of 63372 LinkedIn

Knellende vragen over verpakkingen

Dagelijks werpen we gebruikte verpakkingen weg; blikjes, drankpakken en vooral veel kunststof verpakkingen. Het verpakkend bedrijfsleven is bij wet verantwoordelijk voor hergebruik. Daarvoor hebben de bedrijven zich verenigd in het Afvalfonds Verpakkingen dat met de VNG overeenkomsten sluit voor de inzameling van verpakkingen door gemeenten.

Het uitgangspunt onder deze overeenkomsten is een efficiënte en effectieve inzameling van gebruikte verpakkingen door gemeenten met een kostenneutrale vergoeding vanuit het afvalfonds.

 

De nieuwe afspraken voor de periode 2020-2029 tussen VNG en het Afvalfonds Verpakkingen zetten in op een betere kwaliteit: 85 procent zuiver PMD aanleveren vanaf 2020 en 90 procent zuiver PMD (Plastic verpakkingen, Metalen verpakkingen en Drankenkartons) in 2025. Daarbij worden ingezamelde vrachten individueel gekeurd. Een onzuiverheid is gft, en er zijn verpakkingen waar dat erin kan zitten, zoals bijvoorbeeld zakjes voor rauwkost en sla.

De verpakkingen moeten ook schraapvrij zijn, maar een gebruikte yoghurtverpakking kan toch snel meer dan haar eigen gewicht aan kleefresten hebben. De signalen die momenteel worden opgevangen is dat er dan sneller dan voorheen partijen PMD worden afgekeurd. Het lijkt dat de afspraken die zijn gemaakt in de praktijk niet altijd even goed helpen het doel te bereiken: meer recycling.

 

Dit werpt gelijk enkele vragen op. De eerste is of het intussen niet tijd is om de regels aan te passen op basis van terugkoppeling vanaf de werkvloer. Een tweede vraag is hoe de afspraken tussen de VNG en het Afvalfonds Verpakkingen in relatie staan tot de keuze van inzamelsystemen bij gemeenten. Veel gemeenten zetten sterk in op minder restafval in hun keuze van inzamelsystemen, maar kunnen daarmee een lagere kwaliteit grondstoffen opleveren.

Scherpere controle aan de bron of verbeterde inzamelsystemen kunnen helpen. Dit kan echter weer op gespannen voet staan met de dalende vergoedingen en stijgende kosten voor gemeenten, waardoor er begrijpelijk sneller wordt gekozen voor goedkope inzamelsystemen, die weer een lagere kwaliteit grondstof kunnen opleveren. Een derde vraag is of de vele soorten verpakkingen, die niet kunnen worden gerecycled, het vraagstuk alleen maar groter maken?   

 

Als we een stap terug nemen en voorbij deze knellende vragen kijken, dan doemen er ook andere oplossingen op. Minder verpakkingen inzetten voor de verkoop is een optie. Het afschaffen van gratis tasjes in winkels scheelde al veel. Enkele supermarkten gaan herbruikbare netjes inzetten voor het verpakken van groente en fruit, waarbij de bekende wegwerp-hemdtasjes overbodig worden.

Statiegeld op flesjes scheelt ook. Voordeel hiervan is dat de stroom aan plastic en haar vervuiling bekend is en daarom is het beter te recyclen. Een voor de hand liggende oplossing is om dit systeem uit te breiden naar andere verpakkingen als shampooflessen en saladebakjes. Wellicht is een ‘KEMA-keur’ op de recyclebaarheid van een verpakking een oplossing. In het kader van ‘de vervuiler betaalt’ kunnen we ook niet-recyclebare verpakkingen extra belasten.

 

De doelstelling is om in 2050 Nederland volledig circulair te maken, en in 2030 al 50 procent. Dat is al in negen jaar. Is dat lang genoeg om dit vraagstuk alleen door het Afvalfonds en de VNG op te laten lossen, of moeten andere partijen ook eens stevig hun steentje bijdragen?

 

Jan-Henk Welink
Lees hier meer columns van Jan-Henk Welink 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.