of 59345 LinkedIn

Gemeenten past bescheidenheid in de warmtetransitie

Otto Barten Reageer

Eén van de meest interessante maatregelen in het recent gepresenteerde Klimaatakkoord betrof de overheveling van belasting van elektriciteit naar gas: elektriciteit goedkoper, gas duurder. Door deze simpele en budgetneutrale maatregel gaat de terugverdientijd van een warmtepomp voor een gemiddeld huishouden in één klap terug van grofweg achttien naar grofweg twaalf jaar.

Terugverdientijd, laat dat woord even inzinken. Terugverdientijd, dat betekent dat de burger al het geïnvesteerde geld, terugkrijgt. Binnen twaalf jaar. En daarna gaat de warmtepomp nog acht jaar mee. Die acht jaar wordt er geld verdiend. Zonder veel risico. En het gasverbruik is verleden tijd. De warmtetransitie is voor deze burger voltooid. Gratis.

 

Gratis, en vanzelf. Want wat is er allemaal niet aan deze geslaagde warmtetransitie te pas gekomen? Geen gemeente, geen provincie, en geen regio. Geen uitvoeringsplan, geen spijtvrije standaard, geen wijkgerichte aanpak, geen leidraad en geen expertisecentrum. Geen besluitvormingstraject. En, niet onbelangrijk: geen financiering. Een groot deel van de warmtetransitie kan zich prima zo voltrekken: de overheid zet slechts op hoog niveau met subsidie en belasting de transitie in gang, de burger en het bedrijfsleven doen de rest.

 

En als voornoemde burger nu in een warmtenetgebied woont? In zo'n gebied kan een warmtebedrijf een propositie uitwerken, die de burger dan op zijn merites kan beoordelen. De burger kan zelf de keuze maken tussen de verschillende opties en de meest concurrerende voor zijn specifieke situatie kiezen. Verplicht moet hij niet worden.

 

En de gemeenten? Wat de gemeenten dus niet moeten doen, is de burger een oplossing in dwingen omdat die uit een rekenmodel komt. Modellen zijn belangrijk, maar de resultaten hebben een grote foutenmarge. Ook werken de meeste modellen op het vrij grove niveau van de CBS-buurt. Hierdoor valt heterogeniteit binnen buurten weg, en dit zorgt er onvermijdelijk voor dat bepaalde burgers suboptimale oplossingen krijgen voorgeschoteld.

 

Wat gemeenten wel moeten doen is een coördinerende rol vervullen tussen warmtebedrijf en burger, daar waar een collectieve oplossing kansrijk is. Daarvoor, en ook voor de warmtevisie en de regionale energiestrategie, moet de gemeente wel een kennispositie opbouwen. Dat is de echte taak waar gemeenten voor staan. Dat is iets anders dan de burger vertellen wat hij moet doen.

 

Otto Barten is eigenaar van Otto Barten Warmtetransitieadvies

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.