of 61869 LinkedIn

Prestatieafspraken in het sociaal domein

Wonen en het sociaal domein zijn nauw verbonden, daar schreef ik eerder over. Coördinatie van beleid en aanpak is belangrijk voor efficiënte aanpak van maatschappelijke problematiek. Die noodzaak wordt ook in de zorg onderkend blijkens een recent rapport. Kan het sociaal domein van het woondomein leren?

'Op lokaal en regionaal niveau sluiten de sectoren zorg, jeugd, werk en inkomen, onderwijs, veiligheid en wonen meestal nog te weinig op elkaar aan. De burger krijgt dan geen hulp of te laat. Of hij ervaar een versnipperde, onsamenhangende aanpak. Daarbij bestaat het risico dat geen enkele partij zich verantwoordelijk voelt voor de situatie van die burger', aldus het Meerjarenprogramma  TSD 2021-2024 (het meerjarenprogramma). En: 'Daarom willen we met elkaar het effect van ons gezamenlijk toezicht verder vergroten.'

 

Opmerkelijk, omdat vijf jaar geleden gekozen is voor decentralisatie van een groot deel van de zorg met de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. Met de decentralisatie van 2015 werden gemeenten verantwoordelijk in het sociaal domein. Gemeenteraden stellen verordeningen en plannen op, colleges van B&W zijn verantwoordelijk voor maatregelen. Het zou efficiëntie en bezuiniging moeten combineren. Mede door de snelheid van de operatie vielen er vele spaanders, maar gemeenten proberen deze zware taken binnen de krappe budgetten uit te voeren.

 

In wet- en regelgeving wordt vaker geschoven met verantwoordelijkheid naar rijks- of decentraal niveau. Grondwettelijk uitgangspunt is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de gemeentelijke huishouding. Maar waar gaat die over in die van andere bestuurslagen? Dat speelt ook in het sociaal domein. De decentralisatie maakte gemeenten verantwoordelijk, maar de Grondwet bepaalt dat de overheid maatregelen treft ter bevordering van de volksgezondheid. Dat omvat meerdere bestuurslagen.

Elke overheidsmaatregel moet gebaseerd zijn op een wettelijk voorschrift. De wetgever kan bepalen wie die maatregelen neemt. In het sociaal domein is dat de gemeentelijke overheid. Maar via de media wordt regelmatig duidelijk dat het sociaal domein niet alleen lokaal speelt. Neem de coronacrisis: de discussie gaat regelmatig over de aanpak jegens ouderen en kwetsbaren.

 

In het meerjarenprogramma staat TSD voor ‘toezicht sociaal domein’. Het rijk gaat zich dus nadrukkelijker bezighouden met toezicht voor de maatregelen die in 2015 gedecentraliseerd werden. Genoemd wordt onder meer toezien dat partijen in het sociaal domein samenwerken en op samenhang in hun gezamenlijke integrale aanpak. Zo nodig gaat druk worden uitgeoefend.

 

Een eerste stap naar de-decentralisatie? Relevant is dat effectief wordt gepresteerd in het sociaal domein. Het komt altijd aan op de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is en hoe die het aanpakt. Vooralsnog zijn dat de gemeenten. Die zullen hun weg moeten vinden. Met bijvoorbeeld wijkteams, woon-zorgvisies, coördinatie aanpak van criminaliteit - jeugdproblematiek, armoede-aanpak, etc. gebeurt al veel. Bij elke coördinatie en samenwerking is structuur en regievoering cruciaal.

 

Het woondomein kent al lang het systeem van afspraken tussen stakeholders: de prestatieafspraken. Sinds 2015 doen daaraan ook huurdersorganisaties mee. Daarbij geeft het beleid van de gemeente - dat regionaal is afgestemd - de richting aan. Misschien kan het sociaal domein hier inspiratie uit putten. Prestatieafspraken in het sociaal domein. Waarom niet? Het past mooi in het Meerjarenprogramma TSD.

 

Michael de Groot 
Lees hier meer columns van Michael de Groot

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.