of 60220 LinkedIn

De Code Goed Bestuur, de aansluitplicht en het warmtenet

3 reacties

Gemeenten werken hard aan de verdere uitwerking van Regionale Energie Strategieën (RES) en Warmtetransitievisies (WTV). Het Nationaal Klimaatakkoord stelt dat 1,5 miljoen woningen verduurzaamd moeten zijn voor 2030 en nog eens 3,5 miljoen voor 2050.

Energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het beste duurzame elektriciteit opgewekt kan worden en welke duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn om woningen van het aardgas te krijgen. Mogelijk wordt de helft van deze woningen aangesloten op een warmtenet.

 

Het investeren in warmtenetten is ingewikkeld, omdat het onzeker is hoe de toekomstige technieken en energiemarkten eruit gaan zien. Bij de zoektocht naar alternatieven voor aardgas moeten gemeenten hun weg vinden te midden van onderling afhankelijke factoren. Hierbij gaat het om zaken als de schaal van de voorgestelde oplossing (collectief versus individueel), het type bouw (bestaande bouw versus nieuwbouw), de temperatuurkeuze (hoog versus laag) en bijbehorende mate van overheidsinmenging.

 

De afgelopen jaren hebben meerdere rekenkamer(commissie)s onderzoek gedaan naar de realisatie van nieuwe warmtenetten. Een gemeente koos bij de aanleg van een nieuw warmtenet mogelijk voor bestaande samenwerking met een warmtebedrijf, waar men zelf aandeelhouder van is dan wel was. Als een hoge of midden temperatuurbron gebruikt kon worden, zou de gemeente kunnen kiezen voor de makkelijke weg: een grootschalig (hoge dan wel midden-temperatuur) warmtenet. In de besluitvorming worden de mogelijke alternatieven zoals biogas of warmtepompen dan niet meegenomen.

Goed bestuur gaat over waarden en het toepassen daarvan. In geval van conflicterende waarden worstelt het openbaar bestuur welke afwegingen gemaakt moeten worden.

 

De genoemde rekenkamers uitten kritiek over de transparantie in de besluitvorming, de keuze voor collectieve warmtenetten en eventuele alternatieven. In het Klimaatakkoord staat dat bij opwekking van duurzame energie bewoners voor minstens de helft moeten kunnen profiteren door eigenaarschap of investering van het rendement van de energievoorziening in buurtprojecten. Bewoners kunnen daarnaast ook zelf projecten starten. Maar waar ligt de balans bij goed bestuur, in het zorgen voor een goede energie- of warmtevoorziening, waar iedereen de komende decennia op terug kan vallen? En waar de ruimte is voor eigen initiatief van bewoners?

 

Het is van belang om te herkennen hoe bestuurders, managers en uitvoerders binnen een gemeente met een waardenconflict omgaan en hoe ze dit hanteerbaar kunnen maken, de zogenaamde copingstrategie. Houdt de gemeente strikt vast aan beleidsregels en protocollen of ziet men beleidsregels meer als een leidraad? De copingstrategie ‘casuïstiek’ is uitstekend toepasbaar op de warmtetransitie problematiek van gemeenten: per casus kijken wat de voor- en nadelen zijn. Op basis daarvan een oordeel vormen over de beste oplossing. Om steun te krijgen voor de gewenste oplossing, moet de gemeente met betrokken partijen in overleg treden.

 

Hoe verhoudt de keuzevrijheid voor al dan niet aansluiten bij een collectieve warmtevoorziening zich dan tot de wettelijke aansluitplicht? De aansluitplicht voor nieuwe woningen is geregeld in artikel 6.10 lid 3 Bouwbesluit 2012. Sindsdien mogen gemeenten in principe geen aansluitverplichting meer opleggen in hun gemeentelijke verordening, maar er zijn uitzonderingen.

 

Als een gemeentelijke verordening op 1 april 2012 een aansluitplicht kent, dan blijft deze vanwege overgangsrecht (artikel 9.2 lid 10 Bouwbesluit 2012) bestaan. De gemeente Rotterdam koos hier in het verleden voor. Hierdoor blijft de aansluitplicht ook na 1 april 2012 bestaan zonder dat er een einddatum wordt genoemd. Hiermee lijkt de aansluitverplichting oneindig en onbegrensd te gelden voor de bouw van nieuwe woningen. Dit lijkt niet te rijmen met de keuzemogelijkheid voor bewoners en bedrijven om eventueel voor een eigen warmtevoorziening te kiezen.

 

Daarnaast kan van de aansluitplicht worden afgeweken als er sprake is van een gelijkwaardig alternatief. Dat wil zeggen het bereiken van dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als opgenomen in het warmteplan (artikel 1.3 lid 3 Bouwbesluit 2012). Kan deze uitzondering wel gebruikt worden bij een aansluitplicht op grond van een eerdere verordening (overgangsrecht)? In de oude model-bouwverordening (artikel 2.7.3A) was immers geen warmteplan verplicht gesteld. Als er geen warmteplan is, is gelijkwaardigheid niet aantoonbaar en dat lijkt ons onredelijk en ongewenst.

 

Een duidelijker gemeentelijk kader voor het reguleren en bevorderen van warmtenetten is daarom wenselijk. De Code Goed Bestuur speelt daar een belangrijkere rol in. Het is wenselijk om duidelijke informatie te bieden over het minimaal aantal aansluitingen en de looptijd van de concessie per warmtenet, en dus ook wanneer bewoners wellicht kunnen kiezen om in een eigen voorziening te investeren.

Een andere tip die we graag delen is om tijdig met bewoners in gesprek te gaan over hun specifieke situatie. En wees daarbij gerust creatief. Nodig uw bewoners uit voor bijvoorbeeld een (digitale) onderhandelings-game over warmtenetten, zodat voor- en nadelen van een warmtenet, eventuele alternatieven en de consequenties van een aansluitplicht in beeld komen. Kies transparant, bewust en overwogen voor een warmtenet.


Sara Zehenpfenning en Erik van Lith, jurist en bestuurskundige bij Royal HaskoningDHV

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Erik van Lith op
Heren, Dank voor de reacties tot nu toe. Jullie reacties bevestigen de oproep om niet zomaar te kiezen voor een aansluitplicht. Zorgvuldig overleg met bewoners over welke maatregelen het beste genomen kunnen worden tegen laagst maatschappelijke kosten is daarom noodzakelijk!
Door ben (jurist) op
De aansluitplicht is een criminele schending van het eigendomsrecht. De overheid is er niet voor u.
Door Hans op
2050 haal ik sowieso niet, 2030 hopelijk nog wel. In die tijd zal ik me aan geen enkele overheidsmaatregel qua energie ook maar iets gelegen laten liggen! Dan maar een houtgestookte cv-installatie uit Canada: prima ding en spot goedkoop.