of 63372 LinkedIn

De opgaven in onze beperkte ruimte zijn groot

Christine Sijbesma, Herman Weelink 4 reacties

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft kortgeleden het rapport 'Grote opgaven in een beperkte ruimte' gepubliceerd. Dit rapport gaat in op een belangrijk onderwerp voor de komende kabinetsformatie, de aanzwellende roep om betere regulering van ruimtelijke ontwikkelingen in ons kleine land.

Het rapport leest wat moeilijk, maar is een gedegen aanzet voor dergelijk beleid, op basis van de kernthema’s klimaatadaptatie, inrichting van het landelijk gebied, verstedelijking en energietransitie.

Het rapport is een eerste deel; in een vervolgrapport zullen voor deze thema’s toekomstscenario’s en hun effecten worden uitgewerkt. Het is te hopen dat hierin vooral de langetermijneffecten voor mens en natuur zullen worden meegenomen, niet alleen vanuit de geld- maar zeker ook vanuit de welzijnseconomie.

Ook is te hopen, dat die effecten zullen bijdragen aan een nieuwe breedgedragen nationale visie op de inrichting van Nederland en een bestuurlijke organisatie die daarop is toegesneden. Daarbij behoort wat ons betreft het door velen bepleite nieuwe omgevingsministerie met eigen domeinen, taken en bevoegdheden, ook jegens andere ministeries en lagere overheden. Die taken en bevoegdheden zijn in de huidige constellatie vaak ondergeschikt gemaakt aan andere belangen en tussen andere ministeries en overheden versnipperd  geraakt.

 

Een subthema waaraan meer aandacht moet worden gegeven is de ongelijke machtsrelatie tussen actoren. In principe zorgen lokale uitvoeringsbeslissingen voor een breed draagvlak. De op velerlei gebied ver doorgeschoten decentralisatie van de beleidsuitvoering werkt dat echter tegen. De uitvoerders op lagere bestuursniveaus zijn volledig klem gezet; structurele onderfinanciering dwingt hen tot wat inmiddels ‘wethoudersplanologie’ is gaan heten: niet zozeer de omgevingsgevolgen, maar korte termijn financiële en werkgelegenheidsargumenten geven de doorslag. Er zijn inmiddels talloze voorbeelden, de mega distributie- en datacentra voorop.

Voor de gewone burgers geldt die machtsongelijkheid nog sterker. Overheid, industrie en projectontwikkelaars hebben qua (voor)kennis, menskracht en betaalde tijd en experts een grote voorsprong op gewone burgers, die slechts hun vrije tijd ter beschikking hebben om te informeren, organiseren en uit te spreken naast baan, gezin en mantelzorg. Dit leidt tot gevoelens van onmacht, wantrouwen en apathie en verbreedt de kloof tussen overheid en burgerij eens te meer. 


Ten slotte verdient het juridisch instrumentarium veel meer aandacht; zonder passende wetgeving kan geen beleid worden gevoerd. De kabinetten Rutte hebben daartoe de nieuwe Omgevingswet in de steigers gezet. In een NRC-artikel van 3 maart heeft een groep RO prominenten zich uitgesproken voor ingrijpende aanpassingen. Ook in Binnenlands Bestuur en andere landelijke bladen zijn buitengewoon kritische artikelen verschenen. De wet bevat geen noodzakelijke regiefunctie, dreigt in conflict te komen met de rechtszekerheid en beperkt inspraakvoorwaarden. Het centrale computerprogramma functioneert nog altijd onvoldoende.

Bijna de helft van de gemeenten heeft grote bedenkingen, mede vanwege de kosten en de onhaalbare budgetneutraliteit. Deze kritiek wint nog aan gewicht na de recente lessen over de onuitvoerbaarheid van slecht doordachte nieuwe wetgeving. Een gedegen kabinetsadvies van het PBL is dus essentieel. De kernvraag blijft daarbij of deze Omgevingswet wel het juiste instrument is voor de grote opgaven waarvoor het planbureau een nieuw kabinet in onze beperkte ruimte gesteld ziet.

 

Christine Sijbesma, socioloog

Herman Weelink, planoloog

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Fred (Adviseur) op
Ruimtelijke ontwikkelingen en sociale ontwikkelingen moeten samen worden bezien. Eens met Bart en Peter. Veel nieuwe werkgelegenheid in de in artikel genoemde distributiecentra, daar hebben we geen moer aan als 70% van het personeel uit armere EU landen zoals Polen of zelfs Moldavie moet komen. Dat kost de samenleving uiteindelijk geld. Toch hoor je overal geroeptoeter over werkgelegenheid: “4.000 banen erbij dankzij logistiek park Moerdijk”. Dat is grotendeels dus ongeschoold werk en laagbetaald werk waar we steeds verder voor in Europa moeten graven om mensen voor te vinden. Het park zorgt daarnaast voor een behoorlijke stikstofuitstoot en andere milieubelasting. Als we al die kosten meerekenen, worden we er als land alleen maar armer door. Onbegrijpelijk dat de gemeente Moerdijk jarenlang voor dit park heeft lopen wedijveren. Waarvoor? Waarheen?
Door Bart (Beleidsadviseur) op
Grote distributiebedrijven, maaltijdbezorgers als Deliveroo, er wordt bar weinig geld aan verdiend.
Zeg maar geen geld, als we het Financieel Dagblad van vandaag mogen geloven. Het is een race to the bottom en het landschap en het milieu draaien voor de schade op. Kleine ingrepen in de regelgeving, zoals een verbod op zzp’ers in Spanje, laten bedrijven als Deliveroo direct verdwijnen. We moeten integraal denken en steeds afwegen wat het voordeel is voor Nederland. Milieu en sociale kosten, zoals van arbeidsmigratie, moeten we meewegen. Het is onbestaanbaar dat distributiecentra alleen kunnen bestaan bij de gratie van wagonladingen Oost Europeanen met een flex contract. Als dat zo is, dan moeten we ervan af. Weleens gezien hoeveel verpakkingsmateriaal er in een box van hellofresh zit? We moeten ervan af.
Een groot voordeel voor de huizenmarkt ook nog. Minder blokkendozen en minder huizen.
Door Peter (Medewerker) op
De zin over wethoudersplanologie valt me wel op: “ niet zozeer de omgevingsgevolgen, maar korte termijn financiële en werkgelegenheidsargumenten geven de doorslag. Er zijn inmiddels talloze voorbeelden, de mega distributie- en datacentra voorop.”. In distributiecentra werken hoofdzakelijk arbeidsmigranten en in datacentra werken maar weinig mensen. Ik zie daar dus geen voordeel voor de werkgelegenheid in het belang van Nederland. Door distributiecentra verdwijnen juist weer banen elders, in winkels bijvoorbeeld. En we gaan het milieu meer belasten. Arbeidsmigratie kost ons ook geld en ruimte. Wie betaalt straks de AOW voor deze mensen? Financieel voordeel? Wat belasting misschien. Kijk eens naar het distributiecentrum in Zeewolde. De grondexploitatie levert de gemeente Zeewolde voor 166 hectare maar 3,3 miljoen euro op. Er gaan maar 400 mensen werken. Op een normaal bedrijventerrein van 166 hectare zijn dat er veel meer. En ons land krijgt nog meer moeite met het behalen van co2 doelstellingen. Moeten we nog meer windmolens bijbouwen. Nog meer ruimtegebruik. Hoe kan een wethouder hier nog voordeel in zien?
Door Bart (Beleidsmedewerker) op
Het zijn vaak economische activiteiten waar we weinig aan verdienen die het land verpesten. Vaak zijn deze activiteiten alleen nog rendabel als de werkgever erin slaagt de kosten af te wentelen op de samenleving. Zoals milieukosten en de kosten van arbeidsmigratie. Per saldo gaat Nederland erop achteruit. We moeten niet alleen beter met de ruimte omgaan, maar ook economische activiteiten ontmoedigen waar we niets mee opschieten. Delen van de land- en tuinbouw, de distributiesector, vleesverwerkende industrie etc. vormen per saldo een verliespost voor Nederland. Leuk voor enkele werkgevers, slecht voor het collectief.
De mechanismen die deze sectoren in stand houden, moeten we aanpakken. Door de activiteiten op de juiste manier te beprijzen. Laat distributiebedrijven maar eens betalen per iedere met dieselbusjes gereden kilometer. Verplicht distributiebedrijven om personeel vast aan te nemen, een normaal salaris te betalen met overwerktoeslag en pensioenregeling. Laten we stoppen met de teelt van tulpenbollen voor de Japanse markt. Dat zal de druk op de ruimte aanmerkelijk doen afnemen.