of 59082 LinkedIn

Uitstel maar geen afstel

Vanmorgen– ik had mijn ogen net open – kreeg ik via Whats app door dat de Omgevingswet toch niet per 1 januari 2021 in werking treedt. Uitstel, geen afstel, volgens de minister. De oorzaak is dat het DSO er niet klaar voor is. Het excuus zijn de vertragingen vanwege de coronacrisis. Gelukkig, dacht ik. Haastige spoed is zelden goed, ook bij deze wetgeving. Jammer dat er zo’n crisis voor nodig is om tot dit besluit te komen.

Is uitstel erg? Welnee. Vorig jaar was pas ongeveer de helft van de gemeenten aan de slag met de implementatie. Dat wil zeggen met bewustwording, studie, voorbereidingen omgevingsvisie, voorzichtige verkenning wat een omgevingsplan is, verkenning van participatie en oog voor de nieuwe rol van de gemeenteraad. Het instrument programma was niet echt bekend. De omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit stond niet op de agenda. Uit de Eerste Kamerstukken van november las ik dat woordvoerders uit de praktijk – ondernemers, een advocaten, rechters, ict-ers – ook veel praktische beren op de weg zagen. De geest van de Omgevingswet is bij velen uit de fles, maar voor anderen is de wet een spook van jewelste. Vreemd is dat niet. Weten waar alles staat, hoe het gelezen en begrepen moet worden en vervolgens toepassen, is niet eenvoudig. De geest kan wel uit de fles zijn: de wettekst is nog even een spook waarmee je moet leren omgaan. En de stofkam er nog eens doorhalen zou ook geen kwaad kunnen.

Het zou niet goed zijn als de wettekst leidend wordt bij de invoering. Want zoals de minister al eens uitriep: ‘Dat iets niet geregeld is, wil nog niet zeggen dat het niet moet!” Met andere woorden: niet de regels zijn leidend, maar de maatschappelijke doelen en de instrumentele aanpak daarvoor. Dat is wel even wat anders dan de praktijk van de ruimtelijke ordening, die toch vaak draait om de juridische interpretatie van ‘goede ruimtelijke ordening’. Dat regels niet meer sturend zijn, maar volgend en dat de beleidscyclus het belangrijkste instrument is van de Omgevingswet: of dat al bij iedereen geland is? En zo ja, of de consequenties daarvan zijn doordacht? Voor bijvoorbeeld vergunningverlening en toezicht en handhaving? Ik waag het te betwijfelen.

Dat bepaalt wel of de Omgevingswet een succes gaat worden. We zijn niet gewend om samenhangend de leefomgeving te benaderen en dat zou straks zowel inhoudelijk als instrumenteel moeten. Dat is weliswaar niet nieuw - ook de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Wet ruimtelijke ordening gingen ervan uit -, maar nooit uit de verf gekomen. Waarschijnlijk omdat we met zijn allen samenhangend werken moeilijk vinden. En dat is ook moeilijk. Het vraagt dus echt wel even tijd om dat - paradigmawisseling genoemd – met de bijbehorende cultuurverandering en herijking van het dualisme te pakken te krijgen. Goed dus, dat we meer tijd hebben. Ook de samenleving, die nog van niets weet, kan met uitstel beter voorbereid worden.

In de tussentijd ontstaat geen probleem. Wie met de geest van de Omgevingswet wil werken doet dat al lang. Wie een omgevingsvisie wil maken, kan dat. Wie wil oefenen met een omgevingsplan, kan dat ook: via de Crisis- en herstelwet of de Wabo/Wro. Wie participatie een warm hart toedraagt heeft onlangs een steuntje in de rug gekregen van de Afdeling bestuursrechtspraak. Bovendien is dat vooral een kwestie van omgangsvormen, respect voor andere betrokkenen en vaardigheden. Duurzaamheid, circulaire economie, biodiversiteit, natuurinclusief bouwen, kringlooplandbouw etc.: als thema staan ze al in Europees en rijksbeleid en hun opmars naar de gemeenten, waterschappen, bedrijven en inwoners is begonnen. En tot slot gezondheid, waar het omgevingsplan straks in ieder geval rekening mee moet houden: we weten weer hoe belangrijk het is.

Dan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving zelf. Het coronavirus en de stilgevallen economie hebben vreselijke gevolgen voor mensen. Maar niet voor de fysieke leefomgeving. Stikstof daalt, luchtkwaliteit verbetert, egels worden niet meer doodgereden, vogels niet verstoord, zwerfafval op straat vermindert etc. Onze manier van leven met de bijbehorende economie heeft een enorme negatieve impact op de leefomgeving en dat is even wereldwijd veel minder. ‘Nature strikes back!’ zei mijn tuinvriendin, die in een ziekenhuis werkt. Ik hoop het niet, want ‘nature’ kon wel eens winnen. Als ik afga op de vele filmpjes en berichtjes die ik krijg, beseffen veel meer mensen dat nu. Het moet anders, lees ik vaak.

Dus: prima besluit van de minister. Mits we doorgaan met de geest van de wet te omarmen en de wettekst onder de knie te krijgen. In hetzelfde rappe tempo. 


Trees van der Schoot
Lees hier meer columns van Trees van der Schoot  

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Dhr. Duyver (AMbtenaar, inform) op
Nederland gaat in een behoorlijke crisis. Een Omgevingswet, en zeker het digitaal stelsel is een uitgeklede versie van wat ooit de bedoeling was.

kom bij onze zinnen en stop. De huidige wetgeving werkt, de landelijke voorziening werkt. Besteed het geld aan arme gezinnen die straks geen werk meer hebben.
Door P.Pluim op
Trees is erin getrapt of zij krijgt betaalt om de Omgevingswet te promoten c.q. mooi te praten. Van uitstel komt zeker afstel. Na de corona-pandemie verandert alles. Weg met die digitale troep, die nog steeds wordt opgedrongen door die Haagse rijksambtenaren. Burgers en gemeenten zitten niet te wachten op die idioterie van de Omgevingswet.