller de laan uitvliegen of door gebrek aan ervaring moeilijker aan een baan komen. En als de motor van de economie weer op gang komt, komen de kansen voor jongeren weer voorbij. Keiharde doelen over hoeveel jongeren ze aan de bak moet helpen in twee jaar tijd heeft ze daarom ook niet meegekregen. ‘Voor mezelf heb ik als taak om kansen te zoeken, te pakken en ze tot uitvoer te brengen. Dat betekent vooral dat het gaat om jongeren actief te houden. Want als er nu geen banen zijn dan mag het alternatief in ieder geval niet zijn dat ze op de bank gaan zitten. We proberen jongeren heel goed na te laten denken over schoolkeuze en beroepskeuze. Want er zijn nog wel banen maar dan is er vaak sprake van een mismatch. Soms wil je dat jongeren langer op school blijven omdat de kansen op de arbeidsmarkt nu niet goed zijn. Of je laat ze werkervaring opdoen, betaald of onbetaald, om in ieder geval hun cv te verzwaren. Wat mij betreft, is echt alles beter dan op die bank zitten want daar worden ze niet beter van en hoe langer ze thuiszitten hoe moeilijker het wordt om weer op die arbeidsmarkt te komen.’

Ze merkt overigens ook dat er hier en daar nog best banen zijn, maar dat werkgevers de mensen er niet voor kunnen vinden. Zo kwam hamburgerketen Burger King naar haar toe met 1000 vacatures die onvervulbaar waren. ‘Kom maar hier’, riep de ambassadeur, ‘dan gaan we zorgen dat we die mensen vinden. Want dat mag natuurlijk eigenlijk niet in deze tijd.’ Ook Defensie klopte bij haar aan met meer dan 3000 vacatures die moeilijk zijn in te vullen. ‘Mensen denken dat er geen werk is bij Defensie omdat daar bezuinigd wordt, of ze denken dat je dan meteen naar Uruzgan uitgezonden wordt. Maar dat is niet zo en het werk is er dus wel.’ Ze wijst ook op veel verborgen werk. Het project met uitzendorganisatie Randstad – die in 5 weken tijd 10 duizend jongeren aan een baan wil helpen – is vooral daarop gebaseerd. ‘In gesprek met werkgevers blijkt vaak dat er eigenlijk wel iemand nodig is, maar dat er nog geen vacature is geplaatst. Die banen zijn juist voor jongeren interessant omdat ze dan bij een bedrijf binnenkomen, werkervaring op doen en een netwerk opbouwen. Want dat hebben ze nu vaak nog niet.’ Na drie van de vijf weken heeft Randstad naar eigen zeggen ruim 5300 jongeren aan het werk. Na een goede start ligt het project daarmee iets achter op schema.

Te koop
Sterk neemt het vak van ambassadeur serieus. Ze zoekt niet alleen de banen, ze gedraagt zich ook als een echte ambassadeur. En dus duikt ze regelmatig op in landelijke en regionale media terwijl ze pleit voor meer stageplaatsen, het belang van een startersbaan uitlegt, op de foto gaat met een cheque van Randstad en lachend haar duim omhoog steekt bij een leer-werktraject van Eneco. Om te zeggen dat ze te koop is, gaat te ver. Maar een bedrijf dat met een zak vol banen bij haar aanklopt, kan rekenen op goede publiciteit. ‘Ieder bedrijf met een goed idee is welkom. Het is nu  niet de tijd om selectief te zijn. En één van mijn taken als ambassadeur is een boegbeeld te zijn en jeugdwerkloosheid op de kaart te zetten. Nou, dat is met het Randstadproject volgens mij wel goed gelukt. Daardoor blijft de urgentie goed tussen de oren zitten en tegelijkertijd is het ook goed om af en toe eens wat positiefs te laten horen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.