of 65101 LinkedIn

Colleges: fiets de wijk eens in!

Miriam van de Kamp Reageer

Zorg, leefbaarheid en veiligheid zijn actuele beleidsthema’s. De nieuw te vormen gemeentelijke colleges in de grote steden zullen er de komende weken de grote lijnen voor uitzetten. Om te voorkomen dat de nieuwe coalitieprogramma’s actieve buurtbewoners zullen ontmoedigen geef ik een tweetal adviezen op basis van recent onderzoek naar de veerkracht van wijken. Daaruit blijkt dat stedelijke inspanningen die op positieve ontwikkelingen zijn gericht onbedoelde effecten kunnen hebben.

Kijk uit met het labellen van mensen en problemen

Als stadbestuurder wil je graag dat alle bewoners meedoen en er toe doen en maak je beleid om mensen daarin te faciliteren en te helpen. Veelal wordt daarbij gebruik gemaakt van categorieën om de verscheidenheid van de bevolking te onderscheiden. Er wordt gesproken over kansrijke middenklasse bewoners die naar de stad en bepaalde wijken daarin moeten worden aangetrokken. Maar ook over achterblijvers  - mensen die niet meekomen - en afhakers – mensen die niet mee willen doen. In het labellen van bepaalde groepen mensen schuilt een gevaar. In mijn onderzoek heb ik gezien waartoe een negatief label voor een wijk en zijn bewoners kan leiden.


In de wijken die ik onderzocht voelden de meeste mensen zich thuis en veilig. Er was misschien wat overlast, maar niet in zo’n sterke mate dat hun wijk bestempeld kon worden als probleemwijk. Toch deden de gemeente en corporaties dat. Het verminderde het gevoel van zelfvertrouwen van deze bewoners en hun bereidheid om mee te doen aan projecten voor de verbetering van de buurt. Zij kregen het gevoel dat zij het probleem waren, dat er op hen werd neergekeken en dat bestuurders het blijkbaar nodig vonden om beslissingen voor hen te nemen. Het label probleemwijk deed volgens een aantal buurtprofessionals de wijk meer kwaad dan goed. Het stadsgebied kwam bekend te staan als onaantrekkelijk om te wonen.


Zodra dat beeld eenmaal bestaat, is het maar wat moeilijk om dat weer kwijt te raken of om aandacht te krijgen voor zaken die wel goed gaan in de buurt. Wees je daarom bewust van de bril die je ophebt – bewoners bezien zaken soms op een hele andere manier – en van de effecten die het gebruik van categorieën of labels zoals probleemwijken en achterblijvers kunnen hebben. Ga eens wat vaker op de fiets door de buurten waar je beleid voor maakt en ga met de bewoners in gesprek in plaats van over ze te praten.


Zie het bestaande wijkkapitaal niet over het hoofd

In gemeentelijke beleidsplannen – of het nu gaat om stedelijke ontwikkeling of welzijn – is vaak geen oog voor kleinschalige initiatieven van bewoners voor het veraangenamen van het leefklimaat in de buurt. Dat is jammer. Zeker nu de participatiesamenleving een hot issue is. Het niet erkennen of op waarde schatten van de inzet van actieve bewoners kan namelijk leiden tot demotivatie en stoppen.

 

Ik durf te stellen dat iedere wijk die een mindere periode heeft gekend verborgen parels bezit, die het gebied veerkracht kunnen geven. Het kan gaan om een stadstuin, een theepaviljoen in een park, een karateristiek wijkgebouw, maar ook om een aantal enthousiaste en actieve bewoners of buurtprofessionals die activiteiten organiseren in de buurt en daardoor verschil maken. Lang niet altijd treden zij op de voorgrond of zijn zij bij mensen in en buiten de wijk goed bekend. Je zult er daarom als beleidsmaker of bestuurder naar op zoek moeten gaan. In iedere buurt zal het ook weer een andere vorm aannemen. Mijn advies is daarom: kijk per wijk wat er is aan wijkkapitaal, koester dat en speel daar op in.

 

Miriam van de Kamp houdt zich als cultuursocioloog bezig met stedelijke vraagstukken. Onlangs verscheen van haar hand het boek De veerkracht van wijken.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.