of 59345 LinkedIn

Geen fiets- of autostraat, maar een mensenstraat

Janneke Zomervrucht en Walther Ploos van Amstel Reageer

Een plan voor een parkje in de Van Alphenstraat in de Amsterdamse wijk Oud-West oogst veel weerstand bij de bewoners. Sommige bewoners willen een heerlijk knus buurtparkje met ruimte voor spel, lezen en luieren, vlinders, bijtjes en ontmoeting. 

Senioren willen een bankje op het plein in de schaduw van een boom. Omdat er een parkeergarage in de buurt zit, zouden de parkeerplekken op straat opgeheven kunnen worden. Maar, daar zijn andere bewoners weer tegen. Zij willen hun auto voor de deur hebben staan. Weer anderen vinden dat speelruimte voor kinderen teveel herrie geeft. Spelen moeten ze maar ergens anders doen. Het zijn discussies die we kennen in vele gemeenten in Nederland, zeker niet alleen in de grote steden. In de stedelijke omgeving is intensief bebouwd. Dit zorgt voor spanning en druk op de beperkte openbare ruimte op straat.

 

De straat heeft uiteenlopende functies. Mensen gebruiken de straat om zich te verplaatsen, maar ook om elkaar te ontmoeten, om te spelen en een ommetje te lopen. Die diversiteit aan functies staat onder druk met de groei van de bevolking in steden. Het is vechten om de schaarse ruimte. Verreweg de meeste straten in Nederland zijn vooral ingericht om auto’s te laten rijden en parkeren. In de grote steden is de helft van de openbare ruimte voor auto’s, zowel rijdend als geparkeerd. Met de groei in stedelijke mobiliteit is er meer ruimte nodig voor verkeer, ook voor fietsers. De mensen op de straat komen figuurlijk, maar ook letterlijk, in de knel.

 

Kiezen wij er als samenleving echt voor om de straat over te laten aan het dominante ruimtebeslag van de auto? Of is dat het onbedoelde eindresultaat van vele ad hoc-beslissingen? Bij de inrichting van de openbare ruimte zijn veel beleidsterreinen en vakgebieden betrokken. Die werken vaak langs elkaar heen. Zo raakt de grote lijn uit het zicht.

 

Aan de fiets wordt tegenwoordig gelukkig meestal wel gedacht, maar bij de inrichting van straten is er niemand die opkomt voor de belangen van straatgebruikers als voetgangers, ouderen en kinderen. Er moet toch ook ruimte zijn voor:wandelaarsen fietsers, kinderen en ouderen, slenteraars en zon-genieters? De schaarse openbare ruimte is van ‘iedereen’ en ‘niemand’ tegelijk. Het is bij de aanpak van de straten en buurten ‘wikken en wegen’. Welke belangen zijn? Hoe weeg je die belangen? En, hoe breng je bewoners, ondernemers en andere straatgebruikers bij elkaar? Hoe voorkom je dat de goed georganiseerde ‘usual suspects’ de boventoon voeren en uiteindelijk niemand blij is met de uitkomsten?

 

Er zijn belangenorganisaties in Nederland die strijden voor hun fiets, openbaar vervoer of auto. Allemaal willen ze ‘meer’; meer ruimte, meer voorrang en meer doorstroming. Ze willen een fietsstraat of een autostraat. Maar, wie komt er op voor de belangen van wandelaars, kinderen en ouderen, slenteraars en zon-genieters? Die aantrekkelijke, veilige en toegankelijke mensenstraat komt er nu vaak niet, gek genoeg doordat de ‘mens’ als belanghebbende aan de ontwerptafel ontbreekt.

 

Dat moet veranderen. Wat zou het mooi zijn als zo’n deskundige organisatie een spreekbuis (of de stem) van de bovengenoemde mensen op straatook de steun krijgt om professioneel mee te denken en mee te werken aan het bouwen van de straten van de toekomst waar de menselijke maat leidend is.

 

Janneke Zomervrucht, algemeen secretaris MENSenSTRAAT

Walther Ploos van Amstel, lector citylogistiek Hogeschool van Amsterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.