of 59130 LinkedIn

Lokale energietransitie – het speelkwartier is voorbij

Dion van Steensel 1 reactie

We zitten in het interbellum. Gisterwereld brokkelt af (dag kolen, dag olie, dag gas). Morgenwereld wil geboren worden. In de toekomst zal duurzame energie geen afwijking zijn maar standaard. 

Deze verandering van tijdperken kost tijd. Zoals de Industriële Revolutie niet in één dag was geregeld, is de Duurzame Energierevolutie geen kwestie van een druk op een knop. Welke rol spelen lokale overheden in deze energietransitie? In de periode 2009-2011 boden gemeenteraden overal in het land tegen elkaar op: energieneutraal in 2050? Nee, in 2040. Welnee, in 2025.

 

Uitzonderingen daargelaten ligt anno 2018 echter bijna niemand op koers. We onderzochten 46 gemeenten die aandeelhouder zijn van HVC: groot en klein, in stedelijk zowel als landelijk gebied. Gemiddeld bleek het aandeel duurzame energie in de periode 2010-2016 tot 9 procent gestegen. Dat ligt weliswaar boven het landelijk gemiddelde (6 procent). Maar in dit tempo duurt het tot ver na 2050 om energieneutraal te worden!

 

Gelukkig verandert het tij. Het internationale Klimaatakkoord van Parijs sijpelt via de nationale overheid door naar lokaal beleidsniveau. Onder andere de Klimaatwet en het Klimaatakkoord zorgen voor toenemende beleidsdruk vanuit het rijk, die zich vertaalt in meer plichten, taken en bevoegdheden, maar ook meer middelen en kansen voor gemeenten.

 

In de energietransitie is het speelkwartier nu echt voorbij. De pioniersfase ligt achter ons; de versnellingsfase begint. Om mee te gaan in deze beweging zijn in lokaal energiebeleid nieuwe sturingsprincipes nodig. Ten eerste is opschaling cruciaal: van meters naar kilometers maken.  Dit veronderstelt dat we meer gevoel krijgen voor de omvang van de opgave om energieneutraal te worden.

 

Om de duurzame energieproductie in 46 HVC-gemeenten van 9 procent in 2016 naar 14 procent in 2020 op te krikken, zijn bijvoorbeeld óf 10 miljoen zonnepanelen op daken nodig óf 6.000 voetbalvelden vol zonnepanelen. Of 400 windturbines. Of 25 geothermieprojecten. Voor de goede orde: daarna is nog 86 procent te gaan op de weg die leidt naar energieneutraliteit! 

 

Het tweede sturingsprincipe is ‘samenwerking’ en de opgave om daar niet incidenteel maar structureel invulling aan te geven. Gemeenten hebben beperkt invloed op de verduurzaming van de lokale energievoorziening. Het is essentieel om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties te betrekken en te committeren.  Dat kan bijvoorbeeld door lokaal Energieakkoorden af te sluiten die fungeren als samenbindend contract tussen publieke, maatschappelijke en private instellingen. Het maakt ieders bijdrage aan het energieneutraal maken van de gemeente inzichtelijk en mobiliseert uitvoeringskracht. Samen verantwoordelijkheid dragen doorbreekt bovendien de klassieke rolverdeling waarbij de lokale overheid beleid ‘produceert’ en anderen het louter ‘consumeren’.

 

Ten derde moet het beleid zich op andere groepen mensen richten. Gemeenten zijn gewend om koplopers (financieel) te stimuleren om het goede voorbeeld te geven en als ambassadeurs van duurzame energie op te treden. Dit is in de pioniersfase verdedigbaar, maar in de versnellingsfase funest. Het leidt niet alleen vaak tot verkapte ‘yuppensubsidies’ maar ook tot verduurzaming van individuele huizen, waar het faciliteren van oplossingen voor hele straten en wijken nodig is. Iederéén moet mee in de energietransitie. Dit vereist een aanpak die zich niet op koplopers richt maar op het in beweging krijgen van het peloton.

 

Veel gemeenten hebben beleid, dan een tijd niets en dan losse projecten waarvan niet duidelijk is hoe ze bijdragen aan beleidsdoelen. Wij willen dit ‘schieten met een schot hagel en dan maar hopen dat je iemand raakt’ vervangen door het ‘laserstraalprincipe’. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld aan de hand van gebouwkenmerken en energiedata selecties maken van woningen of wijken waar zonnepanelen of isolatiemaatregelen zich binnen afzienbare tijd terugverdienen. Dergelijke data-analyses maken het mogelijk campagnes te ontwikkelen met nauwkeurig omschreven doelen en doelgroepen die tegen gunstige voorwaarden samenhangende pakketten van maatregelen krijgen aangeboden.

 

De energietransitie wordt nationaal besproken in Den Haag, maar lokaal uitgevoerd in steden en dorpen. Het zijn gemeenten die lokaal regie moeten voeren. Het zijn gemeenten die inwoners en bedrijven wijk voor wijk moeten meenemen. Het zijn gemeenten die onze samenleving mentaal moeten bevrijden van de vanzelfsprekendheden van Gisterwereld en moeten overtuigen van het nieuwe normaal van Morgenwereld. De rijksoverheid kan die lokale processen ondersteunen door voorwaarden te scheppen voor een monsterverbond tussen daadkrachtige bestuurders en betrokken bewoners en bedrijven.

 

Dion van Steensel

directeur afval- en energiebedrijf HVC (met 46 gemeenten en 6 waterschappen als aandeelhouders)

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door mr. paul van riel (adviseur ondergrondse infra ) op
De doelen zijn/ worden zo niet gehaald nee.
Ja, het schort nogal aan rijk dat niet de voorwaarden schept.
Als gemeente kun je nu niet bijvoorbeeld nieuwe stadaverwarming tegenhouden, als je liever wko / aquathermie zou willen.
Als gemeente kun je onroerendgoed-eigenaren niet verplichten te stoppen met gas en over te gaan naar optimale nieuwe energievorm.
Als we niet uitkijken blijft de energietransitie hangen op ons poldermodel; niet iedereen ermee eens? dan gaan akkoord; dan stopt het.
Tijd dat het rijk ook instrumenten maakt.
Dus;
1. laat toe dat gasbedrijven in bestaande situaties hun lever-overeenkomst opzeggen (wegens gewijzigde omstandigheden)
2. laat toe dat gemeenten zelf in lokale verordeningen concessiestelsels creëren strekkende tot het dwangmatig stoppen met energievorm A en verplicht omschakelen naar energievorm B
3. laat toe dat gemeenten met de crisis en herstelswet andere type bestemmingsplannen maken; met dwingende verplichtingen tot omschakeling naar andere energievormen
4. voer de Omgevingswet vervroegd in met hetzelfde doel.