of 61441 LinkedIn

Goed afvalgedrag wordt niet beloond

Mark van Waas, Kees Kersten, Nina van Rijn 6 reacties

Begin van dit jaar hoorden veel Nederlanders dat zij in 2020 meer afvalstoffenheffing zouden gaan betalen. Volgens Vereniging Eigen Huis was de stijging met gemiddeld 9,5 procent nooit zo hoog. Onze voorspelling is dat we binnenkort dezelfde boodschap nogmaals gaan horen voor 2021. 

Dat, terwijl burgers jarenlang dachten dat hun afvalstoffenheffing juist zou dalen wanneer zij thuis beter hun afval scheidden. En dat is precies wat ze deden. Tussen 2015 en 2018 zijn huishoudens in minstens 278 van de 356 Nederlandse gemeenten hun afval beter gaan scheiden. Gemiddeld steeg het scheidingspercentage met meer dan 6 procent per gemeente (van 60 naar 66 procent).

 

Dat is onder meer het gevolg van gemeentelijk duurzaamheidsbeleid dat erop gericht is om de hoeveelheid restafval per inwoners omlaag te brengen, als invulling van het Rijksprogramma ‘VANG – huishoudelijk afval’. Burgers worden beter geïnformeerd over afvalscheiding, gemeenten gaan meer stromen gescheiden inzamelen en in ongeveer de helft van de gemeenten wordt tariefdifferentiatie (diftar) gebruikt waarbij burgers voor het inleveren van restafval meer betalen dan voor gescheiden stromen.

 

Gescheiden ingezamelde afvalstromen kunnen vaak opnieuw ingezet worden als grondstof. Denk aan het gebruik van gerecycled papier. Restafval wordt grotendeels verbrand. De energie die afvalverbranding oplevert, levert niet genoeg op om de kosten ervan te dekken. Daarom kost restafval de gemeente geld. Hieruit zou logischerwijs moeten volgen dat betere scheiding leidt tot lagere kosten en dus een lagere afvalstoffenheffing. Maar lang niet alle gescheiden afvalstromen leveren geld op. Sterker nog, het kost steeds meer om ze te recyclen.

 

Het grootste deel van de kosten van gemeentelijke afvalsystemen wordt aan huishoudens doorberekend (gemiddeld 96,5 procent van de kosten in 2018). Dus, zo is burgers verteld, een goedkoper systeem door betere scheiding, leidt tot een lagere heffing. Ware het niet dat door een opeenstapeling van factoren die niet door burgers te beïnvloeden zijn, het systeem ondanks betere afvalscheiding, niet goedkoper maar juist duurder is geworden.

 

Enerzijds daalt de marktprijs van zowel oud papier en karton, als van textiel. China is gestopt deze stromen van ons op te kopen. Mede hierdoor is een Europees overschot ontstaan en zijn beide stromen nauwelijks nog iets waard. Anderzijds vinden er ontwikkelingen plaats die de kosten doen stijgen. De afvalstoffenbelasting gaat omhoog, die de Belastingdienst heft op bedrijven die afval storten en verbranden. Deze afvalverwerkers berekenen de belasting door aan gemeenten.

 

Verder zijn er de afgelopen maanden, als gevolg van de COVID-19 uitbraak, meer mensen gaan thuiswerken. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval. Al deze externe factoren leiden tot een duurder gemeentelijk afvalsysteem. Gemeenten hebben weinig andere mogelijkheden dan deze hogere kosten door te berekenen aan burgers. daardoor stijgt de afvalstoffenheffing.

 

Wethouders moeten nu een pijnlijke boodschap overbrengen. “Beste burger. Wij bedanken je voor je goede gedrag. Moeder aarde bedankt je voor je goede gedrag. Als beloning, mag je nu meer gaan betalen voor precies dezelfde service.” De stijgende afvalstoffenheffing vindt over het algemeen weliswaar niet plaats dóór betere scheiding, maar ondánks betere scheiding. Maar de burger zal vooral zien dat haar goede gedrag niet wordt beloond. En dit goede gedrag van de burger is juist hard nodig voor het realiseren van de wens van zowel gemeenten als rijksoverheid om de hoeveelheid restafval verder terug te dringen en daarmee te verduurzamen.

 

In gemeenten met een diftarsysteem treedt een aanvullend effect op. Hier betalen burgers, bovenop een vaste jaarlijkse afvalstoffenheffing die voor ieder huishouden gelijk is, een bedrag per zak of per kilo restafval die ze aanbieden. Mede door deze financiële prikkel, is in deze gemeenten het scheidingspercentage extra hard gestegen. En daar gebeurt iets bijzonders. Laten we het de diftarparadox noemen. Hoe beter burgers scheiden, hoe minder restafval ze aanbieden, hoe lager de opbrengsten uit restafval voor de gemeente. De kosten van het afvalsysteem dalen echter niet in gelijke mate mee, vanwege de eerdergenoemde externe factoren. Om toch de kosten van het systeem te kunnen dekken, heeft de gemeente twee keuzes. Het tarief per zak of kilo restafval kan omhoog, of de vaste jaarlijkse afvalstoffenheffing moet omhoog.

