of 60715 LinkedIn

Kleiner bouwen lost woningtekort niet op

Erik Berkelmans Reageer

Problemen op de woningmarkt laten zich niet oplossen door concessies te doen aan kwaliteit van de bouw, wel door gerichte beleidsmaatregelen. Vooral het afschaffen van de verhuurdersheffing zou helpen, zodat coöperaties weer kunnen investeren.

Verstoring woningmarkt aanpakken met echte maatregelen

Onlangs kwam de NVM met cijfers naar buiten die duidelijk maakten dat er sprake is van grote onevenwichtigheden op de woningmarkt. Er werd gesproken over woningnood, wat nog een zwaardere kwalificatie is dan een wooncrisis.

Ook de Haagse politiek was er als de kippen bij om maatregelen te benoemen die reeds waren genomen en nog zouden kunnen worden genomen. De minister van Milieu en Wonen was duidelijk bij WNL dat de gemeenten als eerste aan zet zijn om de woningmarkt aan te jagen, het woonakkoord zou daarbij moeten helpen. Doelstelling is om de komende vier jaar 300.000 woningen te realiseren. Uitgaande van het aantal verleende bouwvergunningen die sinds begin 2019 reeds een dalende tendens hebben en het afnemend aantal transformaties, is dat een doelstelling die op zijn zachtst gezegd ambitieus is te noemen.

Voorzitter Onno Hoes van de NVM kreeg bij Jinek de gelegenheid de situatie op de woningmarkt toe te lichten, waarbij wat bijzondere voorstellen werden geuit die gemeenten zouden kunnen inzetten om de woningmarkt aan te jagen. Woningen zijn vooral duur, dus zou sowieso kleiner en dus goedkoper moeten worden gebouwd. Daarna stelde hij dat er voor een ‘kale’ prijs zou moeten worden gebouwd: alle opslagen en verdiensten van ontwikkelaars en gemeenten maken woningen maar onnodig duur. Zo zouden gemeenten de kosten voor bijvoorbeeld speelplaatsen niet langer in rekening moeten brengen. Nog afgezien van de vraag wat dat zou doen met de kwaliteit van de leefomgeving, wordt daarbij ook voorbijgegaan aan het wettelijke kader voor het verhalen van kosten. Daarbij moet de eerste onderneming die geen redelijke vergoeding krijgt voor haar activiteiten nog worden gevonden. Alsof er niks is geleerd van de jaren tachtig van de vorige eeuw toen er naar hartenlust met goedkope crisisbouw is gestrooid waar nu nog de zure vruchten van worden geplukt.

Alle partijen die zich hebben gemengd in de discussie zijn het erover eens dat er met name in het goedkope (sociale) en middel-dure segment meer moet worden gebouwd. Iedereen kijkt wat dat betreft naar het rijk, dat als marktmeester de bouwproductie maar moet aanjagen. Opvallend genoeg wordt weinig gesproken over de rol van de coöperaties. Juist voor hen zou er een grote rol moeten zijn weggelegd om bij te dragen aan het normaliseren van de woningmarkt. Op dit moment betalen de coöperaties ongeveer 2 miljard euro per jaar aan verhuurdersheffing. Zo betaalt De Key uit Amsterdam 3,6 maandhuur per jaar aan belastingen en heffingen.

De Eerste Kamer heeft minister Blok in december 2013 met klem verzocht de verhuurdersheffing aan te passen wanneer die ernstige effecten zou blijken te hebben. Onderzoek van de RU Groningen (COELO) uit 2016 laat zien wat de effecten van de verhuurdersheffing zijn: hogere huren, minder nieuwbouw en meer verkoop van sociale huurwoningen. Verder wordt in het onderzoek gesteld ‘dat gezien de aanlooptijd van nieuwbouw het effect van de heffing pas op termijn echt duidelijk zal worden’.

Die effecten zijn inmiddels wel duidelijk. Wellicht is het moment nu gekomen om de verhuurdersheffing aan te passen. De vraag is natuurlijk wel of de effecten ernstig genoeg worden gevonden door het kabinet.

Erik Berkelmans, directeur Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.