of 59318 LinkedIn

Fiasco dreigt voor omgevingsvergunning

1 reactie
De invoering van de omgevingsvergunning kan op fikse problemen stuiten. De kans is groot dat de dienstverlening verslechtert, meent adviseur Paul van der Vleuten.

Het vergunningstelsel voor ruimtelijke projecten gaat op 1 januari rigoureus op de schop. Vanaf die datum worden alle bestaande bouw- en milieuvergunningen geïntegreerd in de nieuwe omgevingsvergunning. Nu zijn voor een gemiddeld project nog zo’n tien afzonderlijke vergunningen nodig, straks nog één: één procedure, één besluit en één beroepsprocedure. Het doel van de nieuwe vergunning is om ‘de dienstverlening van de overheid merkbaar te verbeteren’. Maar juist daarvan dreigt weinig of niets terecht te komen.

 

De nieuwe omgevingsvergunning regelt namelijk niet de kern van het vergunningproces: het overleg tussen de aanvrager en de verstrekker. Vergunningverlening is niet zwart-wit, zeker niet op het gebied van brandveiligheid en milieuvoorzieningen.

 

Aanvragers kunnen op basis van gelijkwaardigheid vaak andere, betere oplossingen goedgekeurd krijgen: energiezuiniger, goedkoper, beter voor het milieu. Maar daarvoor is vooraf overleg nodig. Nu bepaalt iedere overheid zelf of en hoe dat plaatsvindt; een situatie die voor de klant verre van ideaal is.

 

Ook in de nieuwe Wabo is het overleg niet geregeld. Deze Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt op 1 januari ingevoerd om de omgevingsvergunning mogelijk te maken. Iedere overheid mag het contact met de klant nog steeds zelf invullen – met alle onduidelijkheid voor de aanvrager van dien. En dat terwijl vooroverleg over de omgevingsvergunning nóg veel belangrijker wordt.

 

Er is immers nog maar één procedure. Ieder deelprobleem kan straks een spaak in het totále vergunningenwiel steken. Het niet goed regelen van de afspraken die in het vooroverleg worden gemaakt, is een gemiste kans. ‘De klant’ kan daaraan nu geen enkel recht ontlenen; een eerder besproken oplossing kan alsnog worden afgekeurd. Maar dit zou in een professionele samenwerking tussen aanvrager en bevoegd gezag alleen het geval mogen zijn als er bijvoorbeeld nieuwe informatie is. Dit is niet alleen frustrerend voor alle betrokkenen, het kost bovendien nodeloos veel tijd, energie en geld. Juist de nieuwe omgevingsvergunning had het overleg een flinke kwaliteitsimpuls kunnen geven. Helaas is dat niet het geval.

 

Alle hoop is nu dus gevestigd op individuele overheden. Maar zij zijn vooral met zichzelf bezig. Het Rijk werkt met man en macht aan de IT-infrastructuur die het indienen van een omgevingsvergunningaanvraag via één digitaal loket mogelijk moet maken. Gemeenten reorganiseren in hoog tempo hun mid- en backoffice. Vele hadden gegokt op uitstel en moeten nog beginnen. Zij zullen niet op tijd klaar zijn. Al twee keer is de invoering uitgesteld. De Tweede Kamer wil nu geen uitstel meer - de crisis vraagt om snelle, efficiënte procedures voor bouwprojecten.

 

Lokale overheden hebben nog maar vijf maanden de tijd om een klantvriendelijk beleid te ontwikkelen. Vooral het contact met de vergunningaanvrager moet daarin centraal staan. Gaat dat via een centrale accountmanager of mogen aanvragers rechtstreeks contact opnemen met de vakambtenaren, dezelfde specialisten die vroeger ook beschikbaar waren? Koepelorganisaties VNG (gemeenten) en IPO (provincies) moeten in het verbeteren van de samenwerking een voortrekkersrol vervullen.

 

De huidige vergunningverlening voor ruimtelijke projecten is verre van ideaal. De omgevingsvergunning is een unieke kans om daar verandering in te brengen. Nu is het overleg met de aanvrager van een vergunning formeel niet geregeld. Dit moet alsnog gebeuren. Tot dat moment moeten overheden zelf de essentiële overlegfase in het vergunningproces handen en voeten geven. Pas als de dienstverlening aan de klant merkbaar is verbeterd, is de ‘operatie omgevingsvergunning’ geslaagd.

 

Paul van der Vleuten is senior adviseur bij adviesbureau Lichtveld Buis & Partners. Hij is betrokken bij proefprojecten voor de omgevingsvergunning.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Philippe van Hartingsveldt Hein Tilborghs (Adviseurs bij Telengy Management en Advies te Eindhoven) op
Nu de invoeringsdatum van de omgevingsvergunning snel dichterbij komt, begint er alom scepsis te ontstaan over de mate waarin de nieuwe wet (Wabo) zal leiden tot een vermindering van de administratieve lasten, met name voor het bedrijfsleven. Natuurlijk betekent de Wabo een vooruitgang. Dat gegevens (tekeningen) voortaan digitaal kunnen (moeten) worden aangeleverd, is pure winst.

Maar zal dit product van noeste wetgeving de dienstverlening daadwerkelijk verbeteren? De opiniebijdrage van twee weken geleden is daar sceptisch over. Terecht merkt de schrijver ervan op dat aanpassing van de regelgeving één ding is, maar dat er zonder wijzigingen in de werkcultuur voor burgers en bedrijven niet merkbaar veel zal veranderen. Samenwerking is het sleutelwoord.

De Wabo is met name bedoeld om bij complexe ruimtelijke projecten tot een geïntegreerde vergunningverlening te komen. Maar het is de vraag of aannemers en projectontwikkelaars daar wel op zitten te wachten. Waarschijnlijker is het dat ze helemaal niet zoveel geïntegreerde aanvragen zullen gaan indienen. De kans is groot dat zij door zullen gaan met de huidige praktijk waarin ze na elkaar enkelvoudige vergunningen indienen. Een aanpak die logisch lijkt omdat bij langdurige en complexe projecten de concrete invulling ervan pas gaandeweg vorm krijgt. Pas later in het traject heeft het aanvragen van bepaalde vergunningen (milieu, brandweer) zin.

Het kan zelfs nog erger. Het is niet ondenkbaar dat aannemers en projectontwikkelaars het spel zo blijven spelen dat ze eerst de meest kansrijke enkelvoudige vergunningen aanvragen. Komen zij met latere aanvragen en worden die afgewezen, dan gaan ze steigeren: eerst alles goed vinden en nu in de eindfase het project tegenhouden? Dit tactische spel zal niet afnemen, zeker niet in deze tijd van economische tegenwind. Dan zit een geïntegreerde vergunningaanvraag alleen maar in de weg.

Te vrezen valt dat de omgevingsvergunning ook om die reden niet de grote stap voorwaarts zal zijn waarvoor velen haar nu nog houden. De enkelvoudige vergunning zou weleens de meest voorkomende kunnen blijven, ook bij complexe projecten.