of 59318 LinkedIn

Gebruik je verstand, stop de leegstand

Stijn Terlingen 4 reacties

Gemeenten moeten echt aan de bak om de groeiende leegstand van winkels aan te pakken. De regierol van de provincie is hierin essentieel. De focus ligt nu te veel op de aanpak van kantorenleegstand.

Het vastgoeddebat van Binnenlands Bestuur op donderdag 20 juni in Nieuwegein ging voornamelijk over de gevolgen voor de overheid van de al enige jaren bestaande kantorenleegstand. Er is te weinig aandacht voor de groeiende leegstand van winkels. Terwijl er landelijk op dit moment al drie miljoen vierkante meter winkeloppervlak leeg staat, hebben gemeenten nog eens plannen voor drie miljoen vierkante meter winkeloppervlak extra. De provincie Overijssel, met Zwolle als hoofdstad, kent nu al 1178 lege winkels (circa 300.000 vierkante meter). Steden als Zwolle, Almelo, Steenwijk en Hengelo willen hier bovenop nog eens 200.000 vierkante meter winkeluitbreidingen toestaan in de komende jaren.

 

Het wonderlijke is dat kantorenleegstand steeds meer als een maatschappelijk issue wordt gezien en dat betrokken partijen oproepen een stevige aanpak te kiezen. Ook veel gemeenten blazen hierin hun partijtje mee. Winkelleegstand is daarentegen voor veel gemeenten helemaal geen onderwerp, want vraag en aanbod naar detailhandel regelt de markt toch vanzelf? Onder het mom van nieuwe werkgelegenheid en revitalisering van bedrijventerreinen verrijzen enorme hutten in de periferie van dorpen en steden, niet in de laatste plaats om − op papier − de financiering van voorzieningen mogelijk te maken.

 

De praktijk is een andere. Iedere winkelmeter erbij levert ten minste een lege winkelmeter elders op. Werkgelegenheid hier levert werkloosheid daar op. Dat hoeft niet eens zo ver weg te zijn. Dikwijls ontstaat leegstand dichtbij, op duurdere locaties, in stadscentra en dorpskernen. Deels komt dat omdat een grote winkel in de periferie soms wel tien branches tegelijk bedient: een doe-het-zelf-winkel heeft nu ook een tuincentrum, meubels, een dierenafdeling, fastfood en een fietsenzaak binnen zijn winkelmuren huis. Tegelijkertijd daalt de omzet van de perifere detailhandel, soms met tientallen procenten per jaar, zowel door de economische crisis als door de groei van internetverkopen. Gevolg: leegstand, financiering van voorzieningen staan op de tocht, werkloosheid, vermindering van de leefbaarheid en verpaupering. Net als bij de kantoren levert winkelleegstand vroeg of laat extra maatschappelijke kosten op.

 

Het kan ook anders. De provincie Overijssel heeft  − in navolging van de Tweede Kamer − de noodzaak uitgesproken dat gemeenten onderling regionale afstemming regelen om te bepalen of en waar meer detailhandel nodig is. De regierol van de provincie is hierin essentieel. Ook is uitgesproken dat het veel zinvoller is te investeren in kwaliteit van winkels in leefbare stedelijke centra en dorpskernen en dus niet in de periferie.

 

Begin juni is het Manifest Overbewinkeling gestart. 300 burgemeesters en wethouders uit circa 150 gemeenten tekenden tijdens het VNG-congres het manifest vóór het investeren in stedelijke centra en dorpskeren en tégen de overbewinkeling. De provincie Overijssel is vrij snel tot inzicht gekomen. Nu de gemeente Zwolle nog.

 

 

Stijn Terlingen is projectleider van het Initiatief Overbewinkeling

Kijk op www.overbewinkeling.nl voor meer informatie over het Initiatief Overbewinkeling.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Merx Eddy (Luchtfietser) op
Houd het betaalbaar dan betaalt iedereen.
Door Herman Dekkers (adviseur ruimtelijke kwaliteit) op
Het is makkelijk te stellen dat de afweging van belangen in de afgelopen jaren bij winkels en winkelcentra niet evenwichtig is geweest. Zo zijn er in de geest van de tijd veel kantoren en winkelruimten gerealiseerd. Zelfs toen we wisten dat bouwen op bepaalde locatie op termijn iemand zou opbreken. Dit handelen breekt ons nu allen op. Daar komt bij dat het besef aan een overschot nog steeds niet overal erkent lijkt te worden. Zo zijn er nog steeds voldoende bouwrijpe plannen voor winkels en winkelcentra. De potentie tot realisatie heeft waarde. We moeten daarom ons verstand gebruiken en de leegstand stoppen.
Door de gewenste deregulering is de regelgeving algemener geworden. Zelfs daar waar het winkelen nu nog bijzondere kwaliteiten heeft. Dit levert ons op termijn een algemene ruimtelijke kwaliteit op, terwijl de identiteit van een locatie of centrum ons kan bewegen. Zinvol geld uit geven is mijn inziens weer investeren in het verschil tussen gebieden. Waarom moet een grote stad één saus voor de uitstraling hebben, terwijl het verschil tussen de verschillende winkelcentra en winkelgebieden juist diversiteit en aandacht op levert. Steek in op de identiteit van gebieden met meer betrokkenheid van de winkeliers aldaar. Herman Dekkers, Het Oversticht
Door Schenk op
Wat een lulkoek, deze ingezonden brief.
Gemeenten moeten helemaal niets.
En de provincies evenmin.
Laat winkeliers hun eigen zaakjes maar regelen.
Door Parleys (bestuur) op
Er is niet alleen een overschot aan meters winkelooppervlak, er is ook een tekort aan ondernemers. Het aantal ondernemers dat stopt vanwege de hoge huren is vele malen groter dan het aantal nieuwkomers. Oplossen van de leegstand begint met het stoppen van de uitstroom aan retailers door huren te verlagen.