of 59244 LinkedIn

Verhoging tarief vrijwillig advies Commissie m.e.r. niet logisch

Reageer

De tarieven voor een vrijwillig advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) worden per 1 juli 2012 verhoogd. Tot 1 juli gold hiervoor een standaardtarief van € 5.000,-. Na 1 juli kunnen de tarieven oplopen tot wel € 24.000,-. De achtergrond hiervan is dat de oude tarieven niet kostendekkend waren.

Bij de ruimtelijke besluitvorming voor bepaalde ontwikkelingen bestaat de verplichting om een milieueffectrapport (MER) op te stellen. In een MER worden te verwachten milieugevolgen van de ontwikkeling in kaart gebracht en wordt een afweging gemaakt tussen alternatieven. In bepaalde gevallen is de advisering van Commissie m.e.r. ten aanzien van het MER verplicht voorgeschreven. Op deze verplichte advisering zijn de tarieven niet van toepassing. Een groot gedeelte van de advisering van de Commissie m.e.r. is echter vrijwillig (ongeveer 40% van de advisering in 2011). Voor deze vrijwillige advisering zullen per 1 juli 2012 drie nieuwe tarieven worden gehanteerd.

 

Het hoge tarief van € 24.000,- is met name op rijksprojecten van toepassing (o.a. bij MIRT-verkenningen en (kern)energiecentrales), zodat lage overheden hiermee minder vaak in aanraking zullen komen. Het lage tarief van € 5.000,- is met name op projecten van toepassing, zoals een intensieve veehouderij en de uitbreiding van spits- en bufferstroken van maximaal 1 rijstrook per rijrichting. Het basistarief van € 10.000,- is van toepassing op al wat niet onder het hoge of lage tarief valt. Indien onduidelijkheid bestaat of een ontwikkeling expliciet staat vermeld bij het lage dan wel hoge tarief, zal het middelste tarief van € 10.000,- van toepassing zijn. Hieronder vallen onder meer bestemmingsplannen (stedelijk en buitengebied). Voor gemeenten, die in het kader van een MER voor een bestemmingsplan vrijwillig advies wensen, betekent dit dat de kosten daarvan tweemaal zo hoog zullen zijn als voorheen.

 

De vraag is of het tarief van € 10.000,- altijd redelijk is. Hoewel dit tarief bij een bestemmingsplan van aanzienlijke omvang (bijvoorbeeld voor een buitengebied) in verhouding zal staan tot de te verrichten werkzaamheden, is dit bij bestemmingsplannen van beperktere omvang zeker niet altijd het geval. Een bestemmingsplan kan van beperkte omvang zijn, maar dit brengt nog niet (altijd) met zich dat de toetsing van het MER door de Commissie m.e.r. niet wenselijk is.

Ook is nog niet duidelijk hoe dient te worden omgegaan met projecten (bijvoorbeeld een veehouderij) waarvoor een milieuomgevingsvergunning is benodigd én een bestemmingsplanherziening. Is dan een tarief van zowel € 5.000,- (voor de milieuomgevingsvergunning) als € 10.000,- (voor het bestemmingsplan) verschuldigd, dan wel een eenmalig tarief? Logisch zou zijn dat - indien voor een concreet project één MER wordt opgesteld - slechts eenmaal voor de advisering behoeft te worden betaald. Bedraagt dat eenmalige tarief dan € 5.000,- of  € 10.000,-? Weliswaar kan worden gesteld dat in dat geval soms meer werkzaamheden moeten worden verricht in verband met de in het kader van het bestemmingsplan te onderzoeken locatiealternatieven, maar deze locatiealternatieven zouden ook moeten worden beschouwd, indien voor hetzelfde project een omgevingsvergunning voor het inrichtingendeel en afwijking van het bestemmingsplan zou zijn verleend. Dit pleit ervoor dat voor beide situaties het lage tarief van € 5.000,- geldt.

 

Het zou onwenselijk zijn indien overheden terughoudender gebruik zullen maken van de vrijwillige advisering van de Commissie m.e.r. Een advies van de Commissie m.e.r. zorgt ervoor dat eventuele omissies in het MER in een vroegtijdig stadium worden gesignaleerd en nog kunnen worden hersteld. Een advies van de Commissie m.e.r. verhoogt dan ook de kwaliteit van de besluitvorming. Bovendien hecht de Raad van State veel waarde aan het oordeel van de Commissie m.e.r. Overheden zouden bij (ingewikkeldere) projecten, of projecten waartegen veel weerstand wordt verwacht, niet moeten schromen de Commissie m.e.r. in te schakelen. Bovendien zou na verloop van tijd moeten worden geëvalueerd of de verhoging van tarieven leidt tot een (onwenselijke) vermindering van de inschakeling van de Commissie m.e.r. en of dit negatieve gevolgen heeft voor de kwaliteit van de besluitvorming.

Crissy Burgemeestre

is advocaat bij Houthoff Buruma 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.