of 61441 LinkedIn

Moedige wethouders trekken de bouw vlot

Friso de Zeeuw Reageer

Wat schieten de stedelijke gebiedsontwikkeling, woningbouw en infrastructuur op met het eindrapport van de ­commissie-Remkes? ­Eigenlijk niets. Wel wijdt Remkes larmoyante woorden aan de bouwsector. Nee, het wachten is op wethouders die het voortouw durven te nemen. 

De commissie-Remkes erkent dat de stikstofcrisis de bouw – die 0,6 procent van de stikstofuitstoot veroorzaakt – onevenredig heeft benadeeld. Bovendien onderstreept zij dat anticyclisch investeren in bouwprojecten kan bijdragen aan economisch herstel na corona. Het zijn krokodillentranen, want in het eerste advies heeft Remkes bouw en infra volkomen links laten liggen. In het eind­advies komt Remkes met de aanbeveling voor een drempelwaarde voor de bouwfase (en dus niet voor de gebruiksfase).

 

Maar wel op voorwaarde dat de (toch al minimale) stikstofemissie tijdens de bouwfase in de ­komende tien jaar met 80 procent wordt ­teruggedrongen. Dat betekent onder meer dat men machines en materieel versneld moet afschrijven. Dure maatregelen waar de natuur niets mee opschiet. De monomane redenering van Remkes gaat zelfs zo ver dat de stikstofreductie een ‘doorslaggevende’ voorwaarde moet worden bij overheidsaanbestedingen. Het kabinet neemt dit advies over. Nou ja, het gaat ‘onderzoek’ doen.

 

We leven nu al langer dan een jaar na de vernietiging van de PAS door de Raad van State. We moeten constateren dat kabinet en provinciebesturen de stikstofcrisis niet doortastend aanpakken. We hebben tot op de dag van vandaag te maken met stagnatie van veel plannen, vooral in Zuid- en Noord- Holland en Gelderland. Sommige provincies en omgevingsdiensten zitten ook nog enorm te mierenneuken over de detaillering van de Aeriusberekeningen en compleetheid van de aangeleverde stukken.

 

En de gemeentebesturen? Het regelkader dat rijksoverheid, provincies en jurisprudentie bieden, bepaalt in hoge mate hun manoeuvreerruimte. Toch zien we opvallende verschillen. Sommige wethouders tonen zich ware angsthazen. Zelfs als overduidelijk geen natuurvergunning nodig blijkt, durven zij pas een bouwvergunning af te geven als de provincie dat met een ‘positieve afwijzing’ zwart op wit bevestigt.

 

Andere wethouders – zoals in Ede, Schagen, Beverwijk – nemen het voortouw en daarmee ook enig risico. Zij zijn creatief met intern salderen, gebruiken de ‘ecologische voortoets’ of vinden een echt ‘natuur-inclusieve’ gebiedsontwikkeling belangrijker dan een micro-stikstofdepositie, vergelijkbaar met een zakje Pokon. Zij riskeren een nijdige provincie of een zeperd bij de bestuursrechter. Zo ontstaat wel jurisprudentie die weer wat juridische helderheid geeft.

 

Nu van Remkes, de rijksoverheid en de provincies niet veel te verwachten valt, moeten we de blik richten op de ‘gebiedsgerichte aanpak’. De beweging moet van onderop komen. Bijvoorbeeld met een regionale depositiebank. In mijn biotoop, Noord-Holland, verkennen we met een aantal gemeenten de opzet van zo’n bank. De ‘inleg’ bestaat uit de weg te nemen stikstofbronnen (waaronder te saneren agrarische bedrijven).

 

Na afroming van 30 procent voor de natuur, zorgen bouwplannen die de gemeenten de komende jaren willen vergunnen voor de ­‘uitname’. Binnen deze opzet wordt de ­instelling van een drempelwaarde van 0,5 mol/ha. per bouwplan haalbaar (bouwfase en gebruiksfase). Betrokkenheid van de ­regionale natuur-en milieubeweging, ontwikkel- en bouwpartijen en de gereorganiseerde landbouw maken de slagingskans groter. Resumé: wacht niet op de besluitvorming over ‘Remkes’, onderneem zelf actie.

 

Friso de Zeeuw, adviseur gebiedsontwikkeling en emeritus hoogleraar TU Delft

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.