of 59318 LinkedIn

Huiswerk voor gemeenten na einde PAS

Anita Nijboer Reageer

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State haalde onlangs een streep door de Programma Aanpak Stikstof (PAS). Ondanks een uitgebreide toelichting blijken de gevolgen onvoldoende duidelijk. Deze onzekerheid leidt tot onnodige stagnatie. 

Op basis van de Wet natuurbescherming moeten nieuwe activiteiten (of uitbreiding van bestaande) in en rond zogenaamde Natura-2000 gebieden worden getoetst op hun effect op de natuur. Als sprake is van een blijvend negatief effect op die gebieden moet met het project een dwingende reden van groot openbaar belang gemoeid zijn en mogen geen alternatieve oplossingen bestaan om dat belang te waarborgen. Daarnaast dient compensatie plaats te vinden. Veel projecten zorgen voor een toename van stikstofdepositie op gebieden die al overbelast zijn. Hierdoor kon voor veel projecten geen vergunning worden verleend. Als oplossing hiervoor werd in 2015 de PAS geïntroduceerd.

De PAS werkte als volgt. Er werden zogenaamde maatregelen genomen gericht op de daling van stikstofdepositie. Een deel van die daling mocht worden ingezet voor het faciliteren van stikstofdepositie veroorzakende activiteiten.  Activiteiten die depositie veroorzaakten onder een bepaalde drempelwaarde waren zonder vergunning toegestaan. Activiteiten met een hogere depositie waren vergunningplichtig, maar konden worden vergund als deze opgenomen waren in de PAS.

Het oordeel dat de PAS strijdig is met Europese regelgeving is geen verrassing.  Dat deze uitspraak grote gevolgen heeft voor lopende projecten en voor projecten die in het verleden niet vergunningplichtig waren, evenmin. Op dit moment lopen minstens 1.500 bouwprojecten kans op vertraging of zelfs afstel (Binnenlands Bestuur, 6 juli 2019). Aan de hand van de uitspraak moet nu voor de talloze individuele projecten zonder onherroepelijke vergunning worden beoordeeld hoe om te gaan met stikstofdepositie. En daar gaat het op dit moment bij veel gemeenten mis.

Allereerst is het verstandig die beoordeling niet ad hoc per individueel project te doen. Dat gebeurt nu op grote schaal. Beter is een systematische aanpak, met als eerste stap de beoordeling voor welke projecten de uitspraak nu precies een effect heeft.

Daarbij is relevant dat ten tijde van de PAS de beoordeling van effecten soms wat gemakkelijk werd afgedaan. Immers, als duidelijk was dat de depositie kleiner was dan de drempelwaarde, werd al snel geoordeeld dat het onder de PAS viel. Bij kleinere projecten is het daarom van belang opnieuw te laten beoordelen of een eventuele verhoging als significant is aan te merken. Ook is het zaak om te beoordelen of slimme mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen om dit effect teniet te doen. Hetzij door een wijziging van het project, hetzij door extra herstelmaatregelen te treffen op de plek waar de effecten zich voordoen. Hiermee is de grootste winst te behalen. Daarnaast kan worden beoordeeld of intern of extern kan worden gesaldeerd en kan wellicht de ‘depositiebank’ weer intrede doen. Als geen van deze opties soelaas biedt, moet worden beoordeeld of aan de vergunningcriteria wordt voldaan.

Integrale beoordeling is in termen van efficiency en werkdruk essentieel en bovendien vergroot het de kans op besluiten die een kritische juridische toets kunnen doorstaan.

Anita Nijboer is partner bij Kennedy Van der Laan, zij geeft les over natuurbeschermingsrecht, onder andere bij de Universiteit van Amsterdam en de SSR (Studiecentrum Rechtspleging)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.