of 59345 LinkedIn

Grote verbouwing verdient culturele impuls

Marianne Versteegh en Flip ten Cate Reageer

De energietransitie, de klimaatadaptatie, de circulaire landbouw, de grote bouwopgave en het mobiliteitsvraagstuk gaan het aangezicht van Nederland veranderen. De vraag is of het er mooier op wordt.

Voorkomen lelijk landschap opgave

We staan voor een fikse opgave, dat is wel duidelijk. Twee vragen staan momenteel centraal: wie gaan die transities betalen, en op welke plekken kunnen we de bouwwerken zo ‘inpassen’ dat we het draagvlak bij de bevolking niet verliezen.

Weinig besef is er voor het feit dat de verbouwing een culturele daad van jewelste is. Successen uit het verleden (Deltawerken, OV-knooppunten, Ruimte voor de rivier) bewijzen dat onze ontwerpers, ingenieurs en kunstenaars uit complexe vragen schitterende werken kunnen bouwen. De bakens van onze culturele identiteit. Maar kwaliteit ontstaat niet vanzelf, zoals de 'snelwegdozen' en de trespa- stadsvernieuwingsarchitectuur illustreren. We hebben ooit een culturele infrastructuur gebouwd – nationaal en lokaal architectuurbeleid, instituten, regelgeving, financiële stimulansen – die de basis vormde voor architectuur van wereldfaam. Die infrastructuur is schromelijk verwaarloosd.

Heel Europa beleeft momenteel een revival van Baukultur – in Nederland te vertalen met ‘omgevingskwaliteit’. Het betreft de opdracht om de leefomgeving te verbeteren in architectonische, ecologische, kunstzinnige, sociale en duurzame zin, voortbouwend op de bestaande (cultuurhistorische) context en in samenspraak met de lokale bevolking. Hoewel ook onze regering vorig jaar de Verklaring van Davos over Baukultur heeft onder tekend, handelt ze er nog niet naar. Het klimaatakkoord, de bouwopgave, de komende Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn, cultureel gezien, bloedeloze stukken. Panorama Nederland daarentegen, de toekomstvisie van de Rijksbouwmeester, geeft wel hoop.

Hoe zorgen we ervoor dat we over dertig jaar in bewondering en met trots terugkijken op waar we nu aan beginnen. Wat kunnen we doen? Allereerst overal het gesprek over kwaliteit voeren. Wie niet uitentreuren blijft praten over schoonheid (zogenaamd omdat daarover ‘niet te twisten valt’), zadelt het nageslacht op met lelijkheid. Urgentie van de problematiek kan nooit een argument zijn voor een gebrek aan ontwerpkwaliteit. Nadat de urgentie is verdwenen, domineert de lelijkheid de decennia. We gaan ook nooit meer een monofunctioneel project uitvoeren: altijd wordt een opgave gekoppeld aan andere belangen in de omgeving.

Wie een snelweg aanlegt, produceert voortaan ook energie (zonnepanelen op de geluidsschermen), legt creatieve faunapassages aan en let op de schoonheid van verlichtingsmasten. Het koppelen van belangen levert niet alleen ruimtewinst, het levert ook meer kwaliteit. Top-down is finito. De ontluikende coöperaties van bewoners, of het nu voor het bouwen van woningen is of voor het produceren van duurzame energie, zijn een verrijking voor de kwaliteit van de leefomgeving en ze verhogen het draagvlak voor de transities. Nederland is van iedereen. De opdracht is om de overheid, als hoeder van het collectieve belang, te verbinden met de bewonerskracht en met expertise over bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid, erfgoed en architectuur. Dat kan nog veel beter!

Ontwerpers zijn de sleutelspelers in de bouwcultuur. Het vak van ontwerpers is niet het maken van een fraai plaatje, zoals vaak wordt gedacht. Het is het oplossen van schijnbare tegenstellingen. Goed ontwerp confronteert de opgaven van morgen met de context van vandaag en bouwt in een hedendaagse vormentaal als vanzelfsprekend voort op trendlijnen uit de geschiedenis. Lees meer over de oproep Fiks Nederland! op www.fiksnederland.nl

Marianne Versteegh (Kunsten ’92)
Flip ten Cate (Federatie Ruimtelijke Kwaliteit)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.