of 59082 LinkedIn

De RES: van ambitie naar uitwerking

Douwe van Langelaar, Hidde van Ooststroom Reageer

Dertig regio’s leggen momenteel de laatste hand aan hun concept voor een Regionale Energiestrategie (RES). Dat is nog lang geen eindstation. Wie nu tevreden achterover leunt, mist het momentum om door te pakken.

De  concept-RES bevat ambities en uitgangspunten voor het aandeel van de betreffende regio aan de afspraken in het Klimaatakkoord: kansen voor opwek en ruimtelijke inpassing van hernieuwbare elektriciteit en de regionale samenwerking voor de warmtetransitie. De volgende stap is verdere uitwerking naar de RES 1.0. Deze dient over ruim een jaar klaar zijn – 1 juli 2021. Dat maakt steeds duidelijker wat er gaat veranderen in de woon- en leefomgeving.

 

De afwegingen voor meer concretisering in de RES 1.0 vindt plaats op basis van technische en economische aspecten, ruimtelijke gevolgen en draagvlak bij bewoners. Afstemming met een bredere groep stakeholders met zeer diverse achtergronden is daarbij essentieel. Dit in beperkte tijd voor elkaar krijgen, vraagt om een strakke planning van doelgerichte activiteiten.

 

De regio heeft zich bewezen als werkbaar schaalniveau voor het opstellen van een energiestrategie. Tegelijkertijd is het klakkeloos doorgaan op regionale schaal een valkuil: Voor een meer concrete invulling moet je durven kiezen voor een ordening passend bij de specifieke opgaven. Zo krijg je ook inzichtelijk welke stakeholders je moet betrekken.

 

Bij afwegingen voor bijvoorbeeld grootschalige zonneweides en warmtenetten is het bijvoorbeeld zinvol om geografische clusters van gemeenten te vormen. Zij kunnen gezamenlijk knopen doorhakken over samenwerking en exacte locaties. Soms is verdere uitwerking juist op diverse plekken in de regio vergelijkbaar, zoals het stimuleren en faciliteren van zonnepanelen op bedrijfspanden. Omdat daarbij veel overeenkomsten bestaan voor alle gemeenten is thematische clustering van de vervolgaanpak het meest efficiënt.

 

Bij het opstellen van de concept-RES zijn overheden en regionale maatschappelijke organisaties betrokken. In veel regio’s zijn ook bewoners uitgenodigd om mee te doen. Toch was het tot nu toe vooral een participatieproces van (semi)professionals en regionale stakeholders over vrij technische zaken. Waar een regio of gemeente wil concretiseren, is het zaak de bewoners actief te betrekken. In eerste instantie om ze mee te nemen in datgene wat al ontwikkeld is, maar uiteindelijk juist ook om samen de impact van duurzame opwekking in de regio te begrijpen en specifiek te maken.

 

Dat vraagt een doordacht plan voor procesmanagement en gebiedscommunicatie. Voor de nieuwe stakeholders moet helder zijn welke zaken al vast staan en waarop nog wél invloed mogelijk is. Afwachten tot mensen mee willen doen is geen optie. De RES-regio’s moeten er steviger op inzetten dat de juiste mensen aan tafel komen – samen een goede weerspiegeling van de diversiteit van de maatschappij.

 

Ondanks concretisering van de gekozen richting blijven er ook in de RES 1.0 onzekerheden. Niet alle vragen zullen zijn beantwoord. Veel aan de RES gerelateerde zaken worden bijvoorbeeld uitgewerkt in lokale plannen en transitievisies. Kosten en baten zijn op dit moment nog beperkt in beeld te brengen, terwijl de vraag naar betaalbaarheid bij bewoners sterk leeft. Benoem die onzekerheid. Probeer waar mogelijk aan te geven wanneer wel duidelijkheid zal komen. Leg uit wie wanneer aan zet is en wie uiteindelijk het besluit zal nemen. En maak die procesbeloftes realistisch, zodat je er niet op terug hoeft te komen.

 

Elke regio heeft eigen kenmerken – een reden om de energiestrategie op die schaal uit te werken – maar er zijn ook talloze overeenkomsten. Zoek dus, met behulp van het Nationaal Programma RES, inspiratie vanuit andere regio’s en werk aan standaardisatie van processen en procedures.

 

Een belangrijk knelpunt is organisatiecapaciteit. Structurele inhuur van adviesbureaus is niet de oplossing. We ondersteunen uiteraard graag waar nodig, maar willen vooral meedenken over manieren waarop we onszelf weer misbaar kunnen maken. Dat betekent kennis en competenties overdragen en werken aan inbedding van de energietransitie in de betrokken organisaties.

 

Als de dertig RES-regio’s erin slagen op tijd hun energiestrategie rond te krijgen, verdient dat een pluim. Het proces van data verzamelen, stakeholders betrekken, scenario’s afwegen en bestuurlijke besluitvorming in gang zetten kostte energie, maar geeft ook een boost aan alle betrokkenen. Durf dat vast te houden!

 

Douwe van Langelaar, procesmanager bij APPM managament consultants

Hidde van Ooststroom, projectmanager bij APPM management consultants

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.