of 59345 LinkedIn

Kabinet krijgt de waterschappen wel klein!

52 reacties

AfbeeldingColumn Hans Middendorp
Finalist van de BB Serious Game Top Influencers
“Als we de waterschappen niet kunnen opheffen, dan krijgen we ze wel op een andere manier klein”, lijkt de gedachte van staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu. In de visie van het kabinet leidt een vermindering van het aantal gemeenteraadsleden, leden van provinciale staten en waterschapsbestuurders met 25% “als vanzelf” tot een vermindering van de bestuurlijke drukte.

Voor de waterschappen pakt de voorgenomen wijziging van de waterschapswet wel heel zuur uit. Al bij de invoering van de Waterwet in 2008 werd het aantal waterschapsbestuurders verlaagd van 45 naar 30 zetels (-33%). Nog een vermindering met 25% komt uit op 23 zetels, de helft van het aantal zetels vóór 2008.

 

De voorgestelde wetswijziging moet ook 77 miljoen euro aan bezuinigingen opleveren. Waterschapsbestuurders zijn parttimers met een onkostenvergoeding, die zich inzetten naast hun fulltime baan en stevig geworteld zijn in de samenleving. Ook de leden van het Dagelijks Bestuur krijgen een vergoeding op basis van een parttime aanstelling.

 

Kortom, waterschapsdemocratie is nu al “op een koopje”, en het naar huis sturen van waterschapsbestuurders levert weinig op aan bezuinigingen.

Democratisch rammelt er ook nog wel wat bij de waterschappen. Nu zijn er nog negen ‘geborgde zetels’, om de functionele belangen van eigenaren van bedrijfsgebouwen, van akkerbouwers en veetelers en natuurorganisaties te behartigen. Neem het hoogheemraadschap van Delfland, met 1,2 miljoen inwoners als voorbeeld: Als het voorstel van het kabinet doorgaat, dan zouden die 1,2 miljoen inwoners slechts door 16 gekozen bestuursleden worden vertegenwoordigd? Vergelijk dat eens met het aantal leden van een gemeenteraad!


Laten we in de gekte van de huidige tijdsgeest het hoofd koel te houden. Waterschappen zijn al flink opgeschaald in de afgelopen jaren, en het aantal gekozen waterschapsbestuurders is al flink verminderd. Inmiddels zijn ook nieuwe, a-politieke partijen vertegenwoordigd in de waterschapsbesturen, die veel werk maken van hun contact met de achterban. Die ontwikkeling moet je juist een kans geven!

 

Als het puur om de financiën gaat, is het ook veel voordeliger om alle dijkgraven naar huis te sturen. Om te beginnen worden dijkgraven niet gekozen, en hun salaris is drie keer hoger dan dat van een gekozen lid in het Dagelijks Bestuur. Mijn voorstel is dan ook: dijkgraaf eruit, weg met de geborgde zetels en vasthouden aan dertig gekozen waterschapsbestuurders. Daarmee wordt pas echt recht gedaan aan het democratisch mandaat van de waterschappen. Ook in de toekomst!


Hans Middendorp

Lid van het Algemeen Bestuur van het hoogheemraadschap van Delfland voor de Algemene Waterschapspartij.

 

Afbeelding

*Lees ook columns van andere BB Top Influencer-finalisten>>
*Al LinkedIn-lid? Zoek de finalisten op in de BB Linkedin-groep of in één van de subgroepen:

 

 Arbeidsmarkt & Carrière  
 Digitaal Besturen 

 Financiën 

 Openbare Orde en Veiligheid 

 Ruimte en Milieu 

 Sociaal

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Kees Schrijvers (Oud medewerker Waterschappen (Rijnland en Delfland)) op
Het blijkt telkens weer mensen die werkzaam voor/bij waterschappen niet gewend zijn om objectief te reageren tegen de “strijd tegen het opheffen” (dus niet tegen het water). Er wordt te vaak teruggegrepen op termen als “het waterschap is onmisbaar”, “we doen het al zeer efficiënt”, “we hebben kosten gereduceerd”. In deze column wordt voorgesteld om de dijkgraven naar huis te sturen en er vast te houden aan dertig gekozen bestuurders. Tja, zo kun je het ook bekijken. Dit voorstel past in bovengenoemd rijtje.
In 1953 waren er circa 2500 waterschappen. In 1987 waren het er circa 135. Zoals ik het in schat krijgen we tussen nu en 2020 nog een aantal fusies waardoor verwacht mag worden dat er mogelijk zo’n 15 tot 20 waterschappen overblijven. Hoezo te veel dijkgraven? Waar hebben we het over? We krijgen dan 15 dijkgraven. Hoezo te veel bestuurders? Bij 15 waterschappen heb je maar 15 besturen. Laat elk bestuur gemiddeld uit 20 personen bestaan dan is de “bestuursdruk” maximaal gelijk aan 15 x 20 = 300 bestuurders. Dat zou toch moeten kunnen?
Waterschapsmedewerkers/bestuurders moeten eens nadenken over hun allerbelangrijkste taak: calamiteiten voorkomen en mocht er toch een calamiteit optreden: snel en juist handelen tegen de laagste kosten. Bij de keuze van ingrijpen moet dit altijd voorop staan.
Waterschapsbestuurders moeten de strijd tegen het opheffen staken en een nieuwe waterschapsorganisatie voorstellen waarbij het accent primair komt te liggen op het voorkomen en bestrijden van calamiteiten. In 1998 was ik hoofd Peilbeheer bij Delfland. Extreme hoeveelheid neerslag. Veel overstroomde gebieden. Militaire bijstand. Water in kassen en woningen. Mensen die destijds getroffen zijn, hebben het er nu nog over.
Calamiteiten voorkomen en mochten ze toch optreden doelmatig bestrijden. Daar gaat het om.
Door Paul Marselje (raadslid) op
Als de tongen al niet los waren zorgt zo'n column er wel weer voor. Helder en spraakmakend. Ik ben het overigens eens met de schrijver dat er de laatste jaren al meer dan genoeg geschoten is op de zeer nuttige en efficiënt werkende waterschappen. Verdere bezuinigingen dan al in de pijplijn zaten hoeven van mij echt niet. De column zorgt er voor dat het voortschrijden van mijn inzicht in stand blijft. Maar eens moet voortschrijdend inzicht leiden tot een punt achter deze discussie. Het is een discussie die meer over bestuurlijke beeldvorming, over eigenbelang van provinciebestuurders en over electorale emotie gaat dan over bestuurlijke feiten gaat.

Het voorstel van de auteur voor het afschaffen van dijkgraven en ‘geborgde zetels’ is echter ingewikkelder als hij het doet voorkomen. In feite zijn ook de in zijn ogen democratisch gekozen bestuursleden namelijk ‘geborgden’ en wel namens de ‘categorie inwoners’. Ook voor de andere drie categorieën (bedrijven, agrariërs en natuurgebieden) gelden strikt gereguleerde verkiezingen. In die zin zijn er tussen de verschillende categorieën bestuurders van een waterschap dus niet zoveel verschillen als hij suggereert. Gelet op de grote belangen bij waterbeheer van de drie andere categorieën en de expertise die daar aanwezig is zie ik volstrekt niets in het terugbrengen van de vier categorieën tot één. En het afschaffen van dijkgraven lijkt financieel leuk, maar wie moet het dagelijks en algemeen bestuur dan voorzitten?

Het kabinet gaat uit van indirecte verkiezingen via de gemeenteraden. Dat betekent mogelijk het einde van partijen zoals de Algemene Waterschapspartij, want het is aannemelijk dat raadsleden kandidaten van hun eigen partij kiezen. De door de auteur genoemde a-politieke partijen zullen dan verdwijnen, wat naar mijn mening jammer is. Desondanks ben ik voorstander van die indirecte verkiezingen, want de kosten van directe verkiezingen wegen niet op tegen de baten.
Door Sergio van Tiel (Docent Bedrijfseconomie) op
Goed stuk. U pleit feitelijk voor het aanhouden van professionals in de waterschapsbesturen en het verwijderen van de goed betaalde "humbug". Hiermee kunnen inderdaad tegelijkertijd een professionaliseringsslag worden gemaakt en een kostenbesparing worden gerealiseerd. We moeten oppassen dat privatisering en besparing niet leiden tot kwaliteitsvermindering van de dienstverlening. Zie bijvoorbeeld de privatisering van de drinkwatervoorziening in Italië: men weet niet meer wat uit de kraan komt, de toelevering is onzeker en te vaak is het water verontreinigd en bevat zelfs gifstoffen. Laten we vooral gewaardeerde experts op de goede plaats houden en het economisch principe buiten de deur.


Vriendelijke groet,


Sergio van Tiel
Door Boris op
Leuk stukje, maar gaat mij niet ver genoeg. Liever de Waterschappen en de Provincies samenvoegen tot 1 bestuurslaag, te weten Gedeputeerde Staten. Daarin uiteraard de langjarige belangen (beleid en uitvoering), zoals die voor water, goed borgen. Scheelt heel veel bestuurlijke drukte (net zoals er nu al minder ministers/stssecr. zijn) en bestuurlijke ondersteuning (minder afdelingen P&O, Bestuurlijk Advies, Juridische Zaken e.d.) en borgt het democratisch gehalte op het niveau van Provinciale Staten (die het electoraal ook al moeilijk hebben).
Door Gerard Boks (Business consultant) op
Het is natuurlijk onzin om het aantal bestuurders te minderen zonder de taken ter discussie te stellen.

Door Jan Schreuder (Algemeen Bestuur Waterschap Regge en Dinkel) op
Schieten op het Waterschap is redelijk populair tegenwoordig, maar verbergt het niet de plaatsen waar werkelijke bezuinigingen mogelijk zijn, nl de provincies en het rijk. Zowel op het gebied van vertegenwoordiging als het aantal ambtenaren zijn daar beduidend meer mogelijkheden dan bij de waterschappen. De waterschappen voorzien in een basisbehoefte: schoon water en veiligheid voor de gehele bevolking. Deze bevolking heeft er recht op om ook getalsmatig goed vertegenwoordigd te zijn.
Door Jan Nieuwenhuis (DB-lid Waterschap Zuiderzeeland.) op
Zoals Hans terecht aangeeft kan, na de al doorgevoerde verkleining van de bestuursomvang bij de laatste Waterschapswetherziening (2007), een volgende verkleining niet aan de orde zijn. De enige die bespreekbaar is betreft het afschaffen van de geborgde zetels danwel het terugbrengen tot 1 zetel per categorie, want deze zetels hebben nu onevenredig veel invloed in Algemene en Dagelijkse besturen. Een analyse van de collegevorming (eind 2008) in de diverse waterschappen maakt duidelijk dat in 2/3 van de waterschappen een college rond de geborgde zetels van Ongebouwd en Bedrijfsgebouwd is geformeerd. De praktijk leert ook dat de belangen welke deze twee geborgde categorieën vertegenwoordigen ook via de gekozen lijsten maar al te makkelijk een plaats in de besturen weten te bereiken.
Ook in de adviezen van de Taskforce Financiën van de Unie van Waterschappen, welke als onderlegger dienden voor de recente waterschapsbelastingvoorstellen, werd nogal redelijk selectief gegrasduind in de trits Belang-Betaling-Zeggenschap; die zogenaamd geen status meer mag hebben maar natuurlijk wel behoort te staan voor een functioneel bestuur zoals het waterschap. Feit is thans wel dat (niet-agrarische) Ingezetenen/Huiseigenaren in een doorsnee waterschap momenteel al gauw 85-90% van de Watersysteemkosten betalen, wat in geen verhouding staat tot de dienstverlening welke daarvoor door het waterschap aan hen wordt verleend. Het ziet er naar uit dat dit aandeel alleen nog maar zal stijgen.
Door Peter Vonk (Voorzitter AWP e nbestuurslid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier) op
De focus driegt te gaan liggen op de laatste alinea. Natuurlijk wil de AWP de dijkgraven graag houden. Zeker in Hollands Noorderkwartier, maar ook elders. Dat is het punt niet. Het punt is dat onder het mom van bestuurlijke drukte een actie die in 2008 reeds uitgevoerd is (het verminderden van het aantal AB-leden) in 2011 weer voorgesteld wordt. Er zijn kennelijk in Den Haag nogal wat bestuurders kort van memorie. Als Het Kabinet vindt dat bestuurlijke drukte vermindert door minder vertegenwoordigers/gezagsdragers dan moeten ze de trap van boven schoon vegen: minder ministers en staatssecretarissen, minder Tweede Kamer leden etc. De waterschappen hebben hun deel al lang genomen.
Verder schrijft Hans terecht dat het aantal geborgde zetels bij de verkleining van het AB nadrukkelijk aandacht verdient. Per categorie 1 garantiezetel en de rest via verkiezingen is ons parool. Of het Kabinet dat ook maar even wil regelen!
Door Jeroen Louis (Strategisch adviseur Schieland en de Krimpenerwaard) op
Het artikel begint prima, maar wat jammer toch van die laatste alinea!

Als er bezuinigd moet worden, krijgen mensen vaak de nare neiging om te roepen: 'Ik moet blijven, maar hij mag weg!' Provincies gaan naar waterschappen wijzen, gemeenteraadsleden naar deelgemeenten, en nu doet de heer Middendorp ook een duit in het zakje door als lid van het algemeen bestuur te roepen dat de dijkgraven overbodig zijn.

Het populistische argument dat hij daarbij gebruikt (ze verdienen drie keer zo veel!) is helemaal betreurenswaardig. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig.

Hoeveel gaat het opleveren om de voorzitters van de waterschappen naar huis te sturen? Gaan we daar het begrotingstekort van Nederland mee dichten? Hebben de waterschappen geen kundige voorzitters nodig?

Financieel is het nog niet eens een druppel op een gloeiende plaat, en bovendien, zoals terecht opgemerkt: de waterschapsdemocratie hebben we al op een koopje. Een waterschap zonder voorzitter is net zo mal als een gemeente zonder burgemeester. Dat beide functionarissen in Nederland helaas nog niet gekozen worden, doet daar niets aan af; dat is een heel andere kwestie.

De financiële crisis is voor de waterschappen een goede impuls om nóg efficiënter te werken, samen met andere partijen, en zich daardoor te onderscheiden. Laten we ons dáárop concentreren, en niet op zinloze structuurdiscussies. Laten we vooral geen nieuwe tegenstellingen creëren binnen de waterschappen zelf, zoals tussen leden van het algemeen bestuur en de voorzitter, of tussen de geborgde en gekozen zetels. Er is genoeg werk te doen en de vijanden van de waterschappen (zij zijn het meestal door onwetendheid en zijn daardoor nog voor onze zaak te winnen) hebben echt niet meer munitie nodig!

Door E.M. Versteeg (Recruiter interim management) op
Goede kennis van de materie, prikkelende stelling. Zet aan tot nadenken