of 58952 LinkedIn

RES is tochtgat in huis van Thorbecke

Marije van den Berg, Thijs de la Court, Thijs van Mierlo 1 reactie

Dertig regio’s in Nederland maken in een moordend tempo ‘strategische keuzes’ voor de klimaatdoelen in 2030: de Regionale EnergieStrategieën (RES).  Wie die keuzes grosso modo maakt? Wethouders, ambtenaren en netbeheerders. Tijd voor democratisch reparatiewerk. 

 RES’en zijn een uitvloeisel van het onvermogen om lokaal vorm te geven aan de enorme opgave van de energietransitie, en van de wens om toch dicht op de lokale schaal te blijven, waar de impact gevoeld wordt. Ze bestaan uit een stuurgroep van wethouders met één trekker, een ambtelijke ondersteuningsgroep, soms maatschappelijke betrokkenheid van bijvoorbeeld milieufederaties, vaak met bedrijfsleven aan tafel.

 

Zij maken majeure keuzes voor locaties en methodes, zonder substantiële invloed van lokale volksvertegenwoordiging, nauwelijks loslopende burgers, laat staan mensen die ‘ertegen’ zijn. Net als veel andere bestuurlijke samenwerkingsverbanden past ook de RES niet in het huis van Thorbecke en maakt zij dat huis weer wat tochtiger. Moeten we er dan mee stoppen? Nee. Wel moet de energietransitie democratischer. Met als bijvangst: eigenaarschap in de samenleving.

 

Het reële scenario: RES-stuurgroepen komen dit voorjaar met een bod dat gemeenteraden formeel moeten ondersteunen. De volksvertegenwoordiging loopt op tegen weerstand en dat zal het bod verlagen. De stuurgroepen moeten het daarmee doen. Gemeenteraden die vervolgens instemmen, erkennen: opwekking is nodig en gebeurt met windmolens en zonneparken. Met dit besluit wordt Thorbeckes tochtgat gedicht. Wij hebben niet de illusie dat er in de tussentijd nog serieus bij te sturen is op de proceslegitimiteit; die boot hebben we gemist.

 

Het is dan zomer 2020 en het totaal aan opgewekte energie telt niet op tot noodzakelijke opwekking die met het rijk is afgesproken. Terug naar de regio’s: we komen zoveel terawattuur tekort, verhoog jullie bod. Wethouders proberen dat. Begin 2021 komen ze met een finaal bod. Weer te laag. Wethouders zeggen: er is weerstand in de gemeenteraad, dit is het. Dan gaat het rijk aanwijzen, via provincies. Het is zomer 2021, bijna gemeenteraadsverkiezingen, dus wethouders houden zich comfortabel op de vlakte en dan ligt het conflict op straat.

 

Erg? Nee. Eindelijk! Olie op het democratische vuur, weg bij de technocratie, maar politiek die ergens over gaat: belangentegenstellingen in lokale gemeenschappen. Het democratisch speelveld van de energietransitie moet daarvoor op tijd zijn geëffend. Onze volksvertegenwoordigers kunnen daarvoor vanaf vandaag hun cruciale rol spelen: als volksvertegenwoordiger (niet die van bestuurlijke overlegstructuren. Hoe?

 

Gemeenten gaan de actieve bewoners aansluiten die nog niet bij de energietransitie betrokken zijn. Wijkraden, VVE’s, dorpsbelangen, armoedeplatforms, migrantenorganisaties, wijkcoöperaties. Voor- en nadrukkelijk ook tegenstanders.

 

Gemeenteraden gaan sturen op maatschappelijk partnerschap in de energietransitie, door in te zetten op meer eigenaarschap van bewoners - letterlijk. In het Klimaatakkoord is voorzien dat 50 procent van de energieopwekking gebeurt door energie-coöperaties. Collectieven, soms al goed georganiseerd maar meestal nog niet, in lokale en regionale gemeenschappen. Niet alleen de lasten maar ook de lusten van de energietransitie dragen en ervan profiteren.

 

In 2021, als het rijk gaat aanwijzen, zitten er aan de kant van de energie-coöperaties stevige teams klaar die zich kunnen meten met marktpartijen die het minder democratisch aanpakken. Het gemeentebestuur zorgt dat ze in positie komen. Daarvoor gaat de gemeenteraad nú de omstandigheden maken: onderzoek, opbouw, ondersteuning, zeggenschap. En ze stuurt erop dat marktpartijen ontwikkelpartners zijn, met de gemeenschap als opdrachtgever.

 

De raden geven de stuurgroepen nú opdracht samen op te trekken met energiecoöperaties. Een enorme klus die eerst bestaat uit contacten leggen. Verschillende regio’s zetten daar al stappen in, gemeenteraden moeten controleren of daar ook echt iets van terechtkomt.

 

Marije van den Berg, oprichter Democratie in uitvoering 
Thijs de la Court, beleidsmedewerker Klimaatverbond 
Thijs van Mierlo, directeur Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door cri (jur. adv) op
Veel jargon en white board teksten. Kern is m.i. dat wij dit individuele gemeenten niet kunnen en mogen aandoen: het is als net zo als de zorgtransitie: uiteindelijk niet in staat tot adequate uitvoering en zeker niets te zeggen over de gewiekste grote jongens de aanbieders van de zorg.Uiteindelijk doen de gemeenten allemaal hetzelfde (beleid) want lokaal zijn de marges millimeters afgezet tegen het beleid van de betreffende samenwerking. Waarom dus dat toch bij gemeenten droppen? Zo zal het ook gaan met al die goedbedoelde bedoelingen van de schrijvers en al die gemeenten die straks weer de obligate teksten gaan produceren, maar die allemaal wel zeggen dat zij zelf het niet kunnen.. Bottomline is dat er regionale opschaling plaatsvindt eigenlijk tot weer een regionaal niveau van samenwerking waar de individuele gemeenten weer niks te vertellen hebben behalve de grootste gemeente. Laten we ook wel wezen: wat moet een gemeente van 16.000 inwoners daar nu allemaal van vinden en doen. Zo'n regionale verbanden zijn er maar al te veel. Democratische tekort: jazeker. Het rijk heeft eerder de gemeenten gedwongen tot samenwerkingsbieden die nu weer zijn vrijgelaten maar het zal niet helpen. Weer een hulpmiddel om toch vooral te ontkomen aan een onvermijdelijke verdere opschaling van lokale besturen. Ook hier speelt de provincie kennelijk helemaal geen rol: die opereert op grotere schaal en met meer democratisch controle maar deze bestuursvorm is ook al jaren op zijn retour. Voorzien wordt weer een overlegorgaan met 30 wethouders, burgemeester en een DB dat gewoon de baas is. Waarop de schrijvers hun optimisme bezeren is onduidelijk. Het verleden met regionale samenwerking ondersteunt hun optimisme niet of speelt hier ook weer de subsidierelatie met kabinet een rol voor deze early birds. Hun intentie deel ik maar hun dus oplossing niet.