of 59345 LinkedIn

Verdozings-adviezen van rijksadviseurs slaan plank mis

René Buck en Kees Verweij Reageer

Het College van Rijksadviseurs boog zich onlangs over de dreigende ‘verdozing’ van Nederland. Maar de adviezen om de landschapsvervuiling door distributiecentra tegen te gaan slaan geregeld de plank mis.  

In haar recente rapport over de impact van logistiek vastgoed op de ruimtelijke inrichting van ons land ‘(X)XL-verdozing’ vat het College van Rijksadviseurs (CRA) haar advies als volgt samen: minder – compacter – geconcentreerder – multifunctioneler. Als ruimtelijk-economische, - logistieke - en vastgoedadviseurs bepleiten wij al jarenlang zorgvuldige werklocatieplanning in Nederland, waarbij inzicht in toekomstige vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen (kwantitatief, maar ook kwalitatief) gekoppeld aan flexibelere planning, moet voorkomen dat er grote (regionale) overschotten of tekorten ontstaan.

 

Het rapport concentreert zich op grote distributiecentra (XL > 20.000 vierkante meter; XXL > 50.000 vierkante meter). Dat zijn in de ogen van het College enorme, raamloze dozen, die intimiderend zijn, het landschap verstieren en het vestigingsklimaat in gevaar brengen. De onderbouwing van de conclusies in het rapport is echter mager en onevenwichtig: geen uitgewerkte kosten-batenanalyse; beperkte verantwoording; vrijwel geen onderbouwende vakliteratuur (met de als bijlage opgenomen gedegen economische analyse is vrijwel niets gedaan); onjuiste redeneringen. Voorbeeld: zonder grote dozen heeft Nederland levendige binnensteden, alsof internetbestellingen van Nederlanders afhangen van de omvang van distributiecentra.

 

De Rijksadviseurs zijn bezorgd en vragen aandacht voor de negatieve aspecten van wat zij ‘verdozing’ noemen. Maar ze zijn ook zo bevooroordeeld aan hun werk begonnen, dat het advies precies overeenkomt met de interviews, die werden gegeven toen ze begonnen met hun advieswerk (‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’). Van een afgewogen, onderbouwd advies is dan ook helaas geen sprake.

 

Zorgvuldige ruimtelijke planning wordt in onze ogen de komende jaren steeds belangrijker met alle ruimteclaims vanuit wonen, werken, natuur, recreatie, energietransitie, etc. Door de aandacht alleen op logistieke terreinen te richten verengt het College de discussie onnodig: de vraag is immers of het College staat te juichen wanneer die distributiecentra maakindustrie of bouwmarkten zouden zijn? Waarschijnlijk niet.

 

Het College komt met zeven adviezen. Die zijn zodanig onuitgewerkt en vaag dat het een gedegen ruimtelijke discussie op basis van argumenten niet erg helpt.

 

Het College bepleit een verbod op nieuwe greenfield locaties voor grootschalige logistiek: nieuwe grote logistieke centra moeten voortaan uitsluitend op bestaande terreinen. Probleem is echter dat die kavels vaak te klein zijn of er moeten meerdere bedrijven tegelijkertijd vertrekken of opgekocht worden. Een voorzet hoe dan de voorspelde 7,5 tot 9 miljoen vierkante meter in de komende drie jaren in te passen op bedrijventerreinen ontbreekt; een analyse waarom herstructurering van bedrijventerreinen in Nederland sowieso al moeizaam verloopt, ontbreekt eveneens.

 

Een duidelijk advies van het College is ruimtelijke clustering. Dat vindt feitelijk al plaats, want waar het College terecht vindt dat niet elke snelwegafslag een logistiek bedrijventerrein hoeft te krijgen, zijn er in de praktijk al duidelijke logistieke hot spots/concentratiepunten. Clustering moet in de ogen van de Rijksadviseurs op een beperkt aantal multimodale knooppunten. Aantal, omvang en locaties van deze clusters zijn in het advies echter totaal niet te vinden.

 

Over het dilemma dat clustering de op deze locaties al bestaande spanningen op de logistieke arbeidsmarkt versterkt, geen woord in het rapport. Bovendien zorgt vergaande clustering voor grotere woon-werkafstanden van het personeel dat werkt in deze distributiecentra, met negatieve milieu- en bereikbaarheidseffecten van dien.

 

Het advies pleit voor meer integrale planning en meer regie. Maar dat is wat provincies vandaag de dag (ook wettelijk verplicht) al doen. Maar blijkbaar bevalt het resultaat van de twaalf democratisch gekozen en besluitvormende Provinciale Staten het College van Rijksadviseurs niet. Alle bedrijventerreinen zijn in Nederland legaal; er is ook geen enkel groot distributiecentrum dat illegaal gevestigd is.

 

Alleen een pleidooi houden voor meer integrale planning en meer regie door rijk en provincies blijft daarmee een ‘leeg’ advies, want van concretisering is geen sprake. Dat geldt eveneens voor de financiële kant: voorstellen voor het opkopen van grote solitaire distributiecentra en het faciliteren van ruimtelijke clustering zijn van geen enkele budgetindicatie voorzien.

 

Met haar rapport heeft het CRA het vraagstuk van ‘verdozing van het landschap’ geagendeerd en heeft de discussie over de ruimtelijke inrichting van ons land verder op de kaart gezet. Verdere clustering op multimodale punten en zorgvuldige inpassing in het landschap zijn terechte uitgangspunten. Maar de matige onderbouwing en de niet uitgewerkte adviezen zijn ons inziens een valse start van een urgente discussie.

 

Wij dagen het College van Rijksadviseurs uit voor een publiek debat(ten) over dit onderwerp. Niet alleen om het CRA-rapport als zodanig te bediscussiëren, maar vooral ook om met alle stakeholders concrete handvaten en richtlijnen op te stellen én uit te werken, met het oog op een afgewogen en integrale aanpak van de ruimtelijke inrichting in regio’s.

 

René Buck, directeur Buck Consultants International
Kees Verweij, partner Buck Consultants International

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.