of 61441 LinkedIn

Stad mag een tikje inclusiever

In september 2020 bracht de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur een advies uit met als titel ‘Toegang tot de stad’. Het mooie aan het advies-rapport is dat de Raad het vraagstuk oppakt vanuit het perspectief van de inclusieve samenleving.

 

In het advies wordt vanuit uiteenlopende groepen en situaties naar de toegankelijkheid van de stad gekeken, waaronder bijvoorbeeld leraren en dakloze jongeren. Is er plek voor hen in de stad? Kunnen zij er goed leven? 

 

Naast betaalbare woningen hebben deze mensen ook publieke voorzieningen nodig en de mogelijkheid om van a naar b te komen. Al deze zaken worden in het rapport uitgewerkt. Op basis van haar onderzoek stelt de Raad dat als je naar de voorzieningen in het algemeen kijkt, die best voldoen. Maar als je inzoomt op bepaalde groepen, dan komen die in de knel.

 

Opvallend is dat de Raad bij het onderdeel publieke voorzieningen vooral naar gemeentelijke voorzieningen kijkt en niet naar bijvoorbeeld winkels, cafés en markten. Een studie als ‘Scenes in de copy corner’ van Joke van der Zwaard (2010) wordt wel aangehaald om te laten zien hoe inclusiviteit kan werken, maar niet als bewijs dat ook private voorzieningen kunnen bijdragen aan een inclusieve stad.

 

Helaas zijn de conclusies over maatschappelijke vastgoed matig onderbouwd en nogal kort door de bocht. Dat het in groeiende steden met veel druk op de woningmarkt lastig is plekken te reserveren voor voorzieningen en ‘rommelruimte’ is een groot en bekend probleem. Maar om gemeenten nu zonder gedegen en kwantitatieve analyse weg te zetten als geldwolven die met hun verkoopprogramma’s en hoge huren alleen oog hebben voor een gevulde gemeentekas, gaat wel ver en herken ik ook niet in het netwerk van Bouwstenen. Het sturingsmechanisme zit complexer in elkaar.

 

De winst van het rapport zit hem met name in de aandacht die de Raad vraagt voor het belang van gemengde en inclusieve steden en de betekenis daarvan voor geplande en niet geplande maatschappelijke voorzieningen. Die komen er niet vanzelf. Daar moeten partijen actief op sturen en ruimte voor regelen. Dat kan langs de lijn van het bestemmingsplan, vastgoed, huurprijzen, subsidies en door slim gebruik te maken van alle ruimte in de stad, ook van parken, pleinen en braakliggende terreinen en ook van ruimte in bezit van stichtingen, verenigingen en andere private partijen. 

Ingrid de Moel
Lees hier meer columns van Ingrid de Moel

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Elisabeth Nymus (schrijfster "seksueel misbruik" en "Vrouw van") op
Het lijkt wel of vrijwel alle steden en dorpen een heel stuk minder inclusiever zijn geworden door b.v. verkeersdrempels en maatregelen te nemen waardoor bijvoorbeeld de stoepen te smal of veel verhoging/ verlagingen aan te brengen worden om met loophulpmiddelen te verplaatsen. Maar ook zijn nog steeds de gemeentelijke pagina's op internet bijna niet te navigeren...laat staan dat je daar informatie krijgt ontcijfert. Dan praten we nog niet over hoe mensen met een beperking mee kunnen doen in de samenleving. Participatiewet artikel 15 lid 1( iedereen heeft een ziektekostenverzekering en die is altijd adequate) wordt in meerdere gemeentes gebruikt om te voorkomen dat minima maatwerk, brillen , orthopedische schoenen etc. noodzakelijke kosten die ze niet kunnen betalen via de bijzondere bijstand zouden moeten krijgen. En dan krijg je een belangrijke vraag: "Hoe moet ik participeren in de samenleving zonder bril en zonder schoenen? Maatwerk is in mijn gemeente "als er een ambtenaar gekeken heeft..."
Coalitie voor Inclusie houdt in dat iedereen mee kan doen in de maatschappij op alle levensgebieden!
Vraag daarbij aan de regering is om ook de facultatieve protocollen van VN resolutie 48/96 eens eindelijk te ratificeren en de resolutie toe te gaan passen in de wetgeving in Nederland.