of 63372 LinkedIn

CPB rekent stadsgewestelijk openbaar vervoer kapot

Arie Bleijenberg Reageer

De regio's Amsterdam, Rotterdam/Den Haag, Utrecht en Eindhoven vroegen voor 15 miljard euro aan investeringen in mobiliteit aan uit het Groeifonds. De aanvraag werd kritisch beoordeeld door het Centraal Planbureau (CPB). In het kielzog adviseert de Commissie Nationaal Groeifonds om slechts 2,5 miljard  te reservereen. Ik heb drie bezwaren tegen die evaluatie.

Het CPB miskent de wisselwerking tussen mobiliteit en stedelijke verdichting, ondanks de sterke samenhang tussen die twee. Aan de ene kant heeft stedelijke dichtheid een grote invloed op het mobiliteitsgedrag. Inwoners van de steden leggen gemiddeld 15 procent minder kilometers af en zelfs 40 procent minder per auto, dan de inwoners van het buitengebied.

Dit grote verschil komt door de korte afstanden in de stad en doordat het ov in stadsgewesten beter is, omdat er meer passagiers zijn. Aan de andere kant heeft infrastructuur invloed op de ruimtelijke dynamiek. Goed bereikbare plekken trekken bedrijven, voorzieningen en bewoners aan.

 

Door juist de binnenstedelijke bereikbaarheid te verbeteren, trekt de stad naar binnen en wordt verdere suburbanisatie voorkomen. Vanwege de geschetste sterke wisselwerking tussen ruimte en mobiliteit, is het goed dat infrastructuur en woningbouw samengaan in de ingediende projecten. Het is niet terecht dat het CPB die in hun evaluatie los van elkaar ziet.

 

De reistijdwinst die het CPB hanteert als belangrijkste voordeel, geeft een onvolledig beeld van de effecten van nieuwe infrastructuur. Sneller verplaatsen leidt namelijk tot langere verplaatsingen, bijvoorbeeld door verder van het werk te gaan wonen. Hierdoor ‘verdampt’ de reistijdwinst en ontstaat ‘afstandswinst’, wat leidt tot extra mobiliteit. Mobiliteit is echter geen doel, maar een middel voor betere bereikbaarheid.

 

Aan het tweede middel om de bereikbaarheid te verbeteren gaat het CPB voorbij: korte afstanden of nabijheid. Juist vanwege de hoge stedelijke dichtheid is de bereikbaarheid in de stadsgewesten beter dan in het buitengebied. Nabijheid telt zwaarder dan de wat lagere snelheid van de auto door de stedelijke files.

 

Korte verplaatsingsafstanden zorgen niet alleen voor betere bereikbaarheid, maar ook voor een efficiënt mobiliteitssysteem: minder afgelegde kilometers, meer fietsen, voller ov en makkelijker voor autodelen. Deze voordelen negeert het CPB in hun evaluatie.

 

Mijn derde bezwaar tegen de CPB-evaluatie is, dat ze wel kijken naar ‘marktfalen’ om de legitimiteit van een project te beoordelen, maar niet naar ‘overheidsfalen’. Hoewel de mobiliteitsknelpunten vooral in de stadsgewesten zitten, zit het geld om te investeren in infrastructuur voor het overgrote deel bij het rijk.

Deze scheve verdeling van de financiën, veroorzaakt een scheve verdeling van de investeringen: te weinig binnen de steden en te veel tussen de steden. Dat juist vier stedelijke projecten zijn ingediend, bevestigt dat daar de geldnood voor betere bereikbaarheid het grootst is. Financiering uit het groeifonds is dus een correctie op bestaand ‘overheidsfalen’. Dit laat het CPB buiten beschouwing.

 

Arie Bleijenberg, mobiliteitsexpert en planoloog

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.