of 62812 LinkedIn

Van de kritiek van Kistenkas klopt geen hout

Co Verdaas en Friso de Zeeuw 1 reactie

In Binnenlands Bestuur en de Volkskrant betoogt de Wageningse associate professor mr. dr. Fred Kistenkas dat de komende Omgevingswet hopeloos zal falen. Hij baseert zich daarbij onder meer op een wetsevaluatie van een ministeriële staatscommissie in Nieuw Zeeland waar ook een soort Omgevingswet is ingevoerd. Zijn warrige betoog klopt van geen kant.

Kistenkas beweert dat met de integrale Omgevingswet ‘keiharde bottom lines’ onder zachte waarden als biodiversiteit en duurzaamheid verdwijnen. Dat mag in Nieuw Zeeland mogelijk het gevolg zijn geweest. Nederland is lid van de Europese Unie en richtlijnen rondom de kwaliteit van water, de vogel- en habitatrichtlijnen, luchtkwaliteit, et cetera blijven ook onder de omgevingswet onverkort overeind. Simpelweg omdat de nationale wetgever zich binnen de Europese kaders zal moeten begeven.

 

Daarnaast is in de AMvB kwaliteit leefomgeving wel degelijk een uitgebreide set van normen en bandbreedtes opgenomen waarbinnen belangen gewogen moeten worden. Wat ons betreft zijn die kaders eerder te nauw dan te ruim. Kortom, de vergelijking met Nieuw Zeeland gaat mank als het gaat om het leggen van een bodem in onze omgevingskwaliteit.

De argumentatie zakt compleet door bodem, nu we in een eerder artikel van Kistenkas lezen: “Bij de Stelselherziening Omgevingswet is niet eerst goed naar andere landen gekeken. Dat is jammer, want Nieuw-Zeeland heeft een uniek stelsel in zijn Omgevingswet dat je zo kunt overnemen.”

 

Een ander belangrijk argument van Kistenkas is dat ruimtelijke ordening om meer rijksregie vraagt. Met nuance kunnen wij in dit argument meegaan. Het rijk dient ook naar onze overtuiging de investeringen voor energie, wonen, klimaat, bereikbaarheid en verduurzaming in samenhang te laten landen.  De rijksoverheid  zal af en toe ook moeten interveniëren als de uitvoering in de regio spaak loopt. Wij hebben dit uitgewerkt in gebalanceerd sturingsmodel, met veel aandacht voor de daadwerkelijke uitvoering. Dat is vooral een kwestie van politieke wil en we hebben aangetoond dat dit ook prima kan met de instrumenten die de Omgevingswet aanreikt.


De voorbeelden van Kistenkas zijn van voor de invoering van de Omgevingswet. Ze deugen niet.  

Kistenkas komt met het voorbeeld van de Fryske Marren en constateert ‘dat de provincie niks doet met haar rechtsinstrumentarium’. Het is verbazingwekkend dat Kistenkas het falen van de Omgevingswet illustreert met een voorbeeld onder de huidige wetgeving. Dit zien we overigens bij meer criticasters van de Omgevingswet. De wet krijgt de schuld van planologisch falen nog voor de wet is ingevoerd. Heel bijzonder. Het voorbeeld van Kistenkas laat juist zien dat als de politieke wil ontbreekt elke wet tot mislukken gedoemd is.

 

In het stuk wordt gemeld dat één op de negen wethouders tegen implementatie van de Omgevingswet is. Dat betekent dat een Noord-Koreaanse meerderheid van acht op de negen de blijkbaar wél de invoering van de Omgevingswet voorstaat. Dat argument keert zich dus nadrukkelijk tegen de boodschapper. Je zou na jaren van decentralisaties in diverse domeinen en geteisterd door een pandemie meer weerstand verwachten tegen de implementatie van een zo ingrijpende stelselherziening.

 

Kistenkas ziet het als zijn taak om als wetenschapper de waarheid te spreken. Dat zijn wij zeer met hem eens. Wie een rapport van 530 bladzijden plat slaat tot een eendimensionaal pleidooi tegen de Omgevingswet, stelt de eigen, puur subjectieve opvatting boven zorgvuldig argumenteren. Nogmaals, kritische reflectie op de Omgevingswet is nuttig en noodzakelijk. Ook van onze kant zijn kritische geluiden te horen.

 

Kistenkas presenteert ons eerst de wet van een ander continent als lichtend voorbeeld voor onze Omgevingswet. Vervolgens mobiliseert hij de negatieve evaluatie van diezelfde Nieuw-Zeelandse wet om de frontale aanval op de Omgevingswet te openen. Geloofwaardigheid nul. Het zou hem sieren als hij het Nieuw-Zeelandse evaluatierapport met ons deelt. Tot nu bleef ons verzoek onbeantwoord. Wij worden steeds nieuwsgieriger.  

 

Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en dijkgraaf Rivierenland
Friso de Zeeuw, emeritus hoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en adviseur     

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Toeten en of blazen (jurist) op
Evenals in huidige sectorale wetten is in de Omgevingswet en bijbehorende AMvB’s een uitgebreide set van normen en bandbreedtes opgenomen waarbinnen belangen (bestuurlijk) gewogen moeten worden. Met ruimte voor het participatieproces. Een en ander wordt in het herijkte wettelijk kader systematisch op een meer integrale leest geschoeid. Wat betreft kennis en deskundigheid blijven binnen het omgevingsrecht onverkort specifieke rechtsgebieden/expertises te onderscheiden voor verschillende onderdelen van de fysieke leefomgeving, zoals milieu, natuur, water, ruimtelijke inrichting en infrastructuur. Het is van belang dat overheden specifieke kennis op deze terreinen in eigen huis goed op orde houden, waarbij de verschillende deskundigen/-heden elkaar opzoeken met het oog op integraliteit. Specialisaties blijven binnen het omgevingsrecht dus van belang. Vergelijk het met leerkrachten, je hebt docenten Engels, Frans, Duits of Latijn. Geen esperanto. Wel een Omgevingswet. Hoe gieten andere Europese landen een integrale benadering overigens in het wettelijke vat?