 

Als het tarief op restafval omhoog gaat, creëer je nieuwe problemen. Ten eerste, wordt de prikkel om afval te scheiden nóg sterker, waardoor de hoeveelheid restafval verder daalt en er nog een groter gat gedicht moet worden. En ten tweede, wordt het voor huishoudens voordeliger om dat restje nasi goreng in het plastic wegwerpbakje achter te laten en deze met het gescheiden plastic in te leveren, dan om het netjes bij het restafval te gooien. Gescheiden afvalstromen raken hierdoor vervuilder en leveren dan minder op. Vervuiling is zelfs één van de redenen waarom China ons gescheiden afval niet meer wil hebben, waardoor we nu een Europees overschot hebben.

 

Een veel gehoorde uitleg van gemeenten aan hun burgers is dat goed gedrag wel degelijk wordt beloond, omdat de rekening nog veel hoger was geweest als de afvalscheiding niet was verbeterd. Feitelijk correct. Zo betaalt een huishouden van drie of meer personen in Rotterdam – waar scheidingspercentages laag liggen – 370 euro aan afvalstoffenheffing, terwijl dit in Assen – waar veel beter gescheiden wordt – maar 223 euro is. Maar voor de burger die beter is gaan scheiden, biedt dit weinig troost. Wat kunnen gemeenten wel doen om de burger te blijven motiveren voor afvalscheiding? De prijzen van papier, plastic en textiel op de wereldmarkt kunnen ze niet beïnvloeden.

 

De volgende opties zijn denkbaar. Burgers kunnen worden beloond voor het schoon aanbieden van afval, naast het zo min mogelijk aanbieden van restafval. Schone stromen leveren meer op en de beloning kan daaruit bekostigd worden. Hoewel de potentiële winst hier realistisch gezien klein zal zijn. Kringlopen kunnen lokaal gesloten worden. Gemeenten kopen eigen grondstofstromen weer in: de gemeente Rotterdam koopt papier in van Rotterdams oud-papier. Gemeenten kunnen reserves opbouwen in tijden van gunstige marktprijzen voor gescheiden afvalstromen, om te kunnen compenseren in tijden van minder gunstige prijzen. Zo hoeven de tarieven voor burgers minder te fluctueren.

Als laatste, kunnen de effecten van de COVID-19 uitbraak op de hoeveelheid huishoudelijk afval in kaart worden gebracht. De gemeente kan ervoor kiezen om de extra kosten die de toegenomen hoeveelheid huishoudelijk afval met zicht meebrengt niet direct in één keer aan de burger door te belasten in 2021. Of om de extra kosten helemaal niet aan de burger door te berekenen, maar het gat te dichten met opbrengsten uit een ander potje, gezien het grote milieubelang van beter scheiden.

 

Mark van Waas, VNG, team Leefomgeving
Kees Kerstens, Rebel, team Circulaire Economie
Nina van Rijn, Rebel, team Circulaire Economie

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Gerrit op
Moet je de soap rond Avri maar eens lezen. Burgers maar scheiden, scheiden en nog eens scheiden en ieder jaar maar weer meer betalen. Gaat het geld bij de avri ook de verbrandingsoven in soms? En de betrokkenen wethouders kijken maar toe.
Door Trevor op
Misschien kan de gemeente de burger die afval VERMIJDT ook op de een of andere manier belonen.

Deels gebeurt het al met diftar systemen.

Maar wat te denken van een (financiele) attentie als iemand bijvoorbeeld een nee-nee-sticker op de brievenbus plakt...?

(Ik ben op de hoogte van de discussie en rechtszaken over ja-ja incl de cassatie van Utrecht.)
Door Jan (beleid (oa afval/grondstoffen)) op
@Peter en @Robin: klokken en klepels..... En nee, ik ga het niet uitleggen. Zoek het zelf maar op!
Door Peter (Ambtenaar) op
Uit diverse (ook wetenschappelijke) onderzoeken is gebleken dat nascheiding een lagere reststroom oplevert en ook nog eens goedkoper is.
De keuze voor gescheiden inzameling komt voornamelijk voort uit ideologische opvattingen van de betrokken bestuurders.
Een goed voorbeeld is AVR dat zeer goede resultaten behaald met de nascheiding.
Door Petra op
@Robin

Ook u kunt bedenken dat o.a. textiel en papier dat in aanraking is geweest met uw bami niet meer geschikt is voor hergebruik.

De door u genoemde deskundige is imho bepaald NIET DESKUNDIG. Jammer dat u zich verlaat op die ene mening.
Door Robin (influencer) op
En daar moet ik allemaal rekening mee houden als ik bami over heb en weggooi? Denk het niet! Een deskundige van de gemeente Rotterdam legde me jaren geleden al uit dat alleen scheiden bij de verwerking van afval zinvol is; sindsdien doe ik niet meer aan afvalscheiding; je bent ook zo klaar.