ruimte en milieu / Partnerbijdrage

Reconstructie van de concentratiegebieden zonder plan!?

De gemeenten in de zogeheten concentratiegebieden hebben het afgelopen decennium veel tijd, energie en geld besteed aan de reconstructie van de concentratiegebieden. Hiervoor is een speciale wet in het leven geroepen, de Reconstructiewet concentratiegebieden. Op basis van deze wet zijn reconstructieplannen vastgesteld. Deze plannen bevatten beleid dat inhoudt dat - kort gezegd - de intensieve veehouderij verdwijnt bij de functies wonen en natuur (in de zogeheten extensiveringsgebieden) en tegelijkertijd nieuw perspectief krijgt in zogenoemde landbouwontwikkelingsgebieden.

Naar aanleiding van de huidige maatschappelijke discussie over ‘de megastal’ zijn provinciale staten van Noord-Brabant (één van de reconstructieprovincies) een volstrekt andere koers gaan varen dan zij eerder in de reconstructieplannen hadden vastgelegd. Vreemd genoeg hebben zij niet de reconstructieplannen gewijzigd, maar de beleidswijziging vervat in de Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 (een verordening op basis van artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). De beleidswijziging is drastisch te noemen. Zo is op grond van het reconstructieplan (vanzelfsprekend) nieuwvestiging in landbouwontwikkelingsgebieden toegestaan. De Verordening ruimte Noord-Brabant 2011 verbiedt nieuwvestiging in een landbouwontwikkelingsgebied.

Hebben provinciale staten de juiste weg bewandeld? Van belang is dat het reconstructieplan een bijzondere rechtsfiguur is op basis van een bijzondere wet, de Reconstructiewet concentratiegebieden. Derhalve kan het reconstructiebeleid mijns inziens enkel gewijzigd worden door een wijziging van de reconstructieplannen. Provinciale staten lijken ten onrechte een andere weg te hebben bewandeld, door de Verordening ruimte niet naadloos aan te laten sluiten op het reconstructieplan, maar via de Verordening ruimte het reconstructiebeleid te veranderen. Hiermee hebben zij bovendien de specifiek voor een wijziging van het reconstructieplan in de Reconstructiewet concentratiegebieden opgenomen procedure omzeild. Volgens die procedure hebben de reconstructiecommissie  en ‘Onze Ministers’  een voorname rol. Kortom: détournement de pouvoir en détournement de procedure. Zo beschouwd zijn de relevante bepalingen van de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2011 in strijd met (onder andere) de Reconstructiewet concentratiegebieden en derhalve onverbindend. De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft inmiddels drie uitspraken gedaan over deze materie en is kort gezegd van oordeel dat de relevante bepalingen van de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2011 inderdaad onverbindend zijn. Er is nog geen hogere rechtspraak.

Gedeputeerde staten van Noord-Brabant zagen zich als gevolg van de hiervoor aangestipte jurisprudentie van de rechtbank ’s-Hertogenbosch geconfronteerd met een ruimtelijke verordening waarvan onderdelen onverbindend zijn. Zij hebben vervolgens voor een zeer eenvoudige oplossing gekozen. Zij hebben provinciale staten voorgesteld om de reconstructieplannen in te trekken en inmiddels hebben provinciale staten ook zo besloten. Maar werkt deze list? Nog daargelaten het feit dat een intrekking gelet op de inspanningen bij alle betrokkenen (gemeenten, boeren en andere belanghebbenden) bij de totstandkoming en uitvoering van het reconstructieplan onbehoorlijk is, lijkt intrekking juridisch gezien niet mogelijk. Zonder uitputtend te zijn: op basis van artikel 4 van de Reconstructiewet concentratiegebieden (hierna: Rcw) dient in de reconstructiegebieden – kort gezegd – een reconstructie plaats te vinden. Ingevolge artikel 5 Rcw omvat de reconstructie de gecoördineerde en geïntegreerde voorbereiding, vaststelling en uitvoering van maatregelen en voorzieningen. Voor elk concentratiegebied “worden” (wederom een dwingende formulering) op de voet van artikel 11, eerste lid Rcw een of meer reconstructieplannen vastgesteld. Op basis van artikel 26 Rcw kan het reconstructieplan worden gewijzigd. Nu een reconstructieplan in een concentratiegebied verplicht is, is intrekking niet mogelijk. De Rcw voorziet dan ook niet in intrekking.

Het lijkt er overigens op dat de provincie Noord-Brabant het verplichte karakter van het reconstructieplan onderkent. Derhalve hebben provinciale staten besloten om het reconstructieplan voorshands te behouden voor zover het de begrenzing van de integrale zonering betreft. Hiermee wordt echter miskend dat de inhoud van het reconstructieplan wettelijk is voorgeschreven en veel meer dient te bevatten dan enkel de zonering. Ik verwijs hierbij naar artikel 11, tweede lid Rcw. Voorts kan verwezen worden naar artikel A3 van paragraaf 2 van de Bijlage van de Rcw. Een reconstructieplan dat enkel een zonering inhoudt lijkt dus evenzeer in strijd met de Rcw te zijn.

Verder is van belang dat de gemeenten bestuursovereenkomsten met de provincie Noord-Brabant gesloten hebben. Intrekking van het reconstructieplan staat eveneens op gespannen voet met deze overeenkomsten. In deze overeenkomst is de provincie Noord-Brabant nu juist verplichtingen aangegaan die zien op de uitvoering en realisatie van het reconstructieplan.

Kortom: een reconstructie van de reconstructiegebieden zonder (volwaardig) reconstructieplan is naar mijn mening niet mogelijk. Provinciale staten zijn gezwicht voor de maatschappelijke onrust over megastallen en hebben toch voor deze route gekozen. Het was mijns inziens beter geweest wanneer zij zich ook hadden laten leiden door de belangen van de gemeenten en boeren en voorts eenvoudigweg de Reconstructiewet concentratiegebieden in acht hadden genomen.

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.