of 64204 LinkedIn

Schoolventilatie hoort thuis in gemeentelijke begroting

Daniëlle P.J. Woestenberg Reageer

De gebrekkige staat van de ventilatie in veel schoolgebouwen is al jaren genoegzaam bekend. Dat een slecht binnenklimaat ongezond is en bijdraagt aan een hoger ziekteverzuim en slecht is voor leerprestaties, is ook geen nieuw inzicht. Maar gemeenten maken er nog nauwelijks werk van. 

In een gemiddeld kantoor wordt vier keer zo veel lucht ververst als in een klas, terwijl juist in die klas het aantal mensen per kubieke meter vele malen hoger ligt. De coronacrisis heeft het belang van goede ventilatie pijnlijk duidelijk gemaakt. Het kabinet heeft 'ventileren' inmiddels als vierde maatregel toegevoegd aan het bekende mantra van handenwassen, anderhalve meter en thuisblijven bij klachten.

Toch werkte de coronacrisis tot op heden nog niet als katalysator voor een gedegen aanpak. Met de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar in gedachte wordt het tijd dat politici zich realiseren dat een slechte ventilatie, een gezond leerklimaat en achterstanden niet zo los van elkaar staan als dat in eerste instantie lijkt.

 

Gemeenten zijn economisch eigenaar van schoolgebouwen. Maar gemeentebesturen wijzen voor de aanpak van de ventilatie naar de schoolbesturen, omdat het onderhoud van de schoolgebouwen aan schoolbesturen is overgedragen. Minister Slob geeft schoolbesturen ruimte om zelf in betere ventilatie te investeren, maar alleen zolang daar geen ingrijpende verbouwing voor nodig is.

Een jaar geleden stelde minister Slob een Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (LCVS) in, om lokale samenwerking en oplossingen te stimuleren en de staat van ventilatie op scholen in kaart te brengen. Het LCVS slaagde er niet in om met een sluitende inventarisatie te komen en adviseerde om het binnenklimaat te agenderen door verbinding aan de brede opgave van onderwijshuisvesting en duurzaamheid. Dat kunnen scholen niet alleen. Schoolbesturen en gemeenten zouden intensief moeten samenwerken om innovaties te verkennen en gezamenlijk te investeren.


Juist op die cofinanciering loopt het in de praktijk stuk. Vanuit de Suvis-regeling draagt de overheid 30 procent van de kosten bij, de rest van de kosten van bouwkundige en technische aanpassingen aan schoolgebouwen moet vanuit schoolbesturen en gemeenten komen. De 360 miljoen euro die minister Slob met de Suvis regeling beschikbaar stelde, is dus niet het tovermiddel voor oplossing van het probleem. Uit recent onderzoek onder onze leden blijkt dat een derde van hen vindt dat de ventilatie op school op orde is. Alle partijen, dus ook gemeenten en schoolbesturen, moeten hun verantwoordelijkheid nemen en voldoende middelen begroten.


Onderwijshuisvesting komt er in veel gemeentelijke begrotingen zeer bekaaid van af. En áls er al geld gereserveerd is, dan lijken nieuwe scholen electoraal aantrekkelijker dan aanpassing van bestaande gebouwen. Maar een gezond werk- en leerklimaat staat aan de basis van goed onderwijs. Een hoger ziekteverzuim leidt tot meer lesuitval en vergroot achterstanden en kansenongelijkheid. Maar ook kinderen gedijen en leren vanzelfsprekend beter in een klaslokaal met gezonde lucht.

In de praktijk zijn we al zo diep gezonken dat we CO2 meters in de klas zetten en ramen en deuren vrijwel constant open staan om het CO2 gehalte te normaliseren. Wordt 'jas aan in de klas' het nieuwe normaal? Gemeenten, schoolbesturen en rijk: sla de handen in één en laat het niet zo ver komen!

 

Daniëlle P.J. Woestenberg, voorzitter CNV Onderwijs

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.