Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

Meestal plan-m.e.r. vereist voor herijkte RES

Als een Regionale Energie Strategie (RES) wordt herijkt, is 'in veel gevallen' een plan-m.e.r. vereist, zo blijkt uit een advies aan NPRES.

03 mei 2022
windturbine
Shutterstock

Waar voor de RES 1.0 geen plicht gold om een milieueffectrapport (m.e.r.) op te stellen, zal dat voor de RES 2.0 anders zijn. Zodra een RES strategisch en kaderstellend is, is een plan-m.e.r. vereist. Dat is het gevolg van de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023, zo staat in een advies aan het Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NPRES).

Passende beoordeling

Onder de Omgevingswet moet de RES 2.0 in bepaalde gevallen namelijk worden gezien als 'een programma dat door een wettelijke bepaling is voorgeschreven'. En plan-m.e.r. is vereist als (1) de RES kaders stelt voor een besluit waarvoor een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht valt (zoals bij een windturbinepark), (2) een passende beoordeling is vereist voor de effecten op een Natura 2000-gebied of (3) de RES het kader is voor 'andere projecten die aanzienlijke milieu-effecten kunnen hebben'.

Splitsen

In een Kamerbrief volgt minister Rob Jetten (D66) voor Energie en Klimaat het advies op om het RES-document voortaan in tweeën te splitsen. Hij onderscheidt het RES Voortgangsdocument dat monitort of RES-regio's op koers liggen met het behalen van hun doel om in 2030 gezamenlijk 35 terrawattuur duurzame energie op te wekken. Dit document, zo schrijft de minister, stelt geen kaders en is daarom niet plan-m.e.r.-plichtig. Het tweede deel, de RES Herijking, 'is in veel gevallen' wel plan-m.e.r.-plichtig. Deze RES Herijking zal onregelmatig verschijnen. 'De RES Herijking heeft geen vaste ritmiek omdat het om regionaal maatwerk gaat', schrijft de minister. De nieuwe aanpak vraagt, aldus Jetten, om 'intensief contact' tussen rijk, medeoverheden, NPRES en netbeheerders.

Ex-gedeputeerde

In de werkgroep die het advies heeft geschreven zaten de ministeries van EZK, BZK, I&W en verder IPO, VNG, de commissie m.e.r., Netbeheer Nederland en de NPRES zelf. Ex-gedeputeerde Jan Jacob van Dijk (CDA) was voorzitter van de werkgroep.

Stevig vooroordeel

Als gedeputeerde was Jan Jacob van Dijk de m.e.r. liever kwijt dan rijk, zo blijkt uit zijn voorwoord bij het advies. Van Dijk had 'een stevig vooroordeel', zo schrijft hij. Een m.e.r. veroorzaakte immers 'ernstige vertraging' en kostte geld. Als voorzitter van de werkgroep denkt hij er opeens heel anders over. 'Het is een document dat bestuurlijk Nederland kan helpen om op een systematische manier de effecten voor de omgeving van een bepaald voornemen in kaart te brengen. Het geeft burgers een manier om daar iets van te vinden' en kan zo het 'vertrouwen tussen overheid en burger' herstellen. Overigens is voor de pilot RES 1.0 voor een aantal RES'en een m.e.r. opgesteld.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie