of 64707 LinkedIn

Meer bouwen? Vergeet de winning van zand en grind niet

Leonie van der Voort Reageer

De komende jaren zijn honderdduizenden nieuwe woningen nodig. We moeten die ambitieuze plannen niet laten stuklopen op een onderschat probleem: de beschikbaarheid van zand en grind. Gemeenten en provincies dienen daarom meer werk te maken van duurzame grondstofwinning in hun omgevingsvisies. 

Met de Tweede Kamerverkiezingen voor de deur wordt steeds duidelijker wat de grote thema’s van de komende kabinetsperiode worden. De bouwopgave hoort onmiskenbaar in dat rijtje thuis. Bijna alle politieke partijen zijn het erover eens dat er de komende jaren flink bijgebouwd moet worden. In verschillende kringen wordt zelfs gesproken over de terugkeer van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) die deze bouwopgave moet coördineren. Toch zijn het uiteindelijk de decentrale overheden die een belangrijke sleutel in handen hebben. Zij verlenen namelijk de vergunningen voor primaire grondstofwinning, een onmisbare schakel om die bouwopgave te realiseren. En juist daar knelt het.

 

De komende jaren lopen veel lopende vergunde projecten voor primaire grondstofwinning af. Tegelijkertijd stagneert de vergunningverlening voor nieuwe winningsprojecten of de uitbreiding van bestaande winningslocaties. Dit leidt ertoe dat bijvoorbeeld zand en grind, welke nodig zijn voor beton, niet meer in die mate gewonnen kunnen worden als benodigd. En zonder deze grondstoffen geen veilige en duurzame woningen, geen infrastructuur en meer kans op waterproblemen.

 

Voor de stagnerende vergunningverlening is een aantal oorzaken te noemen. Eén daarvan is de toenemende interesse van politiek en ambtelijk Nederland voor circulariteit en hergebruik van materialen. Dat is ook terug te zien in de verkiezingsprogramma’s: bijna alle partijen spreken over de gewenste transitie naar een circulaire economie. Maar met alleen hergebruik redden we het niet. Berekeningen van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) en TNO uit laten zien dat zelfs met 100 procent hergebruik van bouwmaterialen, we maar 20 procent van de grondstoffen benodigd voor de bouwopgave tot onze beschikking hebben. Dat betekent dat 80 procent van de behoefte nog ingevuld moet worden met primaire grondstoffen.

 

De komende jaren blijven we dus aangewezen op primaire grondstofwinning als we de bouwopgave willen realiseren. Maar ook hiermee kunnen we bijdragen aan een circulaire economie. Door juist nu primaire grondstoffen te winnen, voorkomen we dat op een later moment grondstoffen uit het buitenland geïmporteerd moeten worden, tegen hogere milieukosten en waarvan we de samenstelling niet precies kennen. En door aandacht te hebben voor een circulair ontwerp en hoge kwaliteitseisen aan onze grondstoffen te stellen, verspillen we niets. Op die manier kunnen zand, grind en klei in de toekomst steeds volledig hergebruikt worden.

 

Zand- en grindwinning is bovendien een belangrijke motor voor gebiedsontwikkeling. Het draagt op een natuurlijke manier bij aan waterveiligheid, behoud en ontwikkeling van biodiversiteit en klimaatadaptatie. Deze belangrijke bijdragen aan de Nederlandse natuur moeten ook meegenomen worden in de afweging om grondstoffen in Nederland zelf te winnen.

 

Op basis van de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, zijn gemeenten, provincies en het rijk verplicht een omgevingsvisie op te stellen. Het Rijk heeft duurzame winning van bouwgrondstoffen als ‘nationaal belang’ aangemerkt in de NOVI. Nu zijn de provincies en de gemeenten aan de beurt. In de GOVI’s en POVI’s kan nog een stap extra gezet worden door te erkennen dat primaire grondstofwinning en circulariteit hand in hand gaan. Zo slaan we drie vliegen in één klap: we kunnen bouwen, natuur ontwikkelen en door hoge eisen te stellen aan de kwaliteit kunen de grondstoffen eindeloos hergebruikt worden. Dat is circulair.

 

Leonie van der Voort, directeur Cascade, branchevereniging voor zand- en grindproducenten

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.