of 59318 LinkedIn

Nieuwe mogelijkheden Omgevingswet gaan in rook op

Jean-Paul Hageman 1 reactie

Als het amendement van Ronnes/Smeulders en de motie van Bisschop inzake planschaderecht op dinsdag 5 maart door de Tweede Kamer worden aangenomen, dan gaan de nieuwe mogelijkheden van de Omgevingswet in rook op. Dan zijn we terug bij af. De Omgevingswet wordt dan geen succes.

Nieuw recht nodig 
Er is juist nieuw planschaderecht nodig. Dit heb ik al betoogd in het artikel ‘nieuw planschaderecht onmisbaar voor ambities omgevingswet’ in deze rubriek op 14 december 2016. Bepalende factoren voor het succes van de Omgevingswet zijn een vast forfait, de hoogte van het forfait voor normaal maatschappelijk risico en het verschuiven van het schademoment.

 

Amendement en motie

De Tweede Kamerleden Ronnes en Smeulders hebben een amendement ingediend om het voorgestelde wettelijke forfait van ‘vijf procent’ terug te veranderen in ‘ten minste twee procent’. Het Tweede kamerlid Bisschop verzoekt in zijn motie de regering nog eens te bekijken of het schademoment wel moet worden verschoven van het moment dat een planologische maatregel (zoals een omgevingsplan) in werking treedt, naar het moment van vergunningverlening of feitelijke uitvoering van werkzaamheden. Tweede Kamerleden Ronnes, Smeulders en Bisschop vragen met het amendement en de motie aandacht voor de effecten die het forfait en het verschuiven van het schademoment kunnen hebben voor eigenaren van onroerend goed.

 

Traditionele bestemmingsplannen
Stel dat het amendement en de motie worden aangenomen, dan kan dat tot gevolg hebben dat  we weer traditionele, gedetailleerde bestemmingsplannen gaan maken, zonder vernieuwing. Vele gemeenten zijn juist druk bezig met nieuwe regelingen in het kader van de Crisis- en herstelwet, die voorsorteren op de nieuwe mogelijkheden van de Omgevingswet. Het is dus niet meer de vraag of gemeenten het willen, ze doen het al!

 

Ruimte voor initiatieven

In de gemeente Hulst willen we straks in het nieuwe omgevingsplan ruimte bieden voor nieuwe initiatieven in bijvoorbeeld onze kernen. Die initiatieven van burgers, bedrijven en instanties zorgen voor de gewenste vernieuwing van onze kernen. In het omgevingsplan worden hiervoor straks meerdere en uiteenlopende mogelijkheden geboden. Denk bijvoorbeeld aan nieuwe functies in centrumgebieden en aanloopstraten of uiteenlopende functies in een schoolgebouw. In lintbebouwing worden verouderde, kleine woningen die direct aan de weg staan, vervangen door grotere woningen met ruime voortuinen. Dit kan nadelig voor de buren zijn. Echter, dit zijn initiatieven die zijn te beschouwen als een normale maatschappelijke ontwikkeling. Die initiatieven kunnen elkaar juist versterken en zo een vliegwieleffect geven aan de kwaliteitsverbetering van een kern. Lang niet alle mogelijkheden die zo’n nieuw plan zal bieden, zullen worden verwezenlijkt. Het is wel nodig die mogelijkheden te kunnen bieden.

 

Schademoment

Als wordt vastgehouden aan het moment dat het plan in werking treedt als schademoment, dan kan planschade worden geclaimd voor alle theoretische ontwikkelingen, voordat er maar één initiatief van de grond is gekomen. Op voorhand is het gemeentebestuur een fors bedrag kwijt aan planschade. Een plan met zo’n uitnodigende regeling zou ik als wethouder, wanneer het planschaderecht in feite bij het oude blijft, nooit aan de gemeenteraad voorleggen. Dat betekent dat we alles bij het oude laten en niet kunnen kiezen voor een nieuwe benadering. Initiatieven zijn in die toekomstige situatie alleen mogelijk via allerlei afwijkingsprocedures die extra tijd, menskracht en investeringen van bewoners kosten. De ruimte die de Omgevingswet zou bieden, wordt hiermee op voorhand uitgehold. Dat is ook de conclusie geweest van enkele botsproeven begin 2017. Toen hebben gemeentelijke vertegenwoordigers samen met andere deskundigen de noodzaak van een nieuwe planschaderegeling onderschreven. De Omgevingswet waar velen naar uitkijken, moet immers een succes worden!

 

Forfait

In de kernen in Hulst vindt nu al enige vernieuwing plaats. Dit kan een extra stimulans krijgen door op voorhand duidelijkheid te geven dat alleen substantiële planschade moet worden vergoed. In de huidige situatie wordt voor nieuwe initiatieven zeer regelmatig onderzoek gedaan naar het optreden van eventuele planschade. Voor zulke rapportages en procedures geldt dat de uitkomsten voor dezelfde situatie vaak zeer verschillend zijn, dat het resulteert in onzekerheid voor initiatiefnemers en bovenal dat aan deze rapportages en procedures aanzienlijke kosten verbonden zijn.

