of 59250 LinkedIn

Aardgasvrije nieuwbouw een feit

Anne Janssen en Erik Visser Reageer

Goed nieuws voor de warmtetransitie. De Tweede Kamer heeft een amendement op de wet voortgang energietransitie (wet VET) aangenomen waarmee het aanleggen van aardgasleidingen voor nieuwbouw verleden tijd is. Dit kabinet zet alles op alles om Nederland van het gas af te halen, zodat de kraan in Groningen verder dichtgedraaid kan worden. Het is dan niet meer dan logisch om alle nieuwbouw niet op aardgas aan te sluiten. Anders is het dweilen met de gaskraan open. Naar verwachting gaat de uitzondering op de aansluitplicht in op 1 juli 2018.

In de wet is vastgelegd dat de gasaansluitplicht niet van toepassing is voor het aansluiten van een gebouw, tenzij het college van B&W het omliggende gebied heeft aangewezen als een gebied waar aardgasaansluitingen strikt noodzakelijk zijn om zwaarwegende redenen van algemeen belang, waaronder de maatschappelijke kosten en baten. Wanneer is het ‘tenzij’-principe dan van toepassing? Als we naar de toekomst kijken zien we dat de argumentatie om aan deze volwaarde te voldoen, zo zwaarwegend moet zijn dat we kunnen stellen dat het ‘tenzij’-principe nagenoeg nooit zal gelden. Financieel maar ook ruimtelijk zullen die argumenten er niet zijn.

 

Alle nieuwbouw aardgasvrij wordt de nieuwe norm. Wat moet het Rijk nu doen? Momenteel bestaat er al de mogelijkheid om extra te lenen als je een woning wilt bouwen of verbouwen volgens het Nul-op-de-Meter concept. Bij dit concept moet er evenveel energie opgewekt als gebruikt worden en heb je tenminste goede isolatie, een (bodem)warmtepomp, en zonnepanelen nodig. Maar niet elke woning is hiervoor geschikt. Het Rijk kan de extra leencapaciteit verruimen naar alle aardgasvrije concepten.

 

Naast het Rijk moet ook de gemeente zich voorbereiden op de nieuwe werkelijkheid. Om discussie over het ‘tenzij’-principe binnen de gemeente te voorkomen, is het van belang om ten eerste een beleidslijn op te stellen waarin beargumenteerd wordt dat het ‘tenzij’-principe op geen enkele locatie aan de orde is. Leg dat vast in een duurzaamheidsvisie of nog beter in de omgevingsvisie die door de gemeenteraad wordt vastgesteld.

 

Want hoe loopt het proces nou? Stel, het college neemt toch de beslissing om op een aardgasnet aan te sluiten. Hoe dan verder? De raad heeft geen juridische bevoegdheid, maar kan het college wel politiek tot verantwoording roepen als bijvoorbeeld het besluit in strijd is met het gemeentelijke klimaatbeleid. En kan het besluit ook juridisch aangevochten worden? Dat is afhankelijk van het soort besluit. Niet elk besluit is bij de Raad van State aanvechtbaar. Naar onze mening dient de wetgever te regelen dat deze besluiten wél vatbaar zijn voor beroep. Zo kan bijvoorbeeld een netbeheerder vanuit zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid de gemeente daarop aanspreken. Die stok-achter-de-deur voorkomt dat al te lichtzinnig wordt omgegaan met de uitzonderingsgrond. Actieve betrokkenheid vooraf heeft natuurlijk de voorkeur om te voorkomen dat verkeerde beslissingen worden genomen.

 

De volgende stap is om de norm van aardgasvrij vast te leggen in bestemmingsplannen, en in de toekomst in omgevingsplannen. En het tijdig betrekken van de netbeheerder in de planvorming hierbij.

 

Anne Janssen, Over Morgen

Erik Visser, AT Osborne

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.