of 59244 LinkedIn

Gemeenteraad toch aan zet bij Omgevingswet

Het college dreigde de raad te kunnen passeren bij de vergunningverlening voor activiteiten die niet in het omgevingsplan zijn opgenomen. Een amendement van de Tweede Kamer geeft de raad alsnog een grotere rol. Mits die tijdig actie onderneemt. 

Via een consultatiereactie op de Omgevingswet vroeg ik in 2016 aandacht voor de positie van de gemeenteraad. Helaas, het voorstel om de raad instemmingsrecht te geven bij omgevingsvergunningen waarmee werd afgeweken van het omgevingsplan werd niet door de minister overgenomen. 

Het dualisme bood voldoende mogelijkheden voor invloed. Mijn boodschap de afgelopen jaren aan gemeenteraden was daarom ook: de Omgevingswet is voor de raad een zaak van politiek: inhoudelijk, maar ook instrumenteel!

 

In februari zag ik opeens een amendement op de Invoeringswet. Voor mij aanleiding om Tweede Kamerleden te mailen dit vooral te steunen. Het is uiteindelijk met 149 (!) stemmen aangenomen. De toelichting bij amendement 34986, nr. 53 luidt:

  

‘Indieners zijn van mening dat de gemeenteraad (raad) bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet gepasseerd mag worden door het college van burgemeester en wethouders (college), bij het verlenen van omgevingsvergunningen. De raad zou een doorslaggevende rol moeten hebben voor bepaalde gevallen, door de raad zelf te bepalen. In de Omgevingswet is reeds een grondslag opgenomen om bij AMvB gevallen aan te wijzen waarbij het recht van instemming van bestuursorganen is opgenomen bij een voorgenomen beslissing op een aanvraag. Via dit amendement wordt een verzwaard adviesrecht voor de gemeenteraad toegevoegd als het gaat om:

- de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit en

over een verzoek om een beslissing over instemming over een voorgenomen beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit.

 

Dit betekent dat de raad in de gelegenheid moet worden gesteld om advies uit te brengen in de door hem aan te wijzen gevallen over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of over verzoeken om beslissingen over instemming over voorgenomen beslissingen op aanvragen om een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Instemming over voorgenomen beslissingen op aanvragen om een omgevingsvergunning zal zich voordoen als niet het college, maar een ander bestuursorgaan bevoegd is voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De uitkomst van het advies is door de toevoeging van het voorgestelde artikel 16.15b bindend.”

 

Dit gaat dus om ‘buitenplanse omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit’. Die kennen we nu ook. Het zijn de vergunningen waarmee B&W kunnen afwijken van een bestemmingsplan waarvoor de bevoegdheid niet in dat plan zelf staat, maar in de wet. Voor de kenners in artikel 2.1 lid 1 onder c juncto 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo. Dat is weer de opvolger van artikel 19 WRO waarmee in het verleden half Nederland is volgebouwd. Een belangrijke bevoegdheid dus. Nu is de raad hierbij betrokken via de verklaring van geen bedenkingen. Als de Invoeringswet wordt aangenomen door de Eerste Kamer kan de gemeenteraad in de toekomst gevallen aanwijzen waarbij advies van de raad nodig is. Dat is dan bindend: het college mag daarvan niet ‘gemotiveerd afwijken’ wat bij een gewoon advies wel kan.

 

Praktisch gezien is dit een instemmingsrecht. Maar omdat die vergunningen soms ook door een minister of GS worden verleend en B&W dan een instemmingsrecht heeft, zal wel gekozen zijn voor de term ‘verzwaard advies’. Bij dit soort situaties geldt in de toekomst: als de raad geen positief (bindend) advies aan B&W uitbrengt, mogen  B&W niet instemmen en kunnen bijgevolg de minister of GS de vergunning om af te wijken van het omgevingsplan niet verlenen.  Een instemmingsrecht van de raad bij een instemmingsrecht van het college dus. Dat zal niet zo vaak voorkomen. Maar wie ook besluit: de raad kan via het bindend advies invloed hebben op ontwikkelingen die afwijken van het omgevingsplan. En dat is winst.

 

Er is een belangrijk verschil met de huidige regeling. Nu gaat de raad erover, tenzij de raad zelf heeft beslist dat dat niet nodig is. Straks gaat de raad er niet over, tenzij de ontwikkeling een geval is, dat is aangewezen voor (bindend) advies. Dat is een machtig instrument, maar je moet als raad wel actie ondernemen. Anders ga je helemaal nergens over.

 

Interessant is dan hoe tot op heden met dit soort ontwikkelingen is omgegaan. Nu zijn er vier manieren:

- de (in 2014 flink verruimde) ‘kruimelgevallenomgevingsvergunning’ van B&W,

- de omgevingsvergunning van B&W waarvoor een verklaring van geen bedenkingen nodig is

- diezelfde omgevingsvergunning waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is

- het postzegelbestemmingsplan van de gemeenteraad.

Interessant onderzoeksmateriaal dus.

 

Ik verwacht dat er veel afwijkingen nodig zullen zijn na 2021. Vanwege de manier waarop de overgang van bestemmingsplan naar omgevingsplan is geregeld en vanwege de transitie naar een duurzame samenleving. Dus gemeenteraad: ga onmiddellijk nadenken waarover u in de toekomst wilt gaan en leg dat voor 2021 vast. Hou het wel werkbaar: u bent er niet voor de details en de uitvoering. Lijkt me politiek gezien een heel interessant vraagstuk.  

 

Trees van der Schoot
Lees hier meer columns van Trees van der Schoot

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door P.Jansen op
Oude wijn in nieuwe zakken!