 

Opschuivend forfait 

Als er in de huidige situatie sprake is van planschade dan blijft in ieder geval een gedeelte van de schade, gelijk aan twee procent van de waarde van de onroerende zaak (of het inkomen) voor rekening van degene die schade lijdt. Dit is het wettelijke forfait van ‘in ieder geval twee procent’, ook wel het normale maatschappelijk risico genoemd. In de jurisprudentie is duidelijk de trend waarneembaar dat voor steeds meer initiatieven een forfait duidelijk richting vijf procent opschuift.


Onzekerheid 

We zijn als gemeentebestuur blij dat inwoners en bijvoorbeeld een ontwikkelaar initiatieven tot verbetering van de leefomgeving nemen. Als wordt gekozen voor een wettelijk forfait ‘vanaf twee procent’, dan zet dit een rem op het aantal initiatieven. Dit is het gevolg van de onzekerheid of er wel of geen planschade moet worden betaald, naast de onzekerheid of het initiatief uiteindelijk slaagt en naast alle onderzoekskosten. We moeten af van procedures voor beperkte schades en mee in de verschuiving in de richting van de vijf procent, zoals deze uit de jurisprudentie volgt. Initiatiefnemers die investeren in de gewenste verbetering van de omgeving willen we juist ruimte bieden.

 

Kwaliteitsverbetering

In het amendement wordt verondersteld dat een initiatiefnemer altijd winst maakt. In de praktijk is het vaak al een uitdaging om de benodigde investeringen voor het initiatief rond te krijgen. Met vervanging van verouderde bebouwing door grotere bebouwing is in ieder geval geen winstoogmerk gemoeid. Als zo’n initiatief wordt gerealiseerd, heeft dit een positieve werking op de uitstraling van de omgeving. Dat heeft een waardestijgend effect op de omgeving als geheel en komt uiteindelijk alle eigenaren in zo’n gebied ten goede, dus ook iemand die mogelijk, beperkte, planschade leidt. Die persoon kan zelf ook het planologisch voordeel benutten en zorgen voor waardestijging. Het is beter om het planschaderecht vanuit die optiek te benaderen. Dat past in het gedachtengoed van de Omgevingswet.

 

Meer bewustzijn van schade 

Het is wel zo dat het gemeentebestuur bij vaststelling van een omgevingsplan zich bewuster moet worden van eventuele schade voor individuele situaties. Dat kan worden geborgd door hieraan in het omgevingsplan specifiek aandacht te besteden. Bovendien past dit bij de grotere rol die participatie krijgt bij het opstellen van een omgevingsplan. In het omgevingsplan kunnen bijvoorbeeld ideeën worden opgenomen voor beperking van schade voor omwonenden. Bij de beoordeling van initiatieven, zoals vergunningverlening, kan het college vervolgens beoordelen of de initiatiefnemer zich heeft ingespannen voor beperking van schade en het bereikte resultaat. Desnoods gaan we hierover het gesprek aan. Zodoende worden ook de belangen van eigenaren van andere onroerende zaken, waarvoor Ronnes, Smeulders en Bisschop aandacht vragen, in zo’n proces goed behartigd. Deze nieuwe werkwijze kan bij uitstek worden geïmplementeerd in een uitwerking van de regelgeving.

 

Conclusie

Kortom, als iemand substantiële schade leidt door het daadwerkelijk realiseren van een initiatief, dan moet er planschade – straks nadeelcompensatie – worden uitgekeerd. Met zekerheid over een vast percentage voor beperkte planschade in de richting van de vijf procent, ontstaan meer initiatieven voor verbetering van de leefomgeving. Ook binnen het vaste percentage is het een inspanning waard om de schade zo veel mogelijk te beperken door een nieuwe werkwijze. Dan kan op extra zorgvuldige wijze een uitnodigend omgevingsplan worden vastgesteld en ligt kwaliteitsverbetering van de kernen in het verschiet. Daarvoor hebben we een omgevingsplan nodig volgens het gedachtengoed van de Omgevingswet en het planschaderecht zoals de minister heeft voorgesteld. Met het aannemen van het amendement en de motie gaan die mogelijkheden echter in rook op.

 

Jean-Paul Hageman, wethouder van de gemeente Hulst

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Christa Lagerweij-Duits (juridisch adviseur nadeelcompensatie) op
Ik vraag me af hoe de zorgen van wethouder Hageman zich verhouden tot de onderzoeksresultaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In de afgelopen vijf jaren zijn relatief weinig planschadeverzoeken door gemeenten gehonoreerd